Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:125

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
AUA201800549
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EJ. Gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats en omgang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 26 februari 2019

Behorend bij EJ nr. AUA201800549

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[VERZOEKER] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

tegen

[VERWEEERSTER] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg.

Belanghebbende:

[MINDERJARIGE], de minderjarige.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 26 februari 2019. De verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad van 3 oktober 2018,

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 4 december 2018, waaruit blijkt dat partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw [naam gemachtigde].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE BEOORDELING

2.1

Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat de ouders wel degelijk in staat zijn om met elkaar te communiceren omtrent de minderjarige. Derhalve dreigt de ontwikkeling van de minderjarige niet klem te raken tussen de ouders indien zij het gezamenlijk gezag uitoefenen. De Voogdijraad raad de ouders aan om hulp te zoeken in de vorm van een communicatie training bij DAS indien de communicatie in de toekomst slecht verloopt. De Voogdijraad adviseert om ouders gezamenlijk te belasten met het gezag.

2.2

Gelet hierop acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden de ouders in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. In het belang van de minderjarige zal het gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over haar.

2.3

Tussen partijen is niet in geschil dat de minderjarige bij de moeder zal blijven wonen.

Omgang

2.4

In het rapport van de Voogdijraad wordt een omgangsregeling bepaald tussen de vader en de minderjarige. De man is ter zitting akkoord gegaan dat de minderjarige voorlopig niet blijft slapen totdat het huis opgeknapt en veilig is.. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen. Ter zitting zijn partijen verder overeengekomen dat de minderjarige 25 december bij moeder zal zijn en 26 december en 1 januari in de ochtend bij vader.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de vader, [verzoeker], voortaan gezamenlijk met de moeder, [verweerster], het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba, zal uitoefenen,

bepaalt de hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder,

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige ingaande heden als volgt, zonder overnachting tot woonplaats vader is opgeknapt:

  • -

    elke woensdag van 17:00 -19:00

  • -

    om de weekend op zaterdag en zondag van 8:00 – 18:00,

  • -

    alle schoolvakanties door de helft verdeeld, waaronder beide ouders helft van de vakantie met de minderjarige doorbrengt,

  • -

    op de verjaardag van de minderjarige, 4 uurtjes bij de ouder die op die dag geen omgang heeft,

  • -

    op de verjaardag van de ouder, 4 uurtjes bij de ouder die op die dag geen omgang heeft,

  • -

    26 december bij de vader,

  • -

    1 januari, vanaf 8:00-13:00 bij vader,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, ter zitting van 26 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.