Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:623

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
AUA201901386
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omgang en verdere onderzoek door de Voogdijraad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 17 september 2019

Behorend bij EJ nr. AUA201901386

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[naam vader] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. G.F. Croes,

tegen

[naam moeder] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart.

Belanghebbende:

[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 26 april 2019,

  • -

    het verweerschrift, ingediend op 16 augustus 2019,

  • -

    de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 20 augustus 2019, in aanwezigheid van partijen bijgestaan door hun gemachtigden, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [mevrouw 1].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

De minderjarige voornoemd is geboren uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder. Zij is door de vader erkend.

De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast, en tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige.

Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de vader – samengevat – aangevoerd dat partijen vanaf de geboorte van de minderjarige hebben samengewoond bij zijn ouders thuis. Sinds partijen uit elkaar zijn, is elke poging van de vader om tot een omgangsregeling te komen tevergeefs geweest. De moeder plaatst advertenties op de facebookpagina van Vraag & Aanbod voor een oppas, terwijl zijn moeder, de grootmoeder van de minderjarige, die hem vanaf zijn geboorte heeft verzorgd, bereid en in staat is op te passen en dat ook heel graag wil. De vader maakt zich zorgen om zijn zoon en wenst nauw betrokken te blijven in zijn leven.

4 DE BEOORDELING

Gezag

4.1

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken, en dat art. 1:253e BW aldus moet worden uitgelegd dat, indien het verzoek van de vader ingevolge art. 1:253c lid 1 BW tot toekenning van gezamenlijk gezag over het kind wordt ingewilligd, dit tot gevolg heeft dat, indien de moeder het gezag tot dusverre alleen uitoefende, zij dit voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.

Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (lid 2).

4.2

Voor het uitoefenen van het gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen en wel zodanig dat de kinderen niet klem of verloren raken tussen de ouders. De vraag die de rechter in dat kader onder meer dient te beantwoorden is of er een onaanvaardbaar risico voor het kind bestaat dat het klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen.

4.3

De moeder heeft zich tegen het verzoek van de vader verzet en heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat de voor gezamenlijk gezag vereiste goede communicatie tussen partijen ontbreekt, dat partijen verschillende opvoedingsstijlen hebben, dat de vader nu al weigert belangrijke documenten van de minderjarige - zoals zijn paspoort en zijn AZV-kaart - aan de moeder af te geven, dat de vader belangrijke informatie - zoals afspraken bij Wit Gele Kruis - niet aan de moeder doorgeeft, en dat de vader zich niet houdt aan gemaakte afspraken over bijvoorbeeld de omgang, zodat de moeder vreest dat de vader een eventueel gezag zal misbruiken.

4.4

Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, acht het gerecht zich in dit stadium onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen. De Voogdijraad zal worden verzocht een onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen, ter beantwoording van de vraag of in dit geval een onaanvaardbaar risico voor de minderjarige bestaat dat hij klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien de ouders het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen.

4.5

De zaak zal worden verwezen naar een hieronder te vermelden rolzitting voor overlegging van het rapport zijdens de Voogdijraad.

Omgang

4.6

Wat betreft het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen, overweegt het gerecht dat uitgangspunt is dat het in het algemeen in het belang van een kind is te achten dat het contact heeft met de niet-verzorgende ouder, in dit geval de vader, en in beginsel hebben beiden ook recht op omgang met elkaar, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich daartegen verzetten. Van dergelijke zwaarwegende belangen is in dit geval niet gebleken. Het gerecht zal gelet op het verhandelde ter zitting een omgangsregeling vaststellen, waarbij rekening zal worden gehouden met de belangen van beide ouders en die van de minderjarige.

4.7

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

- bepaalt de omgang tussen de vader en de minderjarige als volgt:

 elke week: vanaf maandagavond om 18:00 uur tot dinsdagavond om 18:00 uur, waarbij de vader de minderjarige bij de moeder thuis ophaalt en op dinsdagavond thuisbrengt,

- om de week, vanaf vrijdagmiddag om 17.00 uur tot zondagmiddag om 17.00 uur, (te beginnen op vrijdag 20 september 2019) waarbij de vader de minderjarige thuis ophaalt en op zondagmiddag thuisbrengt,

- verzoekt de Voogdijraad om onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover een rapport uit te brengen, waarin de hierboven in overwegingen 4.4 geformuleerde vraag dient te worden beantwoord,

- verwijst de zaak naar de zitting van dinsdag, 12 november 2019 om 8.30 uur, voor het indienen van het rapport zijdens de Voogdijraad,

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 17 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.