Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:148

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
26-03-2019
Zaaknummer
AUA201802079
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, kinderalimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 12 maart 2019

behorend bij EJ nr. AUA201802079

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

DE VOOGDIJRAAD,

gevestigd in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd.

en

[naam VERWEERDER],

wonende in Nederland,

VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart.

Belanghebbende:

[NAAM BELANGHEBBENDE], de moeder.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 12 juli 2018;

  • -

    het verweerschrift zijdens de vader, ingediend op 26 oktober 2018,

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 oktober 2018, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was [naam VERTEGENWOORDIGER] en dat de moeder in persoon is verschenen. De vader is bij zijn gemachtigde voornoemd verschenen.

  • -

    de akte inhoudende financiële stukken zijdens de vader, ingediend op 27 november 2018,

  • -

    de contra-akte zijdens de Voogdijraad, ingediend op 18 december 2018,

  • -

    de akte uitlating zijdens de vader, ingediend op 29 januari 2019.

De uitspraak is

2 DE FEITEN

De thans nog minderjarige [naam MINDERJARIGE] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2012 in Nederland geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend.

3 HET VERZOEK

Het (gewijzigd) verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 600,- ingaande 1 augustus 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.

4.2

Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.

4.3

De kosten van verzorging en opvoeding

4.3.1

Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per maand bedraagt. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten van kleding en die van recreatie, zodat met de door de opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de kosten niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de kinderen die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,- (zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang).

4.3.2

Het gerecht zal rekening houden met de posten ad Afl. 350,- naschoolse opvang, ad Afl. 65,- zwemles, ad Afl. 150,- vervoer en ad Afl. 25,- voetbal, nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt door de moeder.

4.3.3

Gelet op het vorenstaande kunnen de kosten van de minderjarige worden vastgesteld op Afl. 1.040,- per maand, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.

4.4

De draagkracht van de moeder

4.4.1

Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond Afl. 4.127,61 per maand (inclusief kindertoelage). De moeder is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering (Afl. 4.925,-), bashi-premie (Afl. 1.500), reparatiepremie (Afl. 850,-) en gelijk bedrag (Afl. 1.500). Haar netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 4.858,86.

4.4.2

Wat betreft de vaste lasten gaat het gerecht ervan uit dat zij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de (onbetwiste) posten “huur” ad Afl. 1.250,- en “DOU-lening” ad Afl. 250,-.

4.4.3

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.900,-.

4.4.4

Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 4.858.86,- - Afl. 2.900,- =) Afl. 1.958,86,-, waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen.

4.5

De draagkracht van de vader

4.5.1

Uit de door de vader overgelegde loonstroken blijkt dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van € 2.479.32 hetgeen komt op afgerond Afl. 5.018,83. Bovendien verdient de vader inkomsten uit voetbal € 1.447,12 hetgeen komt op Afl. 2.929,48. Dus totaal verdient de vader afgerond Afl. 7.950,- per maand.

4.5.2

Wat betreft de vaste lasten gaat het gerecht ervan uit dat hij een bedrag van minimaal € 1.400,- per maand nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Voorts zal het gerecht ook rekening houden met de posten van “lening” ad € 361,44, “aflossing creditcard” ad € 65,-, “alimentatie dochter” ad € 230,- en “belastingschuld” ad € 190,-. Het gerecht houdt geen rekening met de overige kostenposten nu niet is gebleken dat deze prioriteit genieten boven de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige.

4.5.3

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond € 2.246,- hetgeen komt op Afl. 4.570,-.

4.5.4

Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van afgerond (Afl. 7.950,- - Afl. 4.570,- =) Afl. 3.400,- waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen.

4.6

Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 600,- per maand vanaf 1 maart 2019 in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de door de vader [NAAM VERWEERDER] met ingang van 1 maart 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam MINDERJARIGE] [NAAM VERWEERDER], geboren op [geboortedatum] 2012 in Nederland, op een bedrag van Afl. 600,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 12 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier.