Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:835

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-11-2018
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
363 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Wilde achtervolging. Feit 1: Poging zware mishandeling. Feit 2: Gevaarzetting van veiligheid op de weg.

Samenloop van misdrijf en overtreding; afzonderlijke strafoplegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/04389

Zaaknummer: 363 van 2018

Uitspraak: 23 november 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2018 en 2 november 2018. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.A.J. van der Biezen, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. W. Bos, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 impliciet subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen de verdachte onder 1 impliciet primair is ten laste gelegd.

Zijn vordering behelst voorts de ontzegging aan de verdachte van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van twee jaren.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd naar het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op 28 april 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (werkzaam bij het KPA)

opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

als bestuurder van een personenauto

- ( telkens) met hoge of aanmerkelijke snelheid te rijden, althans met een

aanmerkelijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan

en/of

- met hoge of aanmerkelijke snelheid in te rijden op en/of te rijden in de

richting van een politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4])

en/of

- ( krachtig) te remmen en naar links te sturen terwijl een of meer politieauto’s

(met daarin [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) zich linksachter hem bevonden

en/of

- ( krachtig) naar links te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

en/of

- ( krachtig) naar rechts te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[Sr artikel 2:259 c.q. 2:275 j° 1:119]

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kan of mocht leiden:

hij op 28 april 2018 te Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (werkzaam bij het KPA) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door als bestuurder van een personenauto

- ( telkens) met hoge of aanmerkelijke snelheid te rijden, althans met een aanmerkelijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan

en/of

- met hoge of aanmerkelijke snelheid in te rijden op en/of te rijden in de richting van een politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4])

en/of

- ( krachtig) te remmen en naar links te sturen terwijl een of meer politieauto’s (met daarin [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) zich linksachter hem bevonden

en/of

- ( krachtig) naar links te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

en/of

- ( krachtig) naar rechts te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

[Sr artikel 2:255 j° artikel 1:119]

2.

hij op 28 april 2018 te Aruba op de openbare wegen, namelijk de naamloze verharde weg van [gehucht 1] naar [gehucht 2], de [a-straat], de naamloze verharde weg leidende door [gehucht 2], de [b-straat], de [c-straat], de [d-straat], de [e-straat] en/of een of meer andere openbare wegen,

als bestuurder van een personenauto zich zodanig heeft gedragen dat daardoor de veiligheid op een of meer van die wegen in gevaar werd gebracht en/of redelijkerwijs was aan te nemen dat de veiligheid op die weg in gevaar kon worden gebracht, namelijk door

- ( telkens) met hoge of aanmerkelijke snelheid te rijden, althans met een aanmerkelijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan

en/of

- door een of meermalen een rood licht te negeren

en/of

- door een of meermalen zigzaggend en/of slingerend te rijden en/of van links naar rechts te sturen en/of naar links en rechts uit te wijken voor andere auto’s en/of wisselend gebruik te maken van de linker- en rechterweghelft

en/of

- met hoge of aanmerkelijke snelheid in te rijden op en/of te rijden in de richting van een politieauto

en/of

- ( krachtig) te remmen en naar links te sturen terwijl een of meer politieauto’s zich linksachter hem bevonden

en/of

- ( krachtig) naar links te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto te rijden en/of botsen

en/of

- ( krachtig) naar rechts te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto te rijden en/of botsen;

[LWV art. 2]

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 impliciet primaire tenlastegelegde poging tot doodslag. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 impliciet subsidiair en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 28 april 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (werkzaam bij het KPA)

opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

als bestuurder van een personenauto

- (telkens) met hoge of aanmerkelijke snelheid te rijden, althans met een

aanmerkelijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan

en/of

- met hoge of aanmerkelijke snelheid in te rijden op en/of te rijden in de

richting van een politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4])

en/of

- (krachtig) te remmen en naar links te sturen terwijl een of meer politieauto’s

(met daarin [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) zich linksachter hem bevonden

en/of

- (krachtig) naar links te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

en/of

- (krachtig) naar rechts te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto (met daarin [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) te rijden en/of botsen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 28 april 2018 te Aruba op de openbare wegen, namelijk de naamloze verharde weg van [gehucht 1] naar [gehucht 2], de [a-straat], de naamloze verharde weg leidende door [gehucht 2], de [b-straat], de [c-straat], de [d-straat], de [e-straat] en/of een of meer andere openbare wegen,

als bestuurder van een personenauto zich zodanig heeft gedragen dat daardoor de veiligheid op een of meer van die wegen in gevaar werd gebracht en/of redelijkerwijs was aan te nemen dat de veiligheid op die weg in gevaar kon worden gebracht, namelijk door

