Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:782

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-11-2018
Datum publicatie
02-01-2019
Zaaknummer
354 en 496 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval, een afpersing en een poging afpersing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers: P-2018/03230(A) en P-2016/11018(B) (ttz gevoegd)

Zaaknummers: 354 van 2018 en 496 van 2018

Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],[adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op vrijdag, 12 oktober 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. J.A.R. Bryson en mr. S.O.R.’G. Faarup, advocaten in Aruba.

Het Gerecht heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de terechtzitting van 12 oktober 2018 gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De officier van justitie, mr. T. Akkerman, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht ter zake het in zaak A onder 1 ten laste gelegde en het in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen de verdachte in zaak A onder feit 2 ten laste is gelegd.

Zijn vordering behelst voorts de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte.

Mr. Bryson heeft ter zake zaak A bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Mr. Faarup heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde en voor zover het Gerecht het ten laste gelegde bewezen verklaart, de verdachte een straf op te leggen, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Zaak A

1. dat hij op of omstreeks 1 januari 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer:

- een auto van het merk Toyota, model Yaris met kenteken [kentekennummer 1] en/of

- een mobiele telefoon van het merk Samsung en model S-2

(met aansluitingsnummer [aansluitingsnummer]) en/of

- een geldbedrag

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of vervolgens

- met een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd:

“Saka placa, sino bala ta cai”,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(artikel 2:291 jo artikel 2:290 lid 1 jo artikel 2:289 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

EN/OF

dat hij op of omstreeks 1 januari 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van onder meer:

- een auto van het merk Toyota, model Yaris met kenteken [kentekennummer 1] en/of

- een mobiele telefoon van het merk Samsung en model S-2

(met aansluitingsnummer [aansluitingsnummer]) en/of

- een geldbedrag

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp

aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of vervolgens

- met een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd:

“Saka placa, sino bala ta cai”,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op 1 januari 2018 te Aruba

een vuurwapen en/of munitie, als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening,

voorhanden heeft gehad;

(artikel 3 van de Vuurwapenverordening)

Zaak B

hij op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een goudkleurige horloge van het merk Michael Kors,

- een paar goudkleurige oorbellen,

- een goudkleurige ringvinger,

- een mobiele telefoon van het merk Samsung Edge 6,

- een Visa kredietkaart Advantage,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een goudkleurige horloge van het merk Michael Kors,

- een paar goudkleurige oorbellen,

- een goudkleurige ringvinger,

- een mobiele telefoon van het merk Samsung Edge 6,

- een Visa kredietkaart Advantage,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk

- de voornoemde [slachtoffer 2] meermalen tegen zijn schouders duwen terwijl die [slachtoffer 2] om geld werd gevraagd,

- tegen die [slachtoffer 2] zeggen

- dat hij, de mededader, al iemand vermoord had en opgesloten was geweest en voor niemand bang was,

- dat [slachtoffer 2] niets raars moest doen en dat ze hem zouden bewaken/controleren,

- dat [slachtoffer 2] de politie niet moest bellen,

- dat ze wisten waar [slachtoffer 2] woonde en als ze hem niet konden vinden, zouden ze zijn familie iets aandoen,

- “ No hode cu nos” (vrije vertaling ES: “Bedrieg ons niet”),

- dat hij, de mededader, wist waar [slachtoffer 2] woonde en waar de familie van [slachtoffer 2] woonde en dat hij [slachtoffer 2] en zijn familie iets zou aandoen als [slachtoffer 2] zijn goederen niet aan hem gaf;

(artikel 2:294 lid 1 juncto artikel 2:289 sub a en/of artikel 2:291 leden 1 en 2 juncto artikel 2:289 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander/anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

of

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en zich daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

immers heeft hij en/of zijn mededader met voormeld oogmerk

- [ slachtoffer 2] naar de woning van [slachtoffer 2] te [adres 1] gebracht om zijn kredietkaart te halen zodat hij geld kon gaan pinnen,

- [ slachtoffer 2] naar de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Santa Cruz gebracht om geld met zijn kredietkaart te pinnen,

- [ slachtoffer 2] naar de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Paradera gebracht om geld met zijn kredietkaart te pinnen,

terwijl hij en/of zijn mededader

- de voornoemde [slachtoffer 2] meermalen tegen zijn schouders hebben/heeft geduwd terwijl die [slachtoffer 2] om geld werd gevraagd,

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd

- dat hij, de mededader, al iemand vermoord had en opgesloten was geweest en voor niemand bang was,

- dat [slachtoffer 2] niets raars moest doen en dat ze hem zouden bewaken/controleren,

- dat [slachtoffer 2] de politie niet moest bellen,

- dat ze wisten waar [slachtoffer 2] woonde en als ze hem niet konden vinden, zouden ze zijn familie iets aandoen,

- “ No hode cu nos” (vrije vertaling ES: “Bedrieg ons niet”),

- dat hij, de mededader, wist waar [slachtoffer 2] woonde en waar de familie van [slachtoffer 2] woonde en dat hij [slachtoffer 2] en zijn familie iets zou aandoen als [slachtoffer 2] zijn goederen niet aan hem gaf,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:294 lid 1 juncto artikel 2:289 sub a juncto artikel 1:119 of artikel 2:291 leden 1 en 2 juncto artikel 2:289 sub a juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat [medeverdachte 1] op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander/anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en zich daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

immers heeft hij met voormeld oogmerk

- [ slachtoffer 2] naar de woning van [slachtoffer 2] te [adres 1] gebracht om zijn kredietkaart te halen zodat hij geld kon gaan pinnen,

- [ slachtoffer 2] naar de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Santa Cruz gebracht om geld met zijn kredietkaart te pinnen,

- [ slachtoffer 2] naar de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Paradera gebracht om geld met zijn kredietkaart te pinnen,

terwijl hij

- de voornoemde [slachtoffer 2] meermalen tegen zijn schouders hebben/heeft geduwd terwