Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:61

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
A.R. no. 630 van 2017/AUA201701638
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, regeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 30 januari 2019

Behorend bij A.R. no. 630 van 2017/AUA201701638

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[eiser],

woonplaats gekozen hebbende te Aruba,

eiser,

hierna te noemen: “[eiser]”,

gemachtigde: mr. R.C. Samuels,

tegen:

[gedaagde],

wonende te Aruba,

gedaagde,

hierna te noemen: “[gedaagde]”,

thans procederende in persoon.

1 DE VERDERE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 31 januari 2018 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. [eiser] heeft daarna een akte ingediend, waarna [gedaagde] een antwoordakte heeft ingediend.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Het gerecht acht het zinvol om nadere inlichtingen van partijen te verkrijgen en met partijen te bespreken of alsnog een minnelijke regeling kan worden getroffen. Om die reden zal een nadere comparitie van partijen worden gelast, waarbij partijen in persoon dienen te verschijnen.

2.2

Indien een partij niet komt kan het gerecht daaraan het gevolg verbinden – ook in het nadeel van die partij – die het gerecht passend vindt.

2.3

Het gerecht geeft partijen in overweging om voorafgaand aan de comparitie van partijen met elkaar in overleg te treden over een minnelijke regeling.

2.4

De partij die zich bij de comparitie van partijen op schriftelijke (bewijs)stukken wil beroepen, dient die stukken op de derde (de voor-voorlaatste) werkdag voor de dag van de zitting in fotokopie aan zijn/haar wederpartij en aan het gerecht over te leggen.

2.5

Aangezien [eiser] in het buitenland woonachtig is en te kennen heeft gegeven dat hij in staat gesteld wenst te worden om ter comparitie aanwezig te kunnen zijn, zal het gerecht de zaak naar de rol verwijzen voor akte uitlating verhinderdata zijdens beide partijen voor de komende drie maanden. Daarna zal dagbepaling volgen. Na dagbepaling zal op verzoek van een partij nog slechts uitstel worden verleend indien de wederpartij daarmee uitdrukkelijk instemt of wegens klemmende redenen.

2.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

3.1

verwijst de zaak naar de rol van 27 februari 2019 peremptoir voor akte uitlating verhinderdata zijdens beide partijen, waarna dagbepaling zal volgen,

3.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.