Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:180

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-03-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
550 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van poging tot zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/07341

Zaaknummer: 550 van 2018

Uitspraak: 29 maart 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba,

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 maart 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez, advocaat in Aruba.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van Afl. 20.000,-.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, ten laste gelegd:

1.dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader’s voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp steekbewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of die [slachtoffer 1] in zijn linkerhand en/of borst en/of buik heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:259 jo artikel 1:123 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer 1],

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, te weten een darmperforatie, ernstig gekwetste bloedvaten, arbeidsongeschiktheid van zes (6) weken tot drie (3) maanden, heeft toegebracht, door met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een mes althans een op een mes gelijkend voorwerp, en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, te steken en/of te snijden, in de buik van de voornoemde [slachtoffer 1];

(artikel 2:275 lid 1 juncto artikel 1:123 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

althans meer subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, steekbewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of die [slachtoffer 1] in zijn linkerhand en/of borst en/of buik heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:275 lid 1 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans meest subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 1] heeft/hebben mishandeld, met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening immers heeft hij en of zijn mededader, verdachte, toen aldaar die [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal met een mes in zijn linkerhand en/of borst en/of buik gestoken en/of gesneden;

(artikel 2:273 lid 1 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2.dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader’s voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn linkerarm heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:259 jo artikel 1:123 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer 2],

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere doorgesneden spieren in zijn linker voorarm, langdurige arbeidsongeschiktheid, heeft toegebracht, door met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, te steken en/of te snijden, in de linker voorarm van de voornoemde [slachtoffer 2];

(artikel 2:275 lid 1 juncto artikel 1:123 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

althans meer subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, steekbewegingen in de richting van die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of die [slachtoffer 2] in zijn linkerarm heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:275 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans meest subsidiair, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 2] heeft/hebben mishandeld, met een mes althans eenmaal, met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening immers heeft hij en of zijn mededader, verdachte, toen aldaar die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal met een mes in zijn linkerarm gestoken en/of gesneden;

(artikel 2:273 lid 1 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 2 primair

Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 primair ten laste gelegde.

Het Gerecht is anders dan de officier van justitie van oordeel dat evenmin wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde. Ter toelichting dient het volgende.

Uit de zich in het dossier bevindende medische verklaring (bijlage 62) volgt dat het slachtoffer een diepe snijverwonding ter hoogte van de linker voorarm (onderarm) heeft opgelopen, welke geopereerd moest worden. De zenuwen zijn intact gebleven en meerdere spieren waren doorgesneden. Het slachtoffer is 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen geweest. Volgens de arts lag een goed herstel, wegens het niet beschadigd raken van de zenuwen, in de verwachting, maar was het te verwachten dat het slachtoffer langdurig ongeschikt zou zijn. In het dossier bevindt zich echter geen nadere informatie omtrent de daadwerkelijke arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van het gerecht niet worden vastgesteld dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De verdachte zal daarom van het subsidiair ten laste gelegde feit 2 worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader’s voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp steekbewegingen in de richting van die[slachtoffer 1]heeft gemaakt en/of die [slachtoffer 1] in zijn linkerhand en/of borst en/of buik heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 meer subsidiair

dat hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, en/ of een gebroken fles, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, steekbewegingen in de richting van die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of die [slachtoffer 2] in zijn linkerarm heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche Noord, administratienummer A-14/19 D2.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Bijlage 3

1. Een proces-verbaal van verhoor van de aangever [slachtoffer 1](in het proces-verbaal staat kennelijk abusievelijk vermeld “[verkeerde naam slachtoffer 1]”), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 juni 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier 1ste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Op 10 juni 2018, kort na 04:00 uur, liep ik samen met mijn dochter [dochter van slachtoffer 1], mijn gewezen vrouw [ex-vrouw van slachtoffer 1 ] en enkele vriendinnen van [ex-vrouw van slachtoffer 1 ] in de richting van de parkeerplaats van [naam Bar & Restaurant]. Onderweg naar de parkeerplaats van [naam Bar & Restaurant] zag ik een jongeman die een jonge vrouw aan het mishandelen was. De jongeman had een slank postuur. Hij was gekleed in een witte lange broek. Ik besloot de onbekende jonge vrouw te verdedigen. Toen ik dichtbij hun stond, had ik hen van elkaar gescheiden. Vervolgens begon de jongeman met mij te vechten. Hierna rende de jongeman de [naam Bar & Restaurant] binnen en kort hierna kwam hij naar buiten samen met een andere jonge man. Beide jongemannen renden in onze richting en ik zag dat beiden een mes in hun handen hielden. Dezelfde jongeman die met mij gevochten had, zwaaide met bedoeld mes in mijn richting, alwaar bedoeld mes mij tegen mijn linkerhand had gestoken en verwond. Hierna werd ik ook in mijn borst en mijn buik gestoken met als gevolg dat mijn darm geperforeerd werd. Mijn vriend [slachtoffer 2] kwam mij verdedigen.

