Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:187

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
11-04-2019
Zaaknummer
AUA201703380
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Herstel van de situatie waarin partijen verkeren van voor de vernietigde overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 27 maart 2019 (bij vervroeging)

Behorend bij A.R. no. AUA201703380

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap

[X] OFFICEMACHINES N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. A.F. Kuster,

tegen:

de naamloze vennootschap

VALERO PALM BEACH N.V.,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: VPB,

gemachtigde: de advocaat mw. mr. J.M. de Cuba.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties;

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek, met producties;

-de op 21 november 2018 door [X] genomen akte uitlating producties.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

X] verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. VPB veroordeelt tot volledige teruggave van de onder randnummer 4 ad 2 tot en met 7 vermelde goederen, althans - voor het geval VPB niet in staat is om die goederen compleet en in goede staat terug te geven aan [X] – VPB veroordeelt om aan [X] te betalen Afl. 16.197,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 22 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

b. VPB veroordeelt in de proceskosten.

2.2

VPB voert verweer en concludeert dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, althans in geval van toewijzing daarvan tot matiging tot nihil althans tot maximaal Afl. 1.823,--, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken die meebrengen dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van VPB wordt daarom verworpen.

3.2

Vast staat tussen partijen dat [X] in opdracht van VPB tankmeetapparatuur heeft geïnstalleerd/aangelegd ten behoeve van het in Aruba te […] gelegen tankstation van VPB. Die opdracht is uitgevoerd door [X], doch niet naar tevredenheid van VPB. Het geschil tussen partijen dienaangaande is voorgelegd aan dit Gerecht, en bij vonnis van 7 juni 2017 heeft het Gerecht de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht (hierna: de overeenkomst) vernietigd op grond van wederzijdse dwaling. Die uitspraak is onherroepelijk geworden.

3.3

De hiervoor vermelde vernietiging brengt mee dat partijen zoveel als mogelijk in de toestand moeten komen te verkeren als die van voor het sluiten van de vernietigde overeenkomst, nu die als nooit bestaand heeft te gelden. Vast staat in dat verband dat VPB het aan [X] krachtens de overeenkomst betaalde geld inmiddels terug heeft gekregen van [X], en dat [X] de zogeheten Veeder Root TLS-2P Console in goede staat terug heeft gekregen van VPB. De in het verzoekschrift onder randnummer 4 ad 2 tot en met 7 vermelde goederen moeten in beginsel geheel en in goede staat door VPB terug worden gegeven aan [X].

3.4

VPB stelt in dat verband dat het voor haar onmogelijk is om de zaken als vermeld in het verzoekschrift onder randnummer 4 ad 2 tot en met ad 6 (hierna: de zaken 2 tot en met 6), omdat die zaken verloren zijn gegaan als gevolg van de enorme wateroverlast waarmee Aruba en meer in het bijzonder de locatie waar het tankstation van VPB is gelegen in omstreeks 20 november 2016 te kampen heeft gehad. VPB stelt in dit verband verder dat het voor rekening en risico van [X] komt dat bedoelde zaken verloren zijn gegaan, omdat het op de weg van [X] had gelegen om in plaats van dat alsmaar te weigeren die zaken veel eerder en nog voor voormelde wateroverlast terug in ontvangst te nemen toen VPB op 7 december 2015 de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht buitengerechtelijk had ontbonden wegens wanprestatie zijdens [X]. Het Gerecht volgt VPB niet in die door [X] bestreden stelling. Door de vernietiging van de overeenkomst op 7 juni 2017 kan van wanprestatie en een ontbinding van de overeenkomst op grond daarvan (en de daarbij behorende ongedaanmakingsverbintenissen) immers geen sprake zijn. De verplichting van [X] om bedoelde zaken terug in ontvangst te nemen ontstond eerstens op 7 juni 2017, en tot in elk geval die dag komt het verloren gaan van bedoelde zaken als gevolg van wateroverlast voor rekening en risico van VPB. Het beroep van VPB op overmacht kan haar daarom niet baten.

3.5 [

X] stelt in het licht van vorenstaande dat de onmogelijkheid voor VPB om de zaken 2 tot en met 6 geheel en in goede staat te retourneren aan [X] met zich brengt dat VPB de tussen partijen overeengekomen verkoopprijs dient te vergoeden of betalen. Het Gerecht volgt [X] niet in die door VPB bestreden stelling. Met het betalen door VPB van de verkoopprijs zou [X] niet worden gebracht in de situatie van voor het sluiten van de vernietigde overeenkomst, maar in de situatie als ware de overeenkomst onaangetast. Dat kan in beginsel niet; [X] heeft recht op betaling van hetgeen zij heeft moeten betalen voor bedoelde zaken, waaronder begrepen de bij partijen genoegzaam bekende software cd-rom en “manuals”. De nadere stelling van VPB dat zij bepaalde onderdelen van de zaken 2 tot en met 6 op enig moment al in goede staat heeft teruggeven aan [X] is in het licht van de eerste zin van de vorige rechtsoverweging zonder nadere uitleg, die evenwel ontbreekt, onbegrijpelijk. Die stelling wordt daarom gepasseerd.

