Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:852

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
369 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft verdachte voor diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken (feit 1) en overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/03744

Zaaknummer: 369 van 2018

Uitspraak: 8 maart 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.A. Kock, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen de verdachte de onder 2 en 3 is ten laste gelegd. Haar vordering behelst voorts de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen witte mobiele telefoon van het merk “Samsung”, alsmede de onttrekking aan het verkeer van de overige inbeslaggenomen voorwerpen.

De raadsvrouw heeft conform haar overgelegde pleitnota bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. Hij op of omstreeks 31 maart 2018 in Aruba ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer:

- een mobiele telefoon van het merk Samsung (met aansluitingsnummer [mobiele telefoonnummer]) en/of

- Arubaanse identiteit kaart van aangever,

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp op de (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en/of

- die [slachtoffer] heeft geslagen met zijn/hun gebalde vuisten en/of

- met kracht die mobiele telefoon van die [slachtoffer] heeft gerukt;

(artikel 2:291 jo artikel 2:290 lid 1 jo artikel 2:289 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

2. Hij op of omstreeks 31 maart 2018 in Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een revolver, althans op een vuurwapen lijkend voorwerp, althans een soortgelijk voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 jo artikel 1 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1 lid 2 van het Vuurwapenbesluit)

3. Hij op of omstreeks 29 april 2018 in Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, onder ander een revolver van het merk Taurus en van het model 38 special, voorzien van het serienummer “[serienummer]”, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 jo artikel 1 van de Vuurwapenverordening)

3 Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak van feit 3

Het gerecht is, overeenkomstig de standpunten van de officier van de justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op of omstreeks 31 maart 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer:

- een mobiele telefoon van het merk Samsung (met aansluitingsnummer [mobiele telefoonnummer]) en/of

- een Arubaanse identiteitskaart van aangever,

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en/of

- die [slachtoffer] heeft geslagen met zijn/hun gebalde vuisten en/of

- met kracht die mobiele telefoon van die [slachtoffer] heeft gerukt;

2. hij op of omstreeks 31 maart 2018 in Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een revolver, althans op een vuurwapen lijkend voorwerp, althans een soortgelijk voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, Team Bijzondere Projecten, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 oktober 2018 gesloten en ondertekend door R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij voormeld korps.

Feiten 1 en 2:

1.

* Een proces-verbaal van aangifte, bijlage 2, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2018 gesloten en getekend door E.C. Baarh, hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 31 maart 2018 omstreeks 21:45 uur was ik bij de kruising van de Hendrikstraat en de Middenweg ter hoogte van de kledingzaak Big Bazaar. Daar stopte een blauwkleurige personenauto naast mij. De ruiten van de auto waren niet donker getint. Ik zag de chauffeur en de man die voorop als passagier zat. De passagier stapte uit de auto en benaderde mij. Hij nam een zwarte vuistvuurwapen van zijn broekriem. Hij hield het wapen in zijn rechterhand en richtte dat vuurwapen op mijn bovenlijf ter hoogte van mijn borstkast. Hij bleef het wapen op mij richten en liep dichter naar mij toe. Toen hij ongeveer op een afstand van een meter voor mij stond, zag ik dat hij het vuurwapen van hand heeft veranderd. De man zwaaide met zijn rechterhand een vuistslag met kracht naar mijn gezicht toe. Het lukte de man om mij met zijn vuistslag te schaarmeren (het Gerecht begrijpt: raken). Op dat moment hield ik mijn zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung met een beschadigde blauwe hoes en voorzien van het aansluitingsnummer [mobiele telefoonnummer]. De man rukte mijn mobiele telefoon uit mijn hand weg en stapte weer in de auto. De auto was rustig weggereden. Ik had mijn Arubaans identiteitskaart in het hoes van mijn mobiele telefoon, die werd ook weggenomen. Ik heb het gezicht van de man die mij heeft beroofd wel gezien. Als ik hem weer zie of tegenkom zal ik hem zeker herkennen.

2.