Bijlage 63

2. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 6 februari 2019 van de arts dr. T.F. Petreson MD FACS General Surgeon, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer 1] werd op 10 juni 2018 naar de SEH getransporteerd nadat hij slachtoffer werd van een steekpartij. Er was sprake van enkele contusies aan het hoofd en gelaat maar met name meerdere messteekverwondingen:

1x linker handpalm

1x rechter flank/onderbuik

1x thorax

De steekverwonding ter hoogte van de rechter flank/onderbuik was ernstig. Met perforatie tot in de buikholte en had een darmperforatie veroorzaakt en bloedvaten ernstig gekwetst.

Er werd kort na aankomst in het hospitaal op 10 juni 2018 met spoed geopereerd: Steekverwonding rechter flank/onderbuik met retroperitoneale perforatie coecum en letsel arteria ileocolica, snijwond thorax en linker handpalm. Exploratieve laparotomie, rechter hemicolectomie (verwijderen van een deel van de dikke darm en dunne darm) met entero-anastomose (herstel continuïteit). Hij werd pas op 26 juni 2018 ontslagen uit het ziekenhuis.

Er moet rekening gehouden worden met minimaal 6 weken tot waarschijnlijk 3 maanden arbeidsongeschiktheid.

Bijlage 4

3. Een proces-verbaal van verhoor van de aangever [slachtoffer 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 juni 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 2], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op 10 juni 2018 bevond ik mij samen met onder meer mijn vriend genaamd [slachtoffer 1], de gewezen vrouw van [slachtoffer 1] en de dochter van [slachtoffer 1] genaamd [dochter van slachtoffer 1] in de nachtclub genaamd [nachtclub] te Noord. Omstreeks 03:45 uur verlieten wij bovengenoemde club. Wij hadden onze auto’s ten westen van [supermarkt] geparkeerd. Ik zag hoe een slanke man, een voor mij onbekende vrouw aan het mishandelen was. [slachtoffer 1] had de bedoelde onbekende man van bedoelde onbekende vrouw gescheiden. Bedoelde man begon met [slachtoffer 1] te vechten. Na het gevecht rende bedoelde onbekende man in oostelijke richting weg. Bedoelde man rende in de lokaliteit genaamd [naam Bar& Restaurant ]. Na een tijdje zag ik hoe bovengenoemde onbekende man met een andere onbekende vriend van hem uit bovengenoemde bar liep en vervolgens beiden met een mes in hun handen in westelijke richting renden. Bedoelde onbekende vriend van bovengenoemde slanke man heeft een fors postuur. Zij renden in onze richting. Op dat moment bevond ik mij met [slachtoffer 1] voor de Gym ten oosten van bovengenoemde supermarkt. Bovengenoemde mannen, beiden met een mes in hun handen, benaderden ons en bovengenoemde slanke man probeerde [slachtoffer 1] met het mes tegen de borst van [slachtoffer 1] te steken. Ik had hem met een fles tegen zijn hand waarin hij het mes vasthield (het gerecht begrijpt:) geslagen. Vervolgens (het gerecht begrijpt:) viel bovengenoemde onbekende man met bovengenoemd mes [slachtoffer 1] aan. Ik hoorde [slachtoffer 1] hard schreeuwen. Ik zag duidelijk hoe de bovengenoemde forse man [slachtoffer 1] had gestoken. Inmiddels had bovengenoemde slanke man mij met bovengenoemd mes tegen mijn linkerarm gestoken. Ik bloedde hevig uit mijn linkerarm. Ik zag dat de forse onbekende man mij ook wilde steken.

Bijlage 32

4. Een proces-verbaal van nader verhoor van de aangever [slachtoffer 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3], respectievelijk hoofdagent en agent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als nadere verklaring van de aangever [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Eerder hadden jullie mij de beelden van een video opname bij de ingang van de bar genaamd “[naam Bar & Restaurant]” getoond. Op de videobeelden zag ik dat op 10 juni 2018 omstreeks 04:08:55 uur een slanke man die de trap van bovengenoemde lokaliteit opliep en vervolgens richting de ingangsdeur van bedoelde lokaliteit toeliep. Ik herken bedoelde man als de man die op de bewuste nacht van het gebeurde met [slachtoffer 1] had gevochten en die mij met een mes had gestoken. Ik ben heel zeker hiervan. Vervolgens liep de slanke man naar binnen en kort hierna liep hij samen met een andere man buiten de lokaliteit. Bedoelde man droeg een pet op zijn hoofd en hij had een schoudertas. Ik herken bedoelde man als de man die op die bewuste nacht [slachtoffer 1] met een mes had gestoken.

Bijlage 49

5. Een proces-verbaal van spiegelconfrontatie [slachtoffer 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 2], [verbalisant 4] en [verbalisant 3], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en agenten eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

In het lopend strafrechtelijk onderzoek onder de naam “Samaritano”, werd op 24 juli 2018, de aangever [slachtoffer 2], bij de politiewacht Shaba, door middel van een confrontatiespiegel met de verdachte [verdachte] geconfronteerd.

De aangever [slachtoffer 2] verklaarde:

- dat hij de verdachte [verdachte] herkende als degene waarover hij in zijn verklaring had verklaard;

- dat de verdachte [verdachte] degene is die die bewuste nacht [slachtoffer 1] had gestoken;

Bijlage 62

6. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 6 februari 2019 van de arts dr. T.F. Peterson MD FACS General Surgeon, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer 2] werd op 10 juni 2018 naar de SEH getransporteerd nadat hij slachtoffer werd van een steekpartij.

Er was sprake van een diepe snijverwonding ter hoogte van de linker voorarm (onderarm). De snijwond was van dien aard dat er geopereerd moest worden. Meerdere spieren waren doorgesneden. Bovengenoemd persoon was opgenomen tot en met 12 juni 2018.

Bijlage 6

7. Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [dochter van slachtoffer 1 ], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 juni 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [dochter van slachtoffer 1 ], -zakelijk weergegeven-:

Op zaterdag 9 juni 2018 bevond ik mij samen met onder meer mijn vader en zijn vriend [slachtoffer 2] bij [nachtclub]. Op 10 juni 2018 omstreeks 04:00 uur verlieten wij deze nachtclub. Wij zagen dat een jongeman een meisje aan het mishandelen was. Mijn vader besloot om de jonge vrouw te helpen. Mijn vader duwde de jongenman die de jonge vrouw aan het mishandelen was. De jongeman sloeg mijn vader met zijn gebalde vuist. Hierna had mijn vader de jongeman ook geslagen. De jongeman rende in de richting van [naam Bar& Restaurant ] en kort hierna kwam de jonge man terug samen met een vriend van hem. De jongen had zijn haar in een soort bolletje vast. Toen de twee jongemannen in de richting van mijn vader liepen, zag ik dat de ene die met mijn vader had gevochten een mes in zijn handen hield. De andere jongeman hield een stuk van een afgebroken bierfles in zijn handen. Mijn vader begon weg te rennen. De jongemannen renden achter mijn vader in de westelijke richting. Gekomen ter hoogte van de supermarkt begonnen zij met mijn vader te vechten. De jongeman die eerder met mijn vader gevochten had, had mijn vader met een mes aan zijn borst gestoken en aan zijn hand. De andere jongeman die de afgebroken bierfles hield, had mijn vader aan zijn buik gestoken. De aandacht van mijn vader was op de andere jongeman met het mes. Mijn vader had de jongeman niet gezien op het moment dat hij mijn vader had gestoken aan zijn buik met de afgebroken bierfles. [slachtoffer 2] was op een gegeven moment mijn vader aan het helpen, maar [slachtoffer 2] was weggerend. Ik kan de twee jongemannen zonder probleem weer herkennen.

Bijlage 45

8. Een proces-verbaal van spiegelconfrontatie [dochter van slachtoffer 1 ] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 juli 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 2], [verbalisant 4] en [verbalisant 3], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en agenten eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

In het lopend strafrechtelijk onderzoek onder de naam “Samaritano”, werd op 24 juli 2018, de getuige [dochter van slachtoffer 1 ], bij de politiewacht Shaba, door middel van een confrontatiespiegel met de verdachte [verdachte] geconfronteerd.