3.6.1

Ter zake van de in het verzoekschrift onder randnummer 4 ad 7 vermelde zaak (de zogeheten shielded cable, hierna: de kabel) wordt het volgende overwogen. Die door [X] aan VPB geleverde kabel is door VPB zelf ondergronds aangelegd en bedekt met asfalt. De vernietiging van de overeenkomst brengt tevens mee dat VPB ook de kabel geheel intact zal moeten teruggeven aan [X], terwijl de kosten van demontage daarvan geheel voor rekening zijn van VPB. VPB wenst die kosten echter niet te dragen, en weigert mede daarom de kabel terug te geven aan [X]. VPB dient de schade die [X] daardoor lijdt te vergoeden, waarvoor dus in beginsel de prijs die [X] heeft betaald voor die kabel in aanmerking genomen moet worden. [X] heeft in dit verband echter niet of onvoldoende bestreden gesteld dat VPB de kabel in gebruik heeft genomen ten behoeve van door een derde geïnstalleerde tankmeetapparatuur van hetzelfde merk doch een modernere versie als die [X] had geleverd aan VPB. Redelijkheid en billijkheid, door welke maatstaven de verhoudingen tussen partijen worden beheerst, brengt in dat verband mee dat [X] onder deze omstandigheden recht heeft op een vergoeding gelijk aan als ware de kabel verkocht en geleverd aan VPB tegen destijds overeengekomen verkoopprijs, te weten Afl. 3,50 per voet.

3.6.2 [

X] stelt in dat verband dat zij 770 voet kabel heeft geleverd aan [X]. Die stelling heeft VPB naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende onderbouwd bestreden. Bij gelegenheid van dupliek heeft VPB met productie 12 (zijnde een verklaring van een tankmeetapparatuur-installateur) onderbouwd gesteld dat de geïnstalleerde meetapparatuur gebruikt maakt van in totaal 540 voet kabel. Dat kan zijn, maar uit die verklaring of stelling volgt niet dat er niet meer dan dat is geleverd aan VPB, die de kabel zelf heeft aangelegd. Gesteld noch is gebleken in dit verband dat bij het aanleggen of trekken van de kabel (door mantelbuizen) geen sprake was van snijverlies, en evenmin is gesteld of gebleken dat VPB alle aan haar geleverde kabel heeft gebruikt tijdens de aanleg of het trekken daarvan.

3.6.3

Vast komt te staan in het licht van vorenstaande dat [X] 770 voet kabel heeft geleverd aan VPB. Aldus is VPB te dezen (770 x 3,50 =) Afl. 2.695,-- verschuldigd is aan [X].

3.7

Het onder randnummer 7 van de conclusie van repliek gestelde behelst conclusies en/of gissingen van de zijde van [X]. Die door VPB bestreden conclusies en/of gissingen zijn geen stellingen, en worden daarom gepasseerd.

3.8

In het licht van vorenstaande heeft [X] bij haar conclusie van repliek als productie 11 een overzicht overgelegd inhoudende onder meer prijzen die [X] beweerdelijk heeft betaald voor de zaken 2 tot en met 6. Naar het oordeel van het Gerecht heeft VPB die prijzen niet of onvoldoende bestreden. De omstandigheid dat derden die zaken tegen een scherpere kostprijs hebben verkregen of kunnen verkrijgen doet niet ter zake. Aldus is VPB verder aan [X] verschuldigd (3 x 2.009,73) + 699,24 + (2 x 807,67) = Afl. 8.343,77.

3.9

De slotsom luidt dat VPB (2.695,-- + 8.343,77 =) Afl. 11.038,77 opeisbaar verschuldigd is aan [X]. In zoverre zal de vordering in hoofdsom van [X] worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen.

3.10

De vordering ter zake van wettelijke rente zal, als zijnde onbetwist, worden toegewezen als na te melden.

3.11

VPB zal, als de overwegend in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [X], tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 196,37 =) Afl. 946,37 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten, tarief 4).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt VPB om aan [X] te betalen Afl. 11.038,77, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 22 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt VPB in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [X], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 946,37 aan verschotten en

Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier.