Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:164

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
09-04-2019
Zaaknummer
AUA201803208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ, verklaring voor recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 5 maart 2019

behorend bij EJ. nr. AUA201803208

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[verzoeker I] en [verzoeker II],

beide wonende in Aruba, te [adres],

VERZOEKS, hierna: de grootouders,

procederend in persoon.

Belanghebbenden:

[Belanghebbende I], hierna de moeder, wonende in Haïti,

[Belanghebbende II], hierna de vader, wonende in Brazilië,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: [naam ambtenaar].

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 10 oktober 2018,

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 5 februari 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekers in persoon en de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij [naam ambtenaar]. De moeder en de vader zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de op 24 november 2014 in [buitenland] opgemaakte geboorteakte met nummer 200215, blijkt dat op [geboortedatum] 2014 uit mevrouw [belanghebbende I] is geboren de thans nog minderjarige [naam minderjarige], van wie [belanghebbende II] de vader is.

2.2

De moeder heeft op 19 mei 2018 ten overstaan van een notaris, van de standplaats [plaats] te [buitenland], verklaard dat zij volledige volmacht aan [verzoeker I en verzoeker II] verleend teneinde de zorg op zich te nemen voor haar minderjarige zoon [naam minderjarige].

2.3

De minderjarige [naam minderjarige] verblijft sinds 21 november 2017 in Aruba, woont bij verzoekers, die de grootouders zijn van de minderjarige, en gaat naar school.

3 HET VERZOEK

Verzocht wordt om afgifte van een verklaring voor recht dat de buiten Aruba opgemaakte akte met betrekking tot de minderjarige naar zijn aard vatbaar is voor opneming in de registers van de burgerlijke stand van Aruba, met het gevolg dat de minderjarige legaal op Aruba mag verblijven.

Daartoe is gesteld dat het in het belang van de minderjarige is dat voornoemde akte in Aruba wordt erkend, zodat verzoekers de verblijfsstatus van de minderjarige kunnen regelen, het een en ander conform de vereisten van de DIMAS.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht begrijpt het verzoek aldus dat het strekt tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) ter zake van voornoemde akte van 19 mei 2018. Op grond van dit artikel kan het gerecht een een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.

4.2

Voornoemde akte is echter naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar. Dit nog daargelaten de vraag of de verklaring van de moeder, zoals zij deze ten overstaan van de notaris heeft gedaan, enige wijziging in het gezag over de minderjarige met zich brengt.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 5 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.