Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:146

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
26-03-2019
Zaaknummer
AUA201803015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Arbeid. Werkweigering. Dringende reden voor ontslag. Geen sprake van een kennelijk onredelijk of onregelmatig ontslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 12 maart 2019

E.J. no. AUA201803015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende in Aruba,

hierna ook te noemen: verzoekster,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

tegen:

de naamloze vennootschap

MACK’S TOTAL QUALITY SERVICES N.V. h.o.d.n. TOTAL SERVICES,

gevestigd in Aruba,

hierna ook te noemen: verweerster,

gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 25 september 2018;

- het verweerschrift met producties, ingediend op 13 november 2018;

- de brief met producties van verzoekster, ingediend op 24 januari 2019;

- de pleitaantekeningen van partijen;

- de behandeling ter zitting van 29 januari 2019, waarbij zijn verschenen verzoekster in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en verweerster bijgestaan door haar gemachtigde, alsmede mevrouw [HR director] (human resources director).

1.2

Vervolgens is de datum voor de beschikking nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Verzoekster is sinds 2015 bij verweerster in dienst getreden laatstelijk in de functie van interieurverzorgster.

2.2

Bij brief van 13 februari 2018 wordt verzoekster door verweerster voor twee dagen geschorst zonder behoud van loon, omdat zij op 12 en 13 februari 2018 zonder geldige reden niet is aanvangen met haar werkzaamheden bij Ritz Carlton. Daarnaast wordt aan verzoekster bericht dat zij op 14 februari 2018 om 8:00 uur bij Ritz Carlton wordt verwacht om met haar werkzaamheden aan te vangen en dat indien zij niet verschijnt dit een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet.

2.3

Bij brief van 26 maart 2018 heeft mevrouw [HR medewerker] verslag gedaan van haar gesprek met verzoekster over hetgeen zich die dag heeft voorgedaan. In deze brief staat, voor zover hier van belang:

“(…)

A informa empleada Paniagua un biaha mas pa presenta awe 26 di Maart 2018 pa 11 or pm na cliente Ritz Carlton pa hasi e trabao di kitchen stewarding. Empleada a bolbe hanja e number di contacto di supervisor [supervisor] pa na momento cu e jega e tuma contacto cu un di nan pa raporta cu ela jega na cliente Ritz Carlton”.

2.4

Verzoekster is op 26 maart 2018 om 23:00 uur niet bij Ritz Carlton verschenen.

2.5

In de waarschuwingsbrief van 27 maart 2018 van verweerster gericht aan verzoekster staat, voor zover van belang:

Bo persona no a presenta pa traha ayera 26 di Maart 2018 na cliente Ritz Carlton manera acorda cu Bo personalmente door di mi persona na oficina di recurso human. Bo no a cumpli cu procedura tampoko pa informa bo ausencia. Bo ta ausente sin autorisacion y sin justificacion.

Ayera 26 di Maart 2018 mi persona ([HR medewerker]) a papia cubo personalmente unda cu mi instrui Bo persona cu bo lo mester presenta 26 di Maart 2018 pa traha na 11 or pm na cliente Ritz Carlton. Bo no a presenta manera acorda cubo personalmente. Tampoco bo no a comunica e motibo di bo ausencia.

Bo ausencia di trabao sin autorisacion y sin justificacion ta inacceptable. Bo no a cumpli tambe cu proceduranan pa notifica ausencia di trabao. Tambe nos ta condena e hecho cu Bo a falta di cumpli cu instruccionnan pa Bo presenta na trabao.

Tambe tin cu para riba e hecho cu Bo persona a bisami personalmente cu bo lo no presenta. Cu esaki ta nifica claramente cu bo ta nengango pa traha (Werkwiegering), nos ta recorda bo persona cu esaki ta un motibo valido pa termina bo contracto laboral immediatamente pa motibo nan urgente di nenga trabao.

Pa medio di e carta aki, nos ta yamabo un biaha mas pa bo presenta 11 or di anochi na cliente Ritz Calrton. Mi persona a dunabo number di contacto di supervisor [supervisor] y [ supervisor] pa asina bo raporta na momento cu bo a jega na cliente Ritz Carlton”.

