Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:90

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-02-2018
Datum publicatie
21-02-2018
Zaaknummer
EJ nr. 2448 van 2017 / AUA201702978
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontheffing ouderlijk gezag. Opdragen voogdij aan de stichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 6 februari 2018

Behorend bij EJ nr. 2448 van 2017 / AUA201702978

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd.

tegen

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader], de vader,

[de minderjarige 1],

[de minderjarige 2],

de minderjarigen

FUNDACION GUIA MI, de voorgestelde voogdes.

1 DE PROCEDURE

De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 5 december 2017, hierna is de zaak verwezen naar de rol van heden voor uitspraak ten aanzien van het ontheffingsverzoek.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Ingevolge artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet.

Ingevolge artikel 1:268, lid 1 BWA wordt ontheffing niet uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2, onder a tot en met d, van dit artikel.

2.2

De moeder is het niet eens met de verzochte ontheffing. Zij heeft met name bezwaar tegen het plaatsen van de minderjarigen bij een pleeggezin, omdat zij vreest dat de kinderen zich gaan hechten aan de pleegouders en dit ten koste zal gaan van haar eigen band met hen. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij bereid is om hulp te aanvaarden. Zij is bezig haar situatie langzaamaan te verbeteren. Moeder werkt vijf halve dagen en volgt in de middag een opleiding. Zij zou het liefste zien dat de kinderen gedurende de werkweek in Casa Cuna en in het weekeind bij haar verblijven. De moeder meent dan ook dat een lichtere beschermingsmaatregel meer op zijn plaats is.

2.3

Op 29 september 2017 heeft de gezinsvoogdes een rapport uitgebracht over de minderjarigen. In het rapport is – samengevat het volgende te lezen:

‘In het begin van de ondertoezichtstelling had moeder een appartement gehuurd en een baan. Kort na de beschikking van het gerecht d.d. 8 november 2016 moest moeder verhuizen. Zij had toen geen vaste verblijfplaats en heeft hierna ook haar baan verloren. De minderjarigen moesten hierdoor in Casa Cuna blijven totdat moeder een vaste verblijfplaats heeft. De gezinsvoogdes heeft moeder naar CAA verwezen voor haar drugsgebruik. Moeder heeft geen contact genomen met CAA. De moeder heeft geen inzicht in de ontwikkeling/behoeftes van de minderjarigen, noch in haar eigen handelen/levensstijl. Moeder is slechts twee keer bij de psycholoog geweest. De moeder beschikt niet over de nodige vaardigheden om de minderjarigen in een veilige omgeving op te voeden. De minderjarigen zullen hierdoor worden geplaatst in een pleeggezin. De minderjarigen voelen zich goed bij het pleeggezin. De gezinsvoogdes concludeert dat de moeder het onmogelijk maakt haar te begeleiden en dat het er niet naar uitziet dat haar houding tegenover hulpverlening zal veranderen, en dat zij ongeschikt is als gezagsdrager.’

2.3

Op grond van het rapport van de Voogdijraad en het verhandelde ter zitting is voldoende vast komen te staan dat de moeder vooralsnog onvoldoende machtig is om haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarigen te vervullen.

2.4

Nu de moeder zich tegen de ontheffing verzet, dient voorts beoordeeld te worden of zich één van de situaties genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA voordoet. De Voogdijraad stelt dat er sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 1:268 lid 2 aanhef en onder a BW, te weten dat na een ondertoezichtstelling van ten minste zes maanden met uithuisplaatsing, gegronde vrees bestaat dat deze maatregel - door ongeschiktheid of onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging of opvoeding te vervullen - onvoldoende is om de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.

2.5

Gebleken is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling thans nog onverminderd aanwezig zijn en dat er op dit moment geen redelijk mogelijkheid bestaat voor terugplaatsing van de minderjarigen bij de moeder. De moeder heeft immers zelf verklaard dat zij de minderjarigen doordeweeks niet kan opvangen omdat zij moet werken en s’ avonds moet studeren. Naar het oordeel van het gerecht kan een ouder niet kiezen wanneer hij zijn taak als ouder wenst te vervullen. Ouder ben je vanaf het moment dat je kind geboren wordt en vanaf dat moment bent je verantwoordelijk. De moeder geeft er blijk van dat ze nog niet beseft dat je een kind niet naar eigen inzichten in Casa Cuna kunt onderbrengen om de enkele reden dat dit voor haar beter uitkomt. Moeder geeft er aldus blijk van dat ze nog niet beseft wat in het belang is van de kinderen. Zij heeft vooral haar eigen belang voor ogen. Moeder zal dan ook moeten laten zien dat ze verder zal groeien in haar rol als moeder.

2.6

Nu gelet op het voorgaande aan de voorwaarden tot ontheffing genoemd in artikel 1:266 jo 1:268 lid 2 aanhef en sub a BWA is voldaan, zal het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarigen uitspreken.

2.7

In het gezag over de minderjarigen dient dan te worden voorzien. De Fundacion Guia Mi is bereid de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om de Fundacion Guia Mi te belasten met de voogdij, toewijzen.

2.8

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

5.1

ontheft de moeder [de moeder] van het gezag over [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba,

5.2

draagt aan de Fundacion Guia Mi de voogdij op over de minderjarigen voornoemd,

5.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven op 6 februari 2018 door de rechter Y.M. Vanwersch in tegenwoordigheid van de griffier.