Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:174

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
AUA201701712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, deskundig-onderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0593
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 13 maart 2019

Behorend bij A.R. AUA201701712

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mrs. D. Holwerda-Munk en G.W. Rep,

tegen:

[Praktijk],

en

[gedaagde sub 2]

beide te Aruba,

GEDAAGDEN, hierna ook te noemen de Praktijk respectievelijk [gedaagde sub 2],

gemachtigde: mr. M.A. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 21 november 2018;

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 8 januari 2019 en de voortzetting op 30 januari 2019 en de toen door partijen overgelegde stukken.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

2.1

Het geschil handelt in de kern om de vraag of bij een cosmetische operatie, bestaande uit een face- en halslift en een bovenooglidcorrectie, bij [eiseres] uitgevoerd door [gedaagde sub 2], door toedoen van [gedaagde sub 2] schade is ontstaan en of [gedaagde sub 2], niet gehandeld heeft overeenkomstig de maatstaf van zorgvuldigheid van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts. Na de door [gedaagde sub 2] op 20 april 2015 uitgevoerde operatie wordt een parese van de ramus zygomaticus links geconstateerd. Volgens het door [gedaagde sub 2] en de Praktijk overgelegde advies van de arts [naam arts], uitgebracht aan de aansprakelijkheidsverzekering van [gedaagde sub 2], handelt het om een parese van de linker nervus facialis, ontstaan na de operatie. Volgens dit advies was er sprake van een veel voorkomende complicatie en is de patiënte vooraf over een dergelijk risico geïnformeerd. Deze beide onderdelen worden door [eiseres] bestreden.

2.2

Voorafgaand aan de operatie heeft [gedaagde sub 2] gesteld dat hij tweemaal met [eiseres] heeft gesproken. De eerste keer was een gesprek via Skype op 25 februari 2015 in het bijzijn van de dochter van [eiseres], en de tweede keer op 16 april 2015 in de praktijk. Volgens [gedaagde sub 2] zijn in beide gesprekken de risico’s van de ingreep besproken.

2.3

Uit de door [gedaagde sub 2] overgelegde aantekeningen van de contacten met [eiseres] blijkt niet dat op 25 februari 2015 is gesproken over operatie- c.q. behandelrisico’s. Het enige woord dat in die richting zou duiden is “info”, maar dat is verder niet toegelicht. Ook is in de aantekeningen opgenomen dat de kosten € 7.500,- zouden bedragen en verder is vermeld: “16/4 pre-op consult 10 am OK 1 pm”. Het Gerecht kan hieruit niet afleiden dat op 25 februari 2015 (behoorlijke) informatie over de aan de ingreep verbonden risico’s heeft plaatsgevonden.

2.4

In de aantekeningen is de volgende notitie die van 16 april 2015, de aanvankelijk geplande dag van de operatie. Omdat [eiseres], kennelijk als gevolg van een misverstand te laat voor de operatie verschijnt, gaat die niet door. Verder is bij die dag vermeld:

“ foto’s pre-op v

 uitleg OK v risico’s v

i.p. OK 19/4 15:00. 14:00 present, mag normaal ontbijt N vanaf 09:00”.

2.5

Volgens [gedaagde sub 2] zijn de risico’s van de operatie toen met de patiënte besproken, maar [eiseres] betwist dit. Er zijn geen risico’s besproken en zeker niet degene van een parese van een aangezichtszenuw. Het Gerecht zal bij de aan de hierna te benoemen deskundige over dit punt een specifieke vraag opnemen.

2.6

Partijen twisten voorts over de vraag of de operatie lege artis is uitgevoerd. Ook op dit onderdeel heeft het Gerecht behoefte aan deskundige voorlichting.

2.7

Partijen zijn het eens over de benoeming van prof. [naam deskundige] tot deskundige. Uit de tussen partijen gevoerde correspondentie leidt het Gerecht af dat (de verzekeraar van) [gedaagde sub 2] bereid is de helft van het door de deskundige gevraagde voorschot te betalen. Het Gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.

