Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:539

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28-08-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
AUA201800241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Verklaring voor recht afgewezen. Nakoming. Middellijk vertegenwoordiger.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 28 augustus 2019

Behorend bij A.R. no. AUA201800241

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de hoofdzaak van:

[eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward,

tegen:

[gedaagde],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara,

en in het vrijwaringsincident van:

[eiser],

wonende in Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara,

tegen:

[verweerster],

wonende in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: [verweerster],

gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward.

1 DE PROCEDURE

in de hoofdzaak en het vrijwaringsincident

1.1

Het verloop van de procedure tot 22 augustus 2018 blijkt uit het tussen partijen gewezen vonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

-de conclusie van antwoord van [gedaagde];

-de conclusie van repliek van [eiseres] tevens houdende een akte tot vermindering van eis, met producties;

-de conclusie van dupliek van [gedaagde].

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN NA VERMINDERING VAN EIS

in de hoofdzaak

2.1

Na vermindering van eis vordert [eiseres] dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

a. voor recht verklaart dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten van geldlening van 2 april 2016 en van 6 juni 2016;

b. [gedaagde] met betrekking tot voormelde overeenkomst of schuldbekentenis van 2 april 2016 ten titel van nakoming veroordeelt om aan [eiseres] te betalen (17.500,-- minus 9.000,-- =) Afl. 8.500,--, te vermeerderen met gematigde contractuele rente ad 18% jaarlijks tot aan de algehele voldoening;

c. [gedaagde] met betrekking tot voormelde overeenkomst of schuldbekentenis van 6 juni 2016 veroordeelt om aan [eiseres] te betalen Afl. 21.600,--, te vermeerderen met gematigde contractuele rente ad 18% jaarlijks tot aan de algehele voldoening;

d. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

e. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis en voorts te vermeerderen met nakosten.

Subsidiair heeft [eiseres] gevorderd zoals omschreven in haar conclusie van repliek neergelegde akte houdende een vermindering van eis.

2.2 [

gedaagde] voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot ontzegging of afwijzing daarvan, kosten rechtens.

3 DE (VERDERE) BEOORDELING

in de hoofdzaak

3.1.1

Vast staat tussen partijen in elk geval het volgende.

3.1.2 [

gedaagde] en [eiseres] alsmede getuige [NAAM GETUIGE] [eiseres] hebben op enig moment een document ondertekend met als kopje “SCHULDBEKENTENIS”. De tekst van dat document luidt als volgt:

Hierbij verklaart (…) [gedaagde] (…) van (…) [eiseres] (…) een geld bedrag geleend te hebben van Awg. 21.600,-- (zegge: een en twintig duizend zes honderd florijnen).

Afgesproken is dat dit bedrag binnen 3 maanden terug betaald wordt met een rente van 20%. (…).

Uiterlijke betaaldatum: 6 juni 2016”.

3.1.3 [

gedaagde] en [eiseres] alsmede getuige [NAAM GETUIGE] [eiseres] hebben op 2 april 2016 een document ondertekend met als kopje “SCHULDBEKENTENIS”. De tekst van dat document luidt als volgt:

Hierbij verklaart (…) [gedaagde] (…) van (…) [eiseres] (…) een geld bedrag geleend te hebben van Awg. 17.500,-- (zegge: zeventien duizend vijf honderd florijnen).

Afgesproken is dat dit bedrag binnen 3 maanden terug betaald wordt met een rente van 20%. (…).

Uiterlijke betaaldatum: 30 juni 2016”.

3.1.4 [

gedaagde] heeft de in voormelde documenten (hierna: de documenten) vermelde bedragen ad Afl. 21.600,-- en Afl. 17.500,-- ontvangen van [eiseres], terwijl van dat laatste bedrag hangende deze procedure reeds Afl. 9.000,--- is afgelost of terugbetaald.

3.1.5

Terugbetaling van voormelde bedragen op respectievelijk 6 en 30 juni 2016 is uitgebleven.

