Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:31

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
AUA201800359
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, overeenkomst van geldlening, geen bevoegdheid om maandelijks boeterente, wettelijke rente, kosten, incassokosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 16 januari 2019

Behorend bij A.R. AUA201800359

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

DE VOLKSKREDIETBANK VAN ARUBA

gevestigd te Aruba,

eiseres hierna ook te noemen: VKB,

gemachtigde: de advocaat mr. drs. T.D.Croes-Fernandes,

tegen:

[GEDAAGDE]

wonende te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: [GEDAAGDE],

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op 25 september 2012 is tussen partijen een overeenkomst van geldlening tot stand gekomen, waarbij [GEDAAGDE] een bedrag heeft geleend van Afl. 17.500,00, dat zij in 35 maandelijkse termijnen van Afl. 500,00 diende af te lossen.

2.2

In de overeenkomst is gestipuleerd:

Hoofdsom kredietbedrag Awg 17,500.00

Disconto 6% per jaar Awg 3,150,00

Totaal Awg 14,350.00

Risicopremie 3% Awg 525.00

Administratiekosten 0,5% Awg 87,50
Netto bedrag Awg 13,737.50

2.3 [

GEDAAGDE] is met de aflossing in gebreke gebleven en zij is hierop door VKB op 10 april 2013, 5 november 2013, 12 februari 2014, 16 juni 2015 en 19 augustus 2015 gewezen.

2.4

Op 15 mei 2013 hebben partijen een betalingsregeling getroffen, waaraan [GEDAAGDE] zich niet heeft gehouden.

2.5 [

GEDAAGDE] heeft slechts op 21 mei 2013 en 7 juni 2013 Afl. 400,00 betaald.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

VKB vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [GEDAAGDE] tot betaling van Afl. 19.646,18, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten ad Afl. 1.964,61, alsmede met veroordeling van [GEDAAGDE] tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

GEDAAGDE] voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Aan de orde is de vraag welk bedrag [GEDAAGDE] verschuldigd is uit hoofde van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst van geldlening.

4.2

Vast staat dat [GEDAAGDE] haar aflossingsverplichting niet binnen de overeengekomen rente periode is nagekomen. VKB stelt dat zij vanwege de wanprestatie van [GEDAAGDE] maandelijks een boete rente van 0,5% in rekening brengt. Deze bevoegdheid is - aldus VKB - geregeld in artikel 8 jo 12 en 13 Landsbesluit inrichting en werkwijze Volkskredietbank (hierna LbVKB) .

4.3

Anders dan VKB bepleit leest het gerecht in artikel 8 jo 12 en 13 van de LbVKB geen bevoegdheid om maandelijks boeterente in rekening te brengen. Wel mag VKB kosten in rekening brengen die te maken hebben met het innen van de vordering. Daarnaast is VKB bevoegd om aanspraak te maken op de wettelijke rente, zodra er sprake is van verzuim. Bij brief van 19 augustus 2015 heeft VKB [GEDAAGDE] in gebreke gesteld en 30 dagen de tijd gegeven om het openstaande bedrag ad Awg 16.700,00 te voldoen. Vast staat derhalve dat [GEDAAGDE] in verzuim is. VKB heeft echter géén aanspraak gemaakt op de wettelijke rente, zodat deze niet toewijsbaar is.

4.4

Toewijsbaar is dan ook slechts de resterende hoofdsom ad Awg 16.700,00, vermeerderd met de incassokosten als bedoeld in artikel 12 en kosten van de aanmaningen als bedoeld in artikel 13 van het LbVKB.

4.5

VKB stelt dat de incassokosten 10% bedragen van de door haar gevorderde hoofdsom, derhalve Awg 1.964,61. De juridische grondslag van deze vordering is weliswaar correct, doch artikel 12 biedt geen aanknopingspunt om te veronderstellen dat hiermee 10% van de hoofdsom wordt bedoeld. Het lag op de weg van VKB om deze vordering feitelijk te onderbouwen. Nu zij dit heeft nagelaten, maar wel aannemelijk is dat er incassowerkzaamheden zijn verricht, wordt op grond van het Procesreglement 2018 een half punt van liquidatietarief 4 toegewezen, zijnde Awg 500,00.

4.6

Tot slot wordt het verzoek van [GEDAAGDE] om kosteloos te mogen procederen toegewezen, nu het onderhavige geschil niet valt onder de reikwijdte van artikel 1 van de Landsverordening kosteloze rechtskundige bijstand.

4.7

Nu VKB de procedure is begonnen op basis van een onjuiste hoofdsom en incassokosten, maar [GEDAAGDE] degene is die haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van geldlening niet is nagekomen, acht het gerecht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

wijst het verzoek van [GEDAAGDE] om kosteloos te mogen procederen toe;

5.2

veroordeelt [GEDAAGDE] tot betaling aan VKB van een hoofdsom inclusief 6% rente van Afl. 16.700,00;

5.2

veroordeelt [GEDAAGDE] te betalen aan VKB een bedrag ad Awg 500,00 voor incassowerkzaamheden en aanmaningskosten;

5.3

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.