- ( telkens) met hoge of aanmerkelijke snelheid te rijden, althans met een aanmerkelijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan

en/of

- door een of meermalen een rood licht te negeren

en/of

- door een of meermalen zigzaggend en/of slingerend te rijden en/of van links naar rechts te sturen en/of naar links en rechts uit te wijken voor andere auto’s en/of wisselend gebruik te maken van de linker- en rechterweghelft

en/of

- met hoge of aanmerkelijke snelheid in te rijden op en/of te rijden in de richting van een politieauto

en/of

- (krachtig) te remmen en naar links te sturen terwijl een of meer politieauto’s zich linksachter hem bevonden

en/of

- (krachtig) naar links te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto te rijden en/of botsen

en/of

- (krachtig) naar rechts te sturen en tegen een naast hem rijdende politieauto te rijden en/of botsen.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezen-verklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. impliciet subsidiair: Poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:275, eerste lid, juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Overtreding van artikel 2 van de Landsverordening wegverkeer,

strafbaar gesteld bij artikel 40, vijfde lid, van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich tijdens een wilde achtervolging schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van twee politieagenten. Voorts heeft hij de veiligheid van het verkeer op de weg in gevaar gebracht.

De verdachte is door rood licht gereden en heeft geen gevolg gegeven aan een stopteken van de politie. Als gevolg hiervan heeft de politie de achtervolging ingezet. De verdachte is met hoge snelheid (van ongeveer 120 kilometer per uur) door verschillende straten gereden, terwijl hij daarbij onder meer zigzaggend en wisselend van linker- en rechterweghelft reed. Op enig moment is de verdachte met hoge snelheid (van ongeveer 120 kilometer per uur) ingereden op een hem naderende politieauto, waarin zich twee agenten bevonden. Op een afstand van ongeveer 50 centimeter moest de agent, die de politieauto bestuurde, razendsnel uitwijken om een frontale botsing met de verdachte te voorkomen. Door met zo’n hoge snelheid op zo’n korte afstand frontaal in te rijden op een hem naderende politieauto, heeft de verdachte op z’n minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de politieagenten in deze auto. Dat er geen frontale botsing heeft plaatsgevonden dan wel dat de politieauto bij het uitwijken niet is verongelukt, is niet te danken aan het handelen van de verdachte. De verdachte is daarna met hoge snelheid door blijven rijden en heeft vervolgens plotseling geremd en is naar links afgeslagen, terwijl twee politieauto’s ongeveer twee meter achter hem reden. Door deze handeling moesten de bestuurders van de politieauto’s uitwijken ter voorkoming van een aanrijding. Ondanks dit is een van de politieauto’s tegen de achterzijde van verdachtes auto gebotst. De verdachte is desalniettemin met hoge snelheid blijven doorrijden en de politieauto’s hebben de achtervolging voortgezet. Uiteindelijk is de verdachte door een drietal politie-eenheden klem gereden.

De verdachte is door zijn laakbaar handelen geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door dergelijke feiten in de samenleving worden veroorzaakt, daar het feiten zijn met een agressief, gewelddadig en openbaar karakter. Deze feiten hebben zich namelijk op de openbare weg afgespeeld. Daarnaast heeft de verdachte het verkeer op de weg in gevaar gebracht.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde onder 1 impliciet subsidiair niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat ter zake van het feit onder 1 impliciet subsidiair een gevangenisstraf van achttien maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Voorts is het Gerecht, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde onder 2, van oordeel dat een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van twee jaren op zijn plaats is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en bijkomende straf zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:137 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op artikel 41, tweede lid, van de Landsverordening wegverkeer.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 impliciet primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 impliciet subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

ten aanzien van het onder 1 impliciet subsidiaire bewezen verklaarde feit

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de achttien (18) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit

ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de tijd van twee (2) jaren.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mr. E.M.J. Jandroep, zittingsgriffier, en op 23 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: