Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:582

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
16-09-2019
Zaaknummer
AUA201800953
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Beëindiging gezamenlijk gezag o.g.v. artikel 1:253n BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 september 2019

Zaaknummer EJ nummer AUA201800953

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[Verzoekster],

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

en:

[Verweerder],

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna: de vader,

procederend in persoon.

Belanghebbende:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba,

de minderjarige.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikkingen van dit gerecht van 9 oktober 2018 en 20 november 2018.

De verdere procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad van 12 februari 2019,

- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 26 maart 2019, waar zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en de raadsonderzoekers van de Voogdijraad, mevrouw [raadsonderzoeker 1] en mevrouw [raadsonderzoeker 2]. De vader is, alhoewel goed opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Zoals het gerecht in de tussenbeschikking van 9 oktober 2018 reeds heeft overwogen, is het verzoek, dat strekt tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag, gegrond op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Het gerecht kan op grond van die bepaling het gezamenlijk gezag van gescheiden ouders, bedoeld in artikel 251, tweede lid BW, beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van de minderjarige is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven.

Het gerecht heeft in voormelde beschikking geoordeeld dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte om een beslissing te nemen en heeft de Voogdijraad verzocht een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de vraag of in dit geval een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders, indien zij gezamenlijk het gezag blijven uitoefenen.

2.2

De Voogdijraad schrijft in zijn rapport van 12 februari 2019, dat beide ouders te kennen hebben gegeven dat zij al jaren niet met elkaar communiceren, ook niet over aangelegenheden de minderjarige betreffende.

De vader heeft laten weten niets meer met de moeder te maken te willen hebben en ook niet meer belast te willen zijn met het ouderlijk gezag, omdat hij slechts op papier zeggenschap heeft over de minderjarige: met zijn mening wordt geen rekening gehouden. De moeder heeft laten weten dat de vader al ruim twee jaar niet heeft omgekeken naar de minderjarige en dat hij gemaakte afspraken of gedane toezeggingen niet nakomt.

De minderjarige heeft verteld dat de band tussen haar en de vader slecht is, dat de vader geen aandacht aan haar besteedt en dat hij de gemaakte afspraken niet nakomt.

De school heeft te kennen gegeven dat de moeder zeer betrokken is bij de studievoortgang en schoolprestaties van de minderjarige, en de vader helemaal niet.

De Voogdijraad concludeert dat indien de ouders gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het gezag over de minderjarige, dit ten koste zal gaan van de ontwikkeling van de minderjarige, nu de vader niet op een adequate manier zijn gezag weet uit te oefenen en er sprake is van een verstoorde vader-kind relatie. De Voogdijraad adviseert de moeder te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige.

2.3

Naar het oordeel van het gerecht is uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting voldoende duidelijk geworden dat de communicatie tussen de ouders in de laatste jaren ernstig is verstoord, zodanig dat er thans helemaal geen contact meer is tussen de vader enerzijds en de moeder en de minderjarige anderzijds. Verder is ook duidelijk dat de vader niet op een adequate manier het ouderlijk gezag weet uit te oefenen.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over de minderjarigen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen, zodanig dat de minderjarigen niet klem of verloren raken tussen de ouders. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders. Daar ontbreekt het in dit geval aan.

2.4

Gelet op het vorenstaande is het gerecht van oordeel dat is voldaan aan het criterium van artikel 1:253n BW, zodat het gezamenlijk gezag dient te worden beëindigd. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:253n, lid 1 BW bepaalt de rechter alsdan aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige kinderen toekomt. Gelet op het vorenstaande, en nu de moeder feitelijk al ruim twee jaar het gezag over de minderjarige alleen heeft uitgeoefend, zal het gerecht bepalen dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders, [verweerder] en [verzoekster], over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba,

bepaalt dat het gezag over voornoemde minderjarige, [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, voortaan alleen aan de moeder, [verzoekster], toekomt.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 10 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.