3.2

De vraag of de documenten al dan niet onderhandse akten zijn in de zin van het bepaalde in het eerste lid van artikel 137 Rv en of die akten wel of geen dwingend bewijs opleveren in de zin van het bepaalde in het tweede lid van artikel 136 Rv nu die niet door [gedaagde] zijn voorzien van een handgeschreven goedschrift kan onbeantwoord blijven, nu [gedaagde] in zijn conclusie van antwoord onder randnummer 2. erkent dat hij de documenten heeft ondertekend voor de bedragen zoals vermeld in die documenten, terwijl vast staat dat hij die bedragen ook daadwerkelijk heeft ontvangen van [eiseres].

3.3

In het licht van vorenstaande erkenning stelt [gedaagde] dat hij de documenten in opdracht van [naam vertegenwoordiger] (hierna: [naam vertegenwoordiger]) als middellijk vertegenwoordiger in eigen naam heeft ondertekend, en dat [naam vertegenwoordiger] daarom de contractspartij van [eiseres] is en als zodanig bedoelde bedragen moet terugbetalen aan [eiseres], welke door [gedaagde] ontvangen bedragen door hem zijn overhandigd aan [naam vertegenwoordiger]. Dat betoog faalt, en kan [gedaagde] niet baten. Middellijke vertegenwoordiging is geregeld bij artikel 3:110 BW, en ziet op directe verkrijging of overdracht door de achterman of opdrachtgever via een op eigen naam handelende tussenpersoon. Artikel 3:110 BW ziet echter alleen op roerende goederen (niet zijnde registergoederen) die door bezitsverschaffing geleverd moeten worden. Het artikel ziet niet op goederen die geleverd moeten worden op andere wijze dan door bezitsverschaffing, ook niet bij wijze van analogie (zie HR NJ 1996, 461). Nu levering van vorderingen op naam en overname van contracten geschiedt bij onder meer een daartoe bestemde akte, kan [naam vertegenwoordiger] niet door middellijke vertegenwoordiging de contractspartij zijn geworden van [eiseres] zoals gesteld door [gedaagde].

3.4

Vorenstaande brengt mee dat [gedaagde] heeft te gelden als de contractspartij van [eiseres], en gehouden is de van [eiseres] verkregen of ontvangen gelden aan haar terug te betalen zoals tussen partijen is overeengekomen. De beweerdelijke omstandigheid dat [gedaagde] die gelden heeft overhandigd aan [naam vertegenwoordiger] maakt dat niet anders.

3.5

De slotsom luidt dat het onder a. en b. gevorderde in hoofdsom en de daarbij behorende onbestreden nevenvorderingen zullen worden toegewezen als na te melden. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen.

3.6

Bij de hiervoor geschetste stand van zaken valt zonder nadere uitleg - die ontbreekt - niet in te zien welk rechtens te respecteren belang [eiseres] heeft bij de onder a. gevorderde verklaring voor recht. Die vordering zal daarom worden afgewezen.

3.7 [

gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 205,10 =) Afl. 955,10 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5), te vermeerderen met wettelijke rente zoals onbestreden gevorderd. Deze kostenveroordeling verschaft aan [eiseres] tevens een executoriale titel ter zake van eventuele nakosten.

in het vrijwaringsincident

3.8 [

Eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de incidentele proceskosten gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 5).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

in de hoofdzaak

-veroordeelt [gedaagde] met betrekking tot de overeenkomst of schuldbekentenis van 2 april 2016 om aan [eiseres] te betalen Afl. 8.500,--, te vermeerderen met gematigde contractuele rente ad 18% jaarlijks gerekend vanaf 2 april 2016 tot aan de algehele voldoening;

-veroordeelt [gedaagde] met betrekking tot de overeenkomst of schuldbekentenis van 6 juni 2016 om aan [eiseres] te betalen Afl. 21.600,--, te vermeerderen met gematigde contractuele rente ad 18% jaarlijks gerekend vanaf 6 juni 2016 tot aan de algehele voldoening;

-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 3.455,10, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend van de 15de dag na de uitspraak van dit vonnis tot aan de algehele voldoening;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte;

in het vrijwaringsincident

-veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.