2.8

Ten aanzien van de aan de deskundige voor te leggen vragen hebben beide partijen voorstellen gedaan. Het Gerecht zal die vragen deels samenvatten en deels herformuleren en voorts uitbreiden met vragen die het Gerecht zelf wil stellen. De aan de deskundige voor te leggen vragen luiden dan ook als volgt:

A. informed consent:

1. Kunt u uit het medisch dossier afleiden welke informatie aan [eiseres] is gegeven voorafgaande aan de operatie?

2. Over welke risico’s dient een patiënt bij een ingreep als de onderhavige te worden geïnformeerd en op welk moment dient dat te geschieden? Kunt u vaststellen of daaraan in het onderhavige geval is voldaan? Meer specifiek: Kunt u aangeven of een patiënt geïnformeerd moet worden over het mogelijk ontstaan van een parese van een tak van de linker n. faciales? Kunt u het percentage van de gevallen aangeven waarin deze complicatie voorkomt? Wilt u uw antwoord voor zover nodig mede onderbouwen aan de hand van literatuurgegevens en de gebruiken binnen uw beroepsgroep?

3. Is uit uw praktijk of uit onderzoek bekend dat patiënten die omtrent deze complicatie behandelalternatieven risico's werden geïnformeerd om die reden van de ingreep hebben afgezien? Wat waren de gevolgen geweest indien [eiseres] van de uitgevoerde behandeling zou hebben afgezien?

4. Voldoet de vastlegging van de vooraf aan de patiënt te geven informatie in het medisch dossier aan de professionele eisen die daaraan worden gesteld?

B. de behandeling:

5. Wilt u een beschrijving geven van de behandeling die [eiseres] in het jaar 2015 bij dr. [gedaagde sub 2] heeft ondergaan?

6. Wilt u aangeven hoe een behandeling voor een ingreep waarmee [eiseres] zich wendde tot dr. [gedaagde sub 2] volgens de gangbare medische normen van 2015 eruit zou zien? Indien er over het onderwerp van de expertise medisch-wetenschappelijk uiteenlopende opvattingen bestaan, kunt u dan in hoofdlijnen uiteenzetten in welk opzicht de meningen uiteenlopen?

7. In hoeverre wijkt de gegeven behandeling (antwoord op vraag 1) af van de gangbare behandeling (antwoord op vraag 2)?

8. Heeft dr. [gedaagde sub 2] naar uw oordeel en daarbij rekening houdend met de hierboven gegeven antwoorden, bij zijn behandeling onzorgvuldig gehandeld in die zin dat hij niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam vakgenoot onder dezelfde omstandigheden verwacht had mogen worden? Wilt u dat zo uitvoerig en gemotiveerd mogelijk uitleggen en zo mogelijk relevante literatuur vermelden?

C. de gevolgen:

Indien u van mening bent dat sprake is geweest van medisch handelen, dat niet zorgvuldig is in de zin dat een redelijk bekwaam vakgenoot anders zou hebben gehandeld, dan wordt u verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

9. a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?

b. Wilt u een actuele inventarisatie van de medische voorgeschiedenis van betrokkene op uw vakgebied vermelden?

c. Wilt u bij uw antwoord op de vragen 9a en 9b aangeven welke gegevens u ontleent aan het relaas van betrokkene en welke u ontleent aan onderzoek van door de u verkregen medische gegevens?

d. Wat zijn uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

e. Wat is de diagnose op uw vakgebied?

f. Kunt u de door betrokkene aangegeven klachten en beperkingen verklaren op basis van uw onderzoeksbevindingen?

10. Wat zijn naar uw mening de gevolgen voor [eiseres] op uw vakgebied van dit in bovenvermelde zin onzorgvuldig medisch handelen? Wilt u deze gevolgen en eventuele functionele beperkingen op uw vakgebied zo concreet mogelijk weergeven en zo mogelijk uitdrukken in een percentage blijvende functionele invaliditeit met inachtneming van de laatste editie van de AMA-Guide en eventueel toepasselijke richtlijnen?

