Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:154

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-03-2019
Datum publicatie
29-03-2019
Zaaknummer
AUA201801654
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een bezwaarschrift moet worden ingediend bij het bestuursorgaan of de aangegeven dienst of instelling. De rechtsmiddelenclausule van de beschikking van 15 december 2017 vermeldt dat het bezwaarschrift ingediend dient te worden bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Uit de stukken is niet gebleken dat appellant een bezwaarschrift heeft ingediend bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Appellant heeft verder geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om ter zitting te verschijnen met een bewijsstuk dat hij dit wel heeft gedaan. Het enkel overleggen van een kopie van een bezwaarschrift met een stempel van de bezwaaradviescommissie LAR is onvoldoende om tot het oordeel te leiden dat er daadwerkelijk een bezwaarschrift bij verweerder is ingediend. Daarbij overweegt het gerecht dat op de bezwaaradviescommissie LAR geen doorzendplicht rust reeds nu deze commissie geen bestuursorgaan is. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 maart 2019

LAR nr. AUA201801654

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellant],

wonend in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

HET HOOFD DIENST BURGERLIJKE STAND EN BEVOLKINGSREGISTER,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen (Dienst Burgerlijke Stand).

PROCESVERLOOP

Bij brief van 1 december 2017, ingediend op 15 december 2017, heeft de gemachtigde van appellant verzocht om openbaarmaking krachtens de Landsverordening openbaarheid van bestuur (de Lob) van alle correspondentie van het Ministerie van Algemene Zaken inzake appellant.

Bij beschikking van 15 december 2017 is dit verzoek afgewezen.

Bij brief van 13 juni 2018 heeft appellant, tegen het uitblijven van een beschikking op een op 11 januari 2017 gedateerd bezwaarschrift, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 8 augustus 2018 een verweerschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 januari 2019. Appellant is, ondanks daartoe op correcte wijze te zijn opgeroepen, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.

Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijk kader

1.1

Op grond van artikel 10 van de Lar wordt een verzoek (tot heroverweging) aanhangig gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven of, indien de beschikking zulks vermeldt, bij de daarbij aangegeven dienst of instelling.

1.2

Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de Lar, neemt het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.

1.3

Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Lar kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 14, tweede lid, of 20, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.

Ingevolge het tweede lid wordt het uitblijven van een beslissing op een bezwaarschrift binnen de in artikel 20, eerste lid, bedoelde termijn, gelijkgesteld met een afwijzende beslissing.

De standpunten van partijen

2.1

Appellant betoogt dat verweerder niet binnen de daarvoor gestelde termijn een beslissing genomen heeft op zijn bezwaarschrift.

2.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat appellant geen bezwaarschrift heeft ingediend. Pas toen appellant een beroepschrift heeft ingediend heeft verweerder kennis genomen van een op 24 januari 2018 bij de bezwaaradviescommissie ingediend kopie van een bezwaarschrift. Uit de administratie van verweerder blijkt niet dat appellant op enig moment een bezwaarschrift heeft ingediend.

Ontvankelijkheid

3.1

Het gerecht overweegt als volgt. Een bezwaarschrift moet worden ingediend bij het bestuursorgaan of de aangegeven dienst of instelling (zie 1.1). De rechtsmiddelenclausule van de beschikking van 15 december 2017 vermeldt dat het bezwaarschrift ingediend dient te worden bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.

3.2

Uit de stukken is niet gebleken dat appellant een bezwaarschrift heeft ingediend bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Appellant heeft verder geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om ter zitting te verschijnen met een bewijsstuk dat hij dit wel heeft gedaan. Het enkel overleggen van een kopie van een bezwaarschrift met een stempel van de bezwaaradviescommissie LAR is onvoldoende om tot het oordeel te leiden dat er daadwerkelijk een bezwaarschrift bij verweerder is ingediend. Daarbij overweegt het gerecht dat op de bezwaaradviescommissie LAR geen doorzendplicht rust reeds nu deze commissie geen bestuursorgaan is.

3.3

Nu de in artikel 23, tweede lid, van de Lar (zie 1.3) omschreven situatie zich niet voordoet, is het beroep niet-ontvankelijk.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing werd gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 11 maart 2019, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.