* Een nader proces-verbaal van aangifte, bijlage 4, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 april 2018 gesloten en getekend door E.C. Baarh, voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 april 2018 omstreeks 07:45 uur ontving ik een boodschap via Facebook Messenger. De boodschap had te maken met mijn weggenomen identiteitskaart. Ik heb de boodschap van een kennis van mij genaamd [getuige 3] (het Gerecht begrijpt: [getuige 3]) ontvangen. Hij zei tegen mij dat een zekere [verdachte] op zaterdagavond (het Gerecht begrijpt: 31 maart 2018) bij hem was gekomen en hem heeft gevraagd of hij een mobiele telefoon schoon kan vegen. Hij zei tegen mij dat terwijl [verdachte] hem de telefoon liet zien, hij zag dat een identiteitskaart vanuit de hoes viel. Toen hij het opraapte, zag hij dat het mijn identiteitskaart betrof. Vervolgens stuurde hij mij een foto via Facebook van mijn identiteitskaart. Op mijn beurt ging ik op de Facebook pagina opzocht naar de naam [verdachte]. Daar zag ik een foto van een man met een pet op zijn hoofd. Ik herkende de man direct als dezelfde man die mij op zaterdagavond (het Gerecht begrijpt: 31 maart 2018) heeft beroofd. Ik ga de foto van de Facebook pagina naar jullie team sturen.

3.

* Een proces-verbaal, bijlage 14, met bijlage in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 april 2018 gesloten en getekend door de verbalisanten M.M.A. Illes, L.A. Donato en D.D. Jacobs.

Op 9 april 2018 kreeg de teamchef van het Team Bijzondere Projecten een foto via Whatsapp van de aangever [slachtoffer]. Het betreft een foto van de vermoedelijke verdachte die op 31 maart 2018 de gewapende overval op hem had gepleegd.

4.

* De verklaring van de verdachte, op 15 februari 2019 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Ik herken mezelf op de Facebook-foto, die als bijlage bij het proces-verbaal van 9 april 2018 is gevoegd (bijlage 14).

5.

* Een proces-verbaal van verhoor, bijlage 31, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 april 2018 gesloten en getekend door R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, en E.C. Baarh, voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van [getuige 3], -zakelijk weergegeven-:

Van de gewapende overval die op 31 maart 2018, in de avonduren, op een jongeman die in de Middenweg aan het lopen was werd gepleegd, weet ik precies wat allemaal heeft plaatsgevonden. Op die dag kwam [verdachte] in de nabijheid van mijn woning waar verschillende jongemannen aan het “chillen” waren. Een blauwe of groene vierportiers auto zonder donker getinte ruiten kwam [verdachte] ophalen. Ongeveer 45 minuten later keerde [verdachte] terug in zijn pick-up en vroeg aan ons in het Papiamento: “Ken sa con pa reset un telefoon”? [verdachte] overhandigde mij de mobiele telefoon nadat ik hem had geantwoord dat ik wist hoe ik het kon doen. Ik begon de hoes van de telefoon weg te halen om het sim kaart en de SD kaart eruit te halen toen ik aan de onderkant een identiteitskaart van een vriend zag. Ik had de identiteitskaart stiekem in mijn broekzak verstopt zodat ik dit later aan de eigenaar terug kon geven. Daarna had ik de mobiele telefoon weer aan [verdachte] overhandigd. (Met [verdachte] wordt de verdachte [verdachte] bedoeld, opmerking verbalisanten).

Ik kreeg contact met de eigenaar van de identiteitskaart via “Facebook”. Ik had hem gebeld en in kennis gesteld van wat ik zonet heb meegemaakt.

[verdachte] had “[getuige 2]” en mij over de gewapende overval verteld.

Wij hebben het vuurwapen van [verdachte] gezien, hij had ons deze getoond.

Het is een zilverkleurige revolver kaliber .38 met bruine handvat.

5.

* Een proces-verbaal van verhoor getuige, bijlage 32, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 april 2018 gesloten en getekend door E.C. Baarh, voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

Op de bewuste datum en tijdstip bevond ik mij bij de woning van een kennis genaamd [getuige 3]. (Met [getuige 3], wordt de verdachte [getuige 3] bedoeld: opmerking verbalisant).

Wij waren op dat moment dichtbij de woning van [getuige 3]. Op een gegeven moment kwam [verdachte] bij ons. (Met [verdachte], wordt de verdachte [verdachte] bedoeld: opmerking verbalisant).

[verdachte] was in gezelschap van een voor mij onbekende jongeman. De voor mij onbekende jongeman trad op als bestuurder van de vierportiers blauwe auto waarmee zij samen daar waren gekomen. De ruiten van de auto waren niet donkergetint. [verdachte] vroeg aan ons wie een mobiele telefoon voor hem kon deblokkeren en schoonwissen. Ik hoorde “[verdachte]” tegen ons zeggen dat hij zonet een persoon had beroofd en dat hij de mobiele telefoon van deze persoon had weggenomen.

Ik zag dat [verdachte] een zwartkleurige mobiele telefoon van het merk en model Samsung J-7 in zijn handen vasthield en toonde deze aan ons.

7 Bewijsoverwegingen

Betrouwbaarheid van de verklaringen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat de verklaringen van de aangever (innerlijk) tegenstrijdig zijn en daarom niet tot het bewijs moeten worden gebezigd.

Het Gerecht overweegt als volgt.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaring van aangever tegenstrijdig is omdat hij zou hebben verklaard dat de verdachte een vuurwapen in zijn rechterhand had en dat de verdachte hem – tegelijkertijd – met die hand een vuistslag zou hebben toegediend. Het Gerecht gaat hieraan voorbij nu dit betoog berust op een onjuiste lezing van aangevers verklaring. Uit die verklaring komt naar voren dat de verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn rechterhand had maar dat hij, kort voordat hij aangever de vuistslag toediende, dat voorwerp naar de linkerhand verplaatste en met de vrijgekomen rechterhand aangever een vuistslag in het gezicht toediende.

Ook gaat het Gerecht voorbij aan het betoog dat de verklaring van aangever tegenstrijdig is omdat hij vlak na het gebeuren aan de politie zou hebben verklaard dat de aanvaller voor hem onbekend was, terwijl hij later op die avond - tijdens zijn aangifte - zou hebben verklaard verdachte te hebben herkend. Ook dit betoog berust op een onjuiste lezing van de verklaring van aangever. Aangever heeft duidelijk bij de aangifte verklaard de verdachte te zullen herkennen indien hij hem terugziet. Nergens uit die verklaring volgt dat aangever de verdachte op dat moment heeft herkend. Die herkenning heeft pas later plaatsgevonden, toen aangever - na inlichtingen van de getuige [getuige 3] te hebben bekomen - de Facebook pagina van de verdachte had opgezocht en op die pagina diens foto was tegengekomen. Aangever heeft daarover bij de politie ook nader verklaard verdachte aan de hand van die foto te hebben herkend als degene die de overval op hem had gepleegd.

Tot slot acht het Gerecht de omstandigheid dat de aangever op een detail wisselend heeft verklaard, te weten met betrekking tot het merk van de blauwkleurige personenauto waarin de verdachte zat, onvoldoende om te concluderen dat de verklaring van aangever onbetrouwbaar is te achten. Dit klemt te meer nu aangever blijkens zijn eigen verklaring voor zijn leven vreesde op het moment dat hij werd bedreigd met een vuurwapen en het onder die omstandigheden in zijn algemeenheid valt te begrijpen dat niet elk detail scherp wordt geobserveerd.

Het Gerecht acht de bestreden verklaringen van de aangever dan ook voldoende betrouwbaar en bezigt die dan ook voor het bewijs. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

8 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken ,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

9 Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

10 Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval. Hij heeft in de avonduren, terwijl het slachtoffer op straat liep, een op een vuurwapen lijkend voorwerp tevoorschijn gehaald en dat op diens bovenlichaam gericht en, terwijl hij hem tot op zeer korte afstand was genaderd, gericht gehouden. De verdachte heeft het slachtoffer vervolgens een vuistslag toegediend, waarna hij diens mobiele telefoon uit handen heeft gerukt.

De verdachte heeft met deze overval de rechtsorde ernstig geschokt en gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Als schadelijk voor het imago voor Aruba als relatief veilig land, kan de verdachte op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. De verdachte heeft met zijn gedrag getoond geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. De verdachte heeft het slachtoffer niet alleen materiële schade, maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit zijn uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 22 oktober 2018, eerder (in 2015) onherroepelijk veroordeeld voor een gewapende overval.

In het voordeel van verdachte houdt het Gerecht rekening met zijn jeugdige leeftijd, alsmede met zijn voornemen om zijn leven te beteren. De verdachte heeft in het Korrektie Instituut Aruba stappen ondernomen om voor zichzelf een betere toekomst te creëren door met gedrevenheid mee te doen aan het aangeboden studietraject, waarbij hij goede resultaten behaalt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

11 In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

A. Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen zilverkleurige revolver en drie scherpe patronen, alsmede het zwarte Airsoft pistool van het merk KWC, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Die voorwerpen zijn bij de gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

B. Teruggave aan de verdachte

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen witte mobiele telefoon van het merk “Samsung”. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:76, 1:136 en 1:224 van Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de drie (3) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in rubriek 11A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 11B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mr. L.H Hoogenbergen, zittingsgriffier, en op 8 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: