Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:64

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
A.R. AUA201801360
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 30 januari 2019

Behorend bij A.R. AUA201801360

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de stichting

FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO,

te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: FCCA,

gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,

tegen:

[gedaagde],

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het verloop van de verdere procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 november 2018;

- de akte wijziging eis met producties, ingediend op 26 november 2018;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie na antwoord op 29 november 2018.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING

2.1

FCCA vordert na wijziging van eis – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van Afl. 22.213,26, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.

2.2

De vordering is erkend en komt voor toewijzing in aanmerking.

2.3

De buitengerechtelijke kosten zijn conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van liquidatietarief 4) toewijsbaar.

2.4 [

gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van FCCA begroot op Afl. 750,- griffierecht, Afl. 870,90 aan verschotten en Afl. 3.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 3 punten van het liquidatietarief 4).

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FCCA van een bedrag van Afl. 22.213,26, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2018 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, waarop in mindering strekt al hetgeen op het loon van [gedaagde] is ingehouden;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FCCA van Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van FCCA worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 870,90 aan explootkosten en Afl. 3.000,- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.