11. Is er een kans dat ook bij zorgvuldig handelen de door u vastgestelde restverschijnselen bij [eiseres] zouden zijn opgetreden? Zo ja, wilt u gemotiveerd aangeven hoe groot u die kans acht en indien mogelijk uitdrukken in een percentage, eventueel rekening houdend met een marge? Indien het niet mogelijk is een percentage te noemen, wilt u deze kans dan uitdrukken in één van de volgende termen: zeker, zeer groot, groot, klein, zeer klein, verwaarloosbaar klein? Wilt u dat zo uitvoerig en gemotiveerd mogelijk uitleggen en zo mogelijk relevante literatuur vermelden?

12. Is er thans sprake van een medische eindtoestand? Zo nee, verwacht u nog een verbetering dan wel een verslechtering ten opzichte van de huidige toestand?

a. Op welke termijn is dit te verwachten en waar is dit eventueel van afhankelijk?

b. In hoeverre zal deze verandering de op dit moment bestaande beperkingen en/of functiestoornissen beïnvloeden?

2.9

Ten aanzien van de kosten van het voorschot voor de deskundige zal het Gerecht bepalen dat beide partijen de helft van dat voorschot op de hierna aan te geven wijze moeten voldoen.

2.10

De verdere procedure zal er als volgt uitzien:

- Partijen dienen gezamenlijk een kopie van het complete procesdossier ter beschikking te stellen aan de deskundige. Het Gerecht merkt op dat hierbij ook de producties dienen te zijn gevoegd. Opmerkingen van een partij over de waarde van verschillende onderdelen in dat procesdossier zijn niet toegestaan;

- Partijen dienen te zorgen voor tijdige betaling van de voorschotten op de hieronder aan te geven wijze;

- Partijen hebben de gelegenheid om op de conceptrapportage van de deskundige opmerkingen te maken en eventueel verduidelijkende vragen aan de deskundige te stellen;

- Nadat de deskundigenrapportage definitief is en is ingediend bij het Gerecht, hebben partijen de gelegenheid om een conclusie na deskundigenbericht te nemen. Daarna komt de zaak opnieuw voor vonnis.

2.11

Het Gerecht wijst erop dat partijen op grond van artikel 174b lid 3 Rv wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het Gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het Gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.12

Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan onmiddellijk afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.13

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht

3.1

beveelt een onderzoek door een deskundige;

3.2

benoemt tot medisch deskundige:

[Naam deskundige],

verbonden aan de Bergmankliniek en het UMC te Groningen, Nederland,

Telefoon: [telefoon nummer]

E-mail: [emailadres].

3.3

draagt de medisch deskundige op antwoord te geven op de vragen zoals genoemd onder 2.8 van dit vonnis;

3.4

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundigen het volgende:

- binnen drie weken na de datum van deze beslissing dient door de deskundige een begroting van de kosten op te worden geven aan de griffie van het Gerecht, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,

- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,

- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij het gerecht bezwaar maken tegen de begroting,

- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,

- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;

3.5

bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot dienen over te maken

- op het bankrekeningnummer:

[bankrekeningnummer] (Awg)

t.n.v. gemeenschappelijk hof van justitie

CARIBBEAN MERCANTILE BANK

CAYA BETICO CROES 53

ORANJESTAD, ARUBA

SWIFT CODE: [code]

onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport zaak AUA201701712" en wel binnen vier weken na deze beslissing;

3.6

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

3.7

bepaalt dat partijen het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.8

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.9

wijst de deskundige er op dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact op te nemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.10

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als daarom verzocht wordt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

3.11

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van het Gerecht in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.12

bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.13

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden, en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

3.14

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 3 juli 2019,

3.15

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres] op een termijn van vier weken,

3.16

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.18

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 13 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier.