Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:205

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-03-2019
Datum publicatie
15-04-2019
Zaaknummer
AUA201802113
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appellante heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat zij het beroepschrift zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs van haar verlangd kan worden heeft ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 25 maart 2019

Lar nr. AUA201802113

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellante],

wonend in Aruba,

APPELLANTE,

gemachtigde: voorheen de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen, thans de advocaat mr. C.S. Edwards,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN TOERISME, VOLKSGEZONDHEID EN SPORT,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 31 mei 2018 heeft verweerder het bezwaar, gericht tegen de afwijzende beschikking op het verzoek om een koffiehuis/restaurantvergunning B, ongegrond verklaard.

Tegen deze beschikking heeft appellante op 13 juli 2018 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 9 november 2018 een verweerschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 februari 2019. Partijen zijn bij hun gemachtigde verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

1.1

Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat in op de dag na die waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend.

Ingevolge artikel 28, eerste lid, wordt een beroepschrift niet ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan of nadat de termijn is verstreken.

Ingevolge het derde lid blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.

1.2

De beschikking op bezwaar is gedagtekend op 31 mei 2018. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is derhalve aangevangen op 1 juni 2018 en geëindigd op 12 juli 2018. Nu appellante het beroepschrift op 13 juli 2018 heeft ingediend, is het beroep niet tijdig ingesteld.

1.3

Appellante voert als reden voor de termijnoverschrijding het volgende aan. Het beroepschrift is inderdaad een dag te laat ingediend. Verweerder heeft er echter eenentwintig maanden over gedaan om een reële beslissing te nemen op de aanvraag van appellante. Daarnaast heeft verweerder geen tijdige beslissing genomen op haar bezwaarschrift van 3 november 2017. Onder die gegeven omstandigheden moet een minieme termijnoverschrijding van een dag verschoonbaar worden geacht.

1.4

Het gerecht overweegt als volgt. Appellante heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat zij het beroepschrift zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs van haar verlangd kan worden heeft ingediend. Op grond van artikel 28, eerste lid, van de Lar dient het beroepschrift derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.. Het beroep is niet-ontvankelijk.

DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing werd gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 25 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.