Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:445

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-07-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
AUA201902259
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, artikel 253a. In geschil is de vraag op welke kleuterschool de zoon geplaatst moet worden. Uit de door de vader overgelegde stukken, vooral de Whatsapp berichten tussen partijen, en het verhandelde ter zitting blijkt eerder dat het tussen partijen kennelijk niet in geschil was dat De Schakel, gelet op de kosten, geen optie meer was. Het gerecht bepaalt dat de zoon in het komende schooljaar (2019-2020) op de kleuterschool van Mon Plaisir kan worden ingeschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16 juli 2019

behorend bij EJ. nr. AUA201902259

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[naam moeder],

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna te noemen de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen

[naam vader],

wonendein Aruba,

VERWEERDER, hierna te noemen de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

Belanghebbende:

[naam minderjarige, geboren op [geboortedatum] in Aruba,

de zoon.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 5 juli 2019;

  • -

    de stukken door de moeder ingediend op 15 juli 2019;

  • -

    het verweerschrift tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, ingediend op 15 juli 2019;

  • -

    de stukken door de vader ingediend op 15 juli 2019;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 16 juli 2019, waar zijn verschenen partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.

De uitspraak is

2 DE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 7 augustus 2014 in Aruba met elkaar getrouwd. Uit dit huwelijk is de thans nog minderjarige zoon geboren.

2.2

Partijen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Bij beschikking van dit gerecht van 17 juni 2019 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen zal worden gehandhaafd.

3 HET VERZOEK

3.1.1 Het ter zitting gewijzigde verzoek van de vrouw strekt ertoe dat de zoon het komende schooljaar de kleuterschool van De Schakel kan bezoeken, tot in de bodemprocedure hierover bij gezag van gewijsde zal zijn beslist, met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure.

3.1.2 Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de moeder het volgende aangevoerd.

De zoon bezoekt al vanaf augustus 2017 de (peuterschool van de) privéschool De Schakel. De zoon heeft spraakproblemen en een ontwikkelingsachterstand, en is op De Schakel flink gestimuleerd in zijn ontwikkeling. Hij heeft behoefte aan aangepast onderwijs en deze school kan hem dat bieden. Hij is de afgelopen twee jaren op deze school nauwgezet en individueel begeleid. De vader heeft thans geheel eenzijdig en ‘ad hoc’ besloten dat de zoon niet langer De Schakel kan bezoeken. Het is niet in het belang van de zoon om hem nu, terwijl partijen verwikkeld zijn in een echtscheidingsprocedure en de zoon reeds deze verandering moet meemaken, ook van school te veranderen, aldus de moeder.

Ter zitting heeft de moeder beaamd dat partijen al maanden bezig zijn met het zoeken naar een andere kleuterschool voor de zoon, en dat zij met de zoon een bezoek heeft gebracht aan de kleuterschool van Mon Plaisir. Dit heeft zij gedaan omdat de vader erg overheersend is en zij niet tegen hem is opgewassen. Ze persisteert bij haar verzoek om de zoon op de kleuterschool bij De Schakel te laten.

3.1.3 De vader heeft daartegen verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de moeder.

3.2.1 Het zelfstandige verzoek van de vader strekt ertoe dat bepaald wordt dat de zoon kan worden ingeschreven op de kleuterschool van Mon Plaisir, dan wel van een SKOA-school of publieke school.

3.2.2 Ter onderbouwing hiervan heeft hij het volgende aangevoerd.

Partijen zijn vanaf april 2019 (via Whatsapp) in overleg over een andere school voor de zoon omdat zij al hadden besloten de zoon op een andere school te plaatsen, mede gelet op financiële redenen: De schoolkosten van De Schakel bedragen Afl. 12.035,- per jaar, terwijl de schoolkosten van Mon Plaisir Afl. 525,- per jaar bedragen. Deze serieuze wanverhouding tussen het schoolgeld kan niet genegeerd worden. Verder wordt bij Mon Plaisir ook kwalitatief sterk onderwijs gegeven en is daar ook ruimte voor passie, persoonlijke aandacht en voldoende begeleiding. Daarbij komt dat de moeder met de zoon de school is gaan bezoeken, en dat de zoon te kennen heeft gegeven dat hij Mon Plaisir leuk vindt. De vader heeft op 11 juli 2019 het schoolgeld voor het schooljaar 2019-2020 bij Mon Plaisir betaald. Aldus de vader.

4 DE BEOORDELING

4.1

De verzoeken van partijen zijn gegrond op artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Op grond van deze bepaling kunnen geschillen tussen de ouders over de gezamenlijke gezagsuitoefening aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Bij de beoordeling dient de rechter de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar af te wegen. Het belang van het kind vormt daarbij een overweging van de eerste orde, maar dat neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat, anders dan de moeder heeft gesteld, het in dit geval niet gaat om handhaving van een bestaande situatie, aangezien de zoon van een peuterschool naar een kleuterschool gaat. In geschil is de vraag op welke kleuterschool de zoon geplaatst moet worden. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4.3

Ten eerste is niet gebleken dat de vader niet met de moeder heeft overlegd over het plaatsen van de zoon op een andere kleuterschool dan De Schakel. Uit de door de vader overgelegde stukken, vooral de Whatsapp berichten tussen partijen, en het verhandelde ter zitting blijkt eerder dat het tussen partijen kennelijk niet in geschil was dat De Schakel, gelet op de kosten, geen optie meer was. Van een geheel eenzijdige beslissing dan wel ‘ad hoc’ beslissing van de vader is dan ook geen sprake.

4.4.

Verder is gesteld noch gebleken dat de zoon verstandelijke beperkingen heeft of een moeilijk lerend kind (MLK) is. Bovendien is De Schakel geen speciaal onderwijs. Het is een privéschool die stukken duurder is dan andere scholen op Aruba, en die niet van een zodanig kwalitatief hoger niveau is dat aangenomen moet worden dat de zoon in zijn belang zal worden geschaad indien hij op een andere school wordt geplaatst. De andere scholen in Aruba, zoals Mon Plaisir, doen qua kwaliteit van het onderwijs niet onder voor De Schakel. Daarbij weegt mee dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat het belang van de zoon vergt dat hij alleen op De Schakel kan worden geplaatst. De door haar overgelegde gespreksverslagen van De Schakel zijn daartoe niet toereikend.

4.5

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter maken in dit geval slechts de schoolkosten verschil uit bij de keuze tussen De Schakel en Mon Plaisir. Nu De Schakel ruim twintig keer duurder is dan Mon Plaisir, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de zoon op een andere, minder dure, kleuterschool dan De Schakel kan worden geplaatst. Dit brengt met zich dat het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen. Nu de vader reeds voor het komende schooljaar schoolgeld heeft betaald bij Mon Plaisir, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de zoon op die school kan worden geplaatst.

4.6

De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

4.7

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

- wijst het verzoek van de vrouw af,

- bepaalt dat de zoon in het komende schooljaar (2019-2020) op de kleuterschool van Mon Plaisir kan worden ingeschreven,

- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

- wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven op dinsdag 16 juli 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.