De getuige [dochter van slachtoffer 1 ] verklaarde:

- dat zij de verdachte [verdachte] herkende als degene waarover zij in haar verklaring had verklaard;

- dat de verdachte [verdachte] degene is die op die bewuste nacht haar vader met een vernielde fles tegen zijn buik had gestoken.

Bijlage 13

9. Een proces-verbaal bevinding videobeelden [naam Bar& Restaurant ] & Restaurant in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 juni 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Op zondag 10 juni 2018 tussen 4:00 uur en 4:30 uur ontstond er een gevecht ter hoogte van [supermarkt] en [naam Bar & Restaurant ], waarbij twee slachtoffers werden gestoken. De eigenaar van [naam Bar & Restaurant ] heeft videobeelden ter beschikking gesteld. [naam Bar & Restaurant ] was voorzien van twee camera’s die van belang zijn en als volgt zijn omschreven:

Camera 06: filmde buiten de lokaliteit met zich in westelijke richting voor de trap voor de ingang van de lokaliteit.

Camera 07: filmde buiten de lokaliteit met zich op de voorpatio en de ingangsdeur van de lokaliteit.

Op de videobeelden van camera 06 d.d. 10-06-2018, zag ik, verbalisant, onder andere het volgende:

04:07:45 uur: ik zag een onbekende man met een pet op zijn hoofd, hij droeg een schoudertasje om zijn hals, uit de westelijke richting aankomen lopen naar de trap van de voorpatio van [naam Bar& Restaurant ].

04:09:47 uur: ik zag een andere onbekende man met een lichtkleurige/witkleurige lange broek uit de westelijke richting aankomen eerst lopend en vervolgens rennend naar de trap van de voorpatio van [naam Bar& Restaurant ].

04:09:14 uur: ik zag de onbekende man gekleed met een lichtkleurige/witkleurige lange broek en een donkerkleurig hemd vanuit de voorpatio van voornoemde lokaliteit lopen en vervolgens in de westelijke richting lopen samen met de andere onbekende man gekleed met een pet op zijn hoofd met zijn haar opgerold in een bolletje achter zijn hoofd met een schoudertas en een fles in zijn hand, achter hem aan. Op het moment dat beide onbekende mannen bij de geparkeerde auto’s zijn aangekomen begonnen zij te rennen en verder in westelijke richting kennelijk naar de parkeerplaats ter hoogte van [supermarkt] en [gym].

Op de videobeelden van camera 07 d.d. 10-06-2018, zag ik, verbalisant, onder andere het volgende:

04:07:54 uur: ik zag een onbekende man met een pet op zijn hoofd, hij droeg twee bierflessen in zijn rechterhand, vanuit de parkeerplaats lopen naar de trap van de voorpatio van [naam Bar& Restaurant ]. Vervolgens liep hij de lokaliteit binnen.

04:08:53 uur: ik zag een andere onbekende man met een lichtkleurige/witkleurige lange broek vanuit de parkeerplaats lopen naar de trap van de voorpatio van [naam Bar& Restaurant ]. Vervolgens liep hij voornoemde lokaliteit binnen.

04:09:10 uur: ik zag de onbekende man met een lichtkleurige/witkleurige lange broek vanuit de ingangsdeur van voornoemde lokaliteit lopen samen met de andere onbekende man met een pet op zijn hoofd, hij droeg een schoudertasje om zijn hals met een bierfles in zijn rechterhand naar buiten lopen. Vervolgens liepen beide onbekende mannen in de westelijke richting van de parkeerplaats.

10. De verklaring van de verdachte, op 8 maart 2019 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Ik was die bewuste nacht bij [nachtclub]. [medeverdachte ], ik noem hem [roepnaam medeverdachte ], was daar ook. Ik ben die bewuste nacht alleen naar [naam Bar& Restaurant ] gelopen. [medeverdachte ] was daarna naar [naam Bar& Restaurant ] gekomen. Hij zei dat hij buiten problemen had gekregen. Ik had die nacht mijn haar in een staart met een pet op. U toont mij de videobeelden van [naam Bar& Restaurant ] van die nacht. Op deze videobeelden is inderdaad te zien dat ik samen met [medeverdachte ] uit [naam Bar& Restaurant ] loop. Ik had twee bierflessen in mijn hand toen ik [naam Bar& Restaurant ] uit liep.

Bewijsoverwegingen

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Daartoe is – kort samengevat – aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde. De zich in het dossier bevindende verklaringen die verdachte als dader aanwijzen zijn inconsistent en onbetrouwbaar en mogen niet voor het bewijs worden gebezigd. Voorts zijn er geen gebroken flessen op de plaats delict gevonden, hetgeen reden is om te twijfelen aan de verklaring van getuigen [ex-vrouw van slachtoffer 1] en [dochter van slachtoffer 1 ]. De verdachte is na het steekincident ongedeerd met kleding zonder vlekken of scheuren teruggekeerd naar [naam Bar& Restaurant ]. Het is dan ook niet aannemelijk dat hij heeft gevochten.

Het oordeel van het Gerecht

Op grond van de bewijsmiddelen kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld. Verdachte was die avond op stap met (onder meer) een vriend, door verdachte zelf [medeverdachte ] genoemd. Buiten [nachtclub] heeft deze [medeverdachte ] zijn vriendin mishandeld, waarna het slachtoffer[slachtoffer 1]op [medeverdachte ] is afgegaan om de vriendin te hulp te schieten, waarna tussen het slachtoffer [slachtoffer 1]en [medeverdachte] een handgemeen is ontstaan. Verdachte was op dat moment al naar [naam Bar& Restaurant ] gelopen. [medeverdachte ] is vervolgens naar [naam Bar& Restaurant ] gesneld. [medeverdachte ] is daarna samen met verdachte (terug) naar het slachtoffer [slachtoffer 1]gegaan. De verdachte had op dat moment twee bierflessen bij zich. [medeverdachte ] heeft het slachtoffer [slachtoffer 1] in zijn linkerhand en in de borststreek gestoken, met een mes of een stuk stukgeslagen bierfles. Het slachtoffer [slachtoffer 2] is het slachtoffer [slachtoffer 1] te hulp geschoten door [medeverdachte] met een fles tegen zijn hand te slaan, waarna [medeverdachte ] het slachtoffer [slachtoffer 2] in zijn linkerarm heeft gestoken. De verdachte heeft met een mes of een stuk stukgeslagen bierfles het slachtoffer [slachtoffer 1] in zijn buik gestoken en daarna ook nog geprobeerd om slachtoffer [slachtoffer 2] te steken. Slachtoffer [slachtoffer 1] heeft een ernstige steekverwoning aan zijn buik opgelopen, met darmperforatie en ernstig gekwetste bloedvaten tot gevolg.

Het Gerecht acht de verklaringen van slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en getuige [dochter van slachtoffer 1 ] voor zover die voor het bewijs zijn gebezigd voldoende consistent en betrouwbaar. Deze verklaringen worden bovendien ondersteund door het overige gebezigde bewijsmateriaal, te weten de herkenningen van de verdachte door slachtoffer [slachtoffer 2] en getuige [dochter van slachtoffer 1 ] middels de enkelvoudige spiegelconfrontaties, alsmede het relaas proces-verbaal van het bekijken van de videobeelden van [naam Bar & Restaurant ] en de verklaring van de verdachte zelf. Zo heeft getuige [dochter van slachtoffer 1 ] vlak na het incident verklaard dat het haar van de tweede dader (de andere jongeman) in een soort bolletje vast zat, hetgeen overeenkomt met de op de videobeelden geconstateerde haardracht van de verdachte die nacht. Ook is op de videobeelden duidelijk te zien dat de verdachte samen met de mededader vanuit [naam Bar& Restaurant ] in de richting van de slachtoffers is gegaan, hetgeen ook door de verdachte is bevestigd en overeenkomt met de verklaringen van de slachtoffers en getuige [dochter van slachtoffer 1 ]. Het Gerecht acht de verklaring van de verdachte dat hij zelf niet betrokken was bij het steekincident gelet op het gebezigde bewijsmateriaal ongeloofwaardig.

Door de verdediging is aangevoerd dat door getuige [getuige 1], de uitsmijter van [nachtclub], is verklaard dat een groep van 7 Dominicanen achter de slachtoffers is aangegaan en dat daardoor niet uit te sluiten valt dat anderen dan verdachte betrokken waren bij de vechtpartij. Het Gerecht acht deze verklaring evenwel niet betrouwbaar, nu deze niet wordt ondersteund door de verklaringen van de slachtoffers en getuige [dochter van slachtoffer 1] en evenmin door de videobeelden van [naam Bar& Restaurant ], waarop te zien is dat de verdachte (alleen) samen met “[medeverdachte ]” in westelijke richting gaat.

Het Gerecht acht de omstandigheid dat de slachtoffers hebben verklaard dat zij zijn gestoken met messen en er in de medische verklaring betreffende slachtoffer [slachtoffer 1] melding wordt gemaakt van messteekverwondingen, terwijl de getuige [dochter van slachtoffer 1] heeft verklaard dat er met een mes en een stuk stukgeslagen bierfles werd gestoken, niet afdoen aan het bewijs. Naar het oordeel van het Gerecht kan in het midden blijven of er met (een) mes(sen) en/of (een) stuk(ken) afgebroken flessen is gestoken. Het is mogelijk dat de slachtoffers of getuige [dochter van slachtoffer 1 ] zich heeft/hebben vergist en/of in het donker niet goed heeft/hebben gezien wat voor soort steekwapens het waren. Tevens is het niet uitgesloten dat de arts op de informatie van de slachtoffers is afgegaan bij het vermelden van de messteekverwondingen of dat er daadwerkelijk met messen is gestoken.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de verdachte ook als medepleger van feit 2 kan worden aangemerkt. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking die heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij de bewezen verklaarde bijdrage van de verdachte aan het steken van slachtoffer [slachtoffer 2] van voldoende gewicht is geweest.

Het Gerecht acht ten aanzien van beide bewezen verklaarde feiten het opzet in voorwaardelijke zin aanwezig. De verdachte heeft zich gelet op de hiervoor weergegeven bewezen geachte gedragingen en het geconstateerde letsel willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer[slachtoffer 1]zou komen te overlijden en dat het slachtoffer [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1, primair:

Medeplegen van poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 juncto artikelen 1:119 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2, meer subsidiair:

Medeplegen van poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:275 juncto artikelen 1:119 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag, waarbij het slachtoffer [slachtoffer 1] meermalen in zijn linkerhand, borst en buik is gestoken. Het slachtoffer had hierdoor het leven kunnen verliezen. Het is niet aan de verdachte en zijn mededader te danken dat het slachtoffer niet dodelijk is geraakt. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot zware mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 2], waarbij dit slachtoffer in zijn linkerarm is gestoken. Slachtoffers van dergelijke misdrijven lijden vaak langdurig onder de lichamelijke en psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis. Beide feiten hebben zich bovendien op de openbare weg in het uitgaansleven voorgedaan. De verdachte is geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door dergelijk feiten in de samenleving wordt veroorzaakt, daar het feiten zijn met een agressief en gewelddadig karakter en welke feiten zich op straat hebben afgespeeld.

Dit agressieve en onaanvaardbare gedrag had tot veel ernstiger gevolgen kunnen leiden. Door zijn gedrag heeft de verdachte blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht heeft kennis genomen van uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 7 februari 2019 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte een blanco strafblad heeft.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de na te melden duur passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich op de terechtzitting in het strafproces gevoegd met een mondelinge vordering tot vergoeding van materiele schade ter hoogte van Afl. 20.000,-. De benadeelde partij heeft toegelicht dat hij een groot litteken aan zijn hand heeft overgehouden aan het steekincident. Hij ondervindt nog steeds pijn aan zijn hand en wenst zijn hand cosmetisch te laten opereren. Hij schat dat deze operatie Afl. 20.000,- zal gaan kosten.

De rechter is na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting ter kennis gebracht dat de benadeelde partij in de ochtend van 8 maart 2019, de dag van de inhoudelijke behandeling van de zaak, een schriftelijke vordering tot schadevergoeding bij de strafadministratie van het Gerecht heeft ingediend. De benadeelde partij heeft deze schriftelijke vordering evenwel niet ter terechtzitting overgelegd of daarvan melding gemaakt. Het Gerecht kan derhalve alleen uitgaan van de mondelinge vordering en de toelichting daarop zoals door de benadeelde partij ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Het Gerecht is van oordeel dat de gevorderde materiele schadevergoeding onvoldoende is onderbouwd en de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor een beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij kan daarom niet worden ontvangen in zijn vordering. De benadeelde partij kan de vordering (slechts) bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de DRIE (3) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker bijgestaan door mw. M.V. Alvarez, (zittingsgriffier), en op 29 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: