Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:575

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-09-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
AR 201802020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Bewijsopdracht opgedragen; levering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 4 september 2019

Behorend bij A.R. AUA201802020 BB

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[EISER],

te Aruba,

EISER, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. M.O. Lopez,

tegen:

de vennootschap

IWD INNOVATIVE WINDOWS & DOORS I VBA,

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: IWD,

procederend in de persoon van haar directeur,

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 maart 2019;

- de comparitie van partijen van 10 april 2019;

- de brief van IWD van 15 mei 2019;

- de akte uitlating regeling zijdens [eiser] van 12 juni 2019.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

2.1 [

eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van non-conformiteit. [eiser] kwam hier (blijkbaar) achter toen hij na langdurieg opslag bij IWD de goederen op 12 november 2017 ophaalde. Uit de stellingen van partijen gaat het om het volgende.

2.2

Volgens [eiser] bestaat de vouwdeur uit vier panelen van 66,6 cm, terwijl hij drie panelen van 90 cm wilde hebben. IWD heeft gesteld dat zij op het moment van het sluiten van de overeenkomst dergelijke deuren helemaal niet kon leveren, zodat dit ook niet is afgesproken. De tekst van de overeenkomst biedt geen duidelijkheid. Voorafgaand aan de overeenkomst zou [eiser] bouwtekeningen aan IWD hebben laten zien, maar die zijn niet overgelegd. [eiser] zal worden toegelaten tot het bewijs van de stelling dat is overeengekomen dat IWD vouwdeuren van drie panelen van 90 cm zou leveren.

2.3

Er zijn 6 fixed ramen geleverd, die volgens [eiser] niet schadevrij kunnen worden gemonteerd. IWD heeft dat bestreden en aangeboden hiervoor zelf zorg te dragen. Na de comparitie van partijen heeft [eiser] de ramen niet bij IWD bezorgd. Dat de ramen niet conform de overeenkomst zijn geleverd staat niet vast en [eiser] licht dat verder ook niet toe. Bij eindvonnis zal dit onderdeel worden afgewezen.

2.4

Volgens [eiser] is het badkamerraam niet volgens specificatie geleverd. Onder verwijzing naar de overeenkomst heeft IWD aangevoerd dat de maatvoering die is vermeld, is aangehouden. Bij repliek heeft [eiser] volstaan met een (eenregelige) ontkenning. Dit onderdeel zal bij gebrek aan behoorlijke onderbouwing eveneens bij eindvonnis worden afgewezen.

2.5

Voorts heeft [eiser] gesteld dat één raam beschadigd is geleverd. Dat is bij dupliek door IWD erkend, maar zij heeft gesteld dat hiervoor al een vervanging was besteld. IWD zal worden toegelaten tot het bewijs van levering van dit vervangende raam.

2.6

IWD heeft voorts erkend dat een bedrag van Afl. 344,93 teveel op de factuur is betaald. Dit zal bij eindvonnis worden toegewezen.

2.7

In verdere conclusie/aktewisseling heeft [eiser] nog gesteld dat twee ramen niet zouden zijn geleverd, maar hij heeft dat verder niet gespecificeerd en ook zijn eis niet aangepast. Dit onderdeel laat het Gerecht dan ook verder buiten beschouwing.

2.8

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor een akte aan beide zijden waarbij zij zich kunnen uitlaten over de bewijslevering. Indien zij zich willen beroepen op stukken, dienen die bij die akte te zijn gevoegd. tevens dienen de namen van eventuele getuigen te worden opgegeven, inclusief de verhinderdata voor de komende drie maanden.

2.9

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

draagt [eiser] op te bewijzen dat is overeengekomen dat IWD vouwdeuren van drie panelen van 90 cm zou leveren;

draagt IWD op te bewijzen dat een vervangend raam is geleverd;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 2 oktober 2019 voor een akte aan de zijde van beide partijen, waarbij zij zich kunnen uitlaten over de bewijslevering, met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 2.8;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 4 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.