Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:14

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-01-2019
Datum publicatie
15-01-2019
Zaaknummer
AUA201802623
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) - Het gerecht ziet, gelet op hetgeen appellant heeft aangevoerd, geen gronden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het betoog van appellant dat hij onwetendheid met het recht en onbekendheid van de Lar procedure is vormt namelijk geen reden om de beroepstermijn te overschrijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 7 januari 2019

Lar nr. AUA201802623

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellant],

wonend in Aruba,

APPELLANT,

Procederend in persoon,

gericht tegen:

de Directeur van de Dienst Openbare Werken,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER.

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 4 oktober 2016 heeft appellant een verzoek om schadevergoeding ingediend. Bij beschikking van 30 maart 2017 heeft verweerder het verzoek van appellant voor verzoek om schadevergoeding te verlenen, afgewezen.

Daartegen heeft appellant (bij ongedateerde bezwaarschrift) bezwaar gemaakt.

Op 30 mei 2017 heeft verweerder een besluit genomen op het voornoemd bezwaar en zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de beslissing op het bezwaar heeft appellant op 22 augustus 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het beslissing op zijn bezwaar. Nu niet is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan zijn bevoegdheid tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen twintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 12 juli 2017. Nu het beroepschrift op 22 augustus 2018 is ingediend, is de beroepstermijn overschreden.

2.2

Bij brief van 5 september 2018 heeft het gerecht appellant in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat hij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop heeft appellant aangevoerd dat het indienen van zijn beroepschrift na het daarvoor gestelde termijn te wijten is aan zijn onwetendheid met het recht en onbekendheid van de Lar procedure.

2.3

Het gerecht ziet, gelet op hetgeen appellant heeft aangevoerd, geen gronden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het betoog van appellant dat hij onwetendheid met het recht en onbekendheid van de Lar procedure is vormt namelijk geen reden om de beroepstermijn te overschrijden.

2.4

Ingevolge artikel 32, onderdeel a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen, indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het gerecht zal dan ook als volgt beslissen.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 7 januari 2019, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.