2.6

Bij brief van 28 maart 2018 wordt verzoekster nogmaals door verweerster opgeroepen om die avond om 23:00 uur te Ritz Carlton te verschijnen om aldaar met haar werkzaamheden aan te vangen. Daarnaast wordt door verweerster aan verzoekster bericht dat indien zij niet verschijnt dit een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet.

2.7

Bij brief van 29 maart 2018 heeft verzoekster verweerster verzocht haar weer met haar werkzaamheden te laten aanvangen gedurende de reguliere werktijden nu verzoekster in verband met de verzorging van haar baby geen nachtdiensten kan werken. Daarnaast heeft verzoekster aangegeven dat zij niet gesolliciteerd heeft naar een functie met nachtdiensten.

3 HET VERZOEK

3.1

Verzoekster verzoekt bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad – een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst onregelmatig en kennelijk onredelijk is beëindigd, alsmede verweerster te veroordelen tot betaling aan verzoekster van één maand opzegtermijn van Afl. 1.711,15, drie weken cessantia-uitkering van Afl. 1.197,30 en een billijkheidsvergoeding van Afl. 10.266,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontslag tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van verweerster tot betaling van de proceskosten.

3.2

Verzoekster grondt het verzoek erop dat zij zonder geldig reden is ontslagen en dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is.

3.3

Verweerster voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van verzoekster tot betaling van de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen verschillen van mening over de datum van indiensttreding van verzoekster. Naar het oordeel van het gerecht is verzoekster, zoals verweerster stelt, met ingang van 1 oktober 2015 bij verweerster in dienst getreden. Dit blijkt uit de niet ondertekende arbeidsovereenkomst van 22 juni 2017 en de loonstroken van verzoekster. De stelling van verzoekster, dat zij op 10 januari 2015 bij verweerster in dienst is getreden, is door verzoekster op geen enkele wijze onderbouwd en blijkt nergens uit.

4.2

Voorop wordt gesteld dat een terecht gegeven ontslag nimmer onregelmatig noch kennelijk onredelijk kan zijn. Dit heeft tot gevolg dat als eerste beoordeeld dient te worden of er sprake is van een dringende reden waardoor het dienstverband per direct behoort te beëindigen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

4.3

Vast staat dat verzoekster geen gevolg heeft gegeven aan de oproep van verweerster om op 26 maart 2018 om 23:00 uur bij Ritz Carlton te verschijnen om aldaar met haar werkzaamheden aan te vangen. Ook aan de oproepen van verweerster om op 27 en 28 maart 2018 bij Ritz Carlton te verschijnen heeft verzoekster niet voldaan. De stelling van verzoekster dat zij geen graveyard shift wilde werken omdat zij altijd alleen overdag en van maandag tot en met vrijdag heeft gewerkt is door verweerster gemotiveerd betwist. Verweerster heeft in dit verband onweersproken aangevoerd dat de werktijden van verzoekster slechts wegens haar zwangerschaps- en borstvoedingsverlof tijdelijk zijn aangepast en het borstvoedingsperiode reeds in januari 2018 is verlopen. Ook bij brief van 13 februari 2018 is verzoekster twee dagen geschorst omdat zij niet bij Ritz Carlton is verschenen om aldaar met haar werkzaamheden aan te vangen.

4.4

Verzoekster was gewaarschuwd nu zij reeds bij brief van 13 februari 2018 voor twee dagen werd geschorst omdat zij niet bij Ritz Carlton is verschenen om aldaar met haar werkzaamheden aan te vangen. Bij deze brief is verzoekster medegedeeld dat werkweigering tot ontslag kan leiden. Dat verzoekster ondanks de waarschuwing bij brieven van 26, 27 en 28 februari 2018 meerdere keren geen gevolg heeft gegeven aan de oproepen van verweerster, levert naar het oordeel van het gerecht een dringende reden op ingevolge artikel 7A:1615p lid 2 sub j BW. Niet is gebleken dat er in dit geval sprake is van een kennelijk onredelijk althans onregelmatig ontslag.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen worden afgewezen.

4.6

Het gerecht acht termen aanwezig om de kosten te compenseren.

6. DE BESLISSING

Het gerecht:

- wijst het gevorderde af;

- bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Verheijen, rechter in dit gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 maart 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.