Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:495

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
15-08-2019
Zaaknummer
AUA201803819
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ambtenaar Burgerlijke Stand weigering opmaken erkenningsakte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 28 mei 2019

Behorend bij EJ nr. AUA201803819

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

1 [VERZOEKER 1], de man,

2. [VERZOEKER 2], de moeder,

wonende in Aruba,

VERZOEKERS,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

Belanghebbenden:

[naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,

[naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,

hierna samen aan te duiden als: de minderjarigen,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: [naam ambtenaar].

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift ingediend op 26 november 2018,

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 26 februari 2019, waar zijn verschenen de verzoekers in persoon en bijgestaan door hun gemachtigde, en mevrouw [naam ambtenaar], namens de ambtenaar;

  • -

    het aanvullende verweerschrift van de ambtenaar, ingediend op 26 maart 2019;

  • -

    de uitlating zijdens verzoekers, ingediend op 16 april 2019.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Uit de geboorteakten met nummers 101099 van 2013, en 100019 van 2015 volgt dat ten aanzien van de minderjarigen alleen het moederschap vast staat.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt tot:

a. het vaststellen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen de man en de minderjarigen,

b. het opdragen van de ambtenaar om de aktes van erkenning van de minderjarigen op te maken,

c. het opdragen van de ambtenaar om de informatie en vermelding dat de moeder in het jaar 2006 in het buitenland in het huwelijk zou zijn getreden, te verwijderen

d. het gezag over de minderjarigen te wijzigen zodat de man voortaan samen met de moeder het gezag over de minderjarigen zal uitoefenen.

3.2

Ter onderbouwing hiervan hebben verzoekers het volgende aangevoerd.

De man is de biologische vader van de minderjarigen en wil hen erkennen. De moeder is het er hiermee eens, maar de ambtenaar weigert zijn medewerking te verlenen om erkenningsaktes op te maken. De ambtenaar stelt zich bij die weigering ten onrechte op het standpunt dat de moeder in het jaar 2006, toen zij 17 jaar oud was, in Colombia zou zijn getrouwd. De moeder is nooit in Colombia geweest en is ook nooit in het huwelijk getreden. Haar vermeende echtgenoot, een kennis van haar ouders, heeft haar te kennen gegeven dat hij destijds met vals opgemaakte bescheiden/huwelijksakte alhier heeft geprobeerd zich in te schrijven om daarmee toelating tot Aruba te krijgen, maar dat het hem niet is gelukt. Er is geen huwelijk voltrokken en er bestaat ook geen rechtsgeldige huwelijksakte.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:204 lid 1 aanhef en onder sub e van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) in samenhang met artikel 1:24 BW.

Artikel 1:204, lid 1 aanhef en onder sub e BW bepaalt dat een erkenning nietig is, indien zij is gedaan na het verstrijken van de wettelijke termijn van aangifte van geboorte van het kind, tenzij aannemelijk is dat de man de biologische vader van het kind is, of dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking is ontstaan.

Artikel 1:24 BW bepaalt – voor zover hier van belang – dat de rechter op verzoek van de belanghebbenden, aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, kan gelasten.

4.2

De ambtenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat de moeder in het jaar 2006 in Colombia is getrouwd, maar dat er sprake is van een hinkend huwelijk. Een hinkend huwelijk is een huwelijk dat in het ene land rechtsgeldig is maar in Aruba in verband met strijd met de openbare orde niet is erkend of ingeschreven. De minderjarigen zijn binnen dat huwelijk geboren, zodat zij niet door een andere man kunnen worden erkend.

4.3

De weigering van de ambtenaar om medewerking te verlenen opdat de man de minderjarigen kan erkennen, is gebaseerd op artikel 1:18b, lid 2 BW. Ingevolge deze bepaling weigert de ambtenaar over te gaan tot het opmaken van een akte, indien hij van oordeel is dat de goede zeden of de openbare orde zich hiertegen verzet.

4.4

In dit geval is het volgende gebleken.

De moeder heeft ontkend dat zij ooit getrouwd is. De ambtenaar heeft, ook nadat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen huwelijksakte overgelegd, waaruit zou blijken dat de moeder in het jaar 2006 rechtsgeldig in Colombia zou zijn getrouwd, terwijl dat wel op zijn weg lag. Immers, uit de omstandigheid dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat sprake is van een hinkend huwelijk mag worden afgeleid, dat de ambtenaar na gedegen onderzoek, aan de hand van onder andere een overgelegde huwelijksakte, heeft geconstateerd dat sprake is van een rechtsgeldig huwelijk in het land waar dat huwelijk is voltrokken. Nu van een dergelijke huwelijksakte niet is gebleken, kan niet worden vastgesteld dat de moeder (rechtsgeldig) getrouwd is. Gelet hierop en bij gebreke aan enig aanknopingspunt voor het tegendeel, acht het gerecht voldoende aannemelijk geworden dat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarigen ongehuwd was.

4.5

Ter beoordeling ligt dan voor de vraag of in dit geval een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarigen bestaat. Dit verzoek is gedaan met het oogmerk de man in de gelegenheid te stellen de minderjarigen te erkennen.

In dit geval staat vast dat de wettelijke termijn van aangifte van geboorte van de minderjarigen is verstreken, zodat voor een rechtsgeldige erkenning nodig is dat de man de biologische vader van de minderjarigen is, of dat tussen de man en minderjarigen een nauwe persoonlijke betrekking is ontstaan.

4.6

Verzoekers hebben gesteld dat de man de verwekker is van de minderjarigen en dat zij bereid zijn een DNA-onderzoek te laten uitvoeren om dit aan te tonen. Gelet hierop zal het gerecht een DNA-onderzoek gelasten om te bepalen of de man de biologische vader van de minderjarigen is. Het DNA-onderzoek zal moeten worden verricht door één van de hier te lande erkende laboratoria.

4.7

Ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) dient in zaken van afstamming het minderjarige kind vertegenwoordigd te worden door een daartoe door het gerecht benoemde bijzondere curator. Het gerecht zal de Voogdijraad als zodanig benoemen, en hem in de gelegenheid stellen op een hieronder te noemen zitting zijn mening over de erkenning van de minderjarigen door de man, kenbaar te maken..

4.8

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

gelast een (DNA-)onderzoek bij een van de hier te lande erkende laboratoria, naar de vraag met welke mate van waarschijnlijkheid de man, [verzoeker 1], geboren op [geboortedatum] 1983 in Aruba, de biologische vader is van [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba, uit de vrouw [verzoekster 2], geboren op [geboortedatum] 1989 in Venezuela,

stelt verzoekers in de gelegenheid het resultaat van voornoemd onderzoek over te leggen op dinsdag 2 juli 2019 om 8:30 uur,

benoemt de Voogdijraad tot bijzonder curator van de minderjarigen,

stelt de bijzondere curator in de gelegenheid om uiterlijk op de rol van dinsdag 2 juli 2019 om 8.30 uur, schriftelijk zijn mening kenbaar te maken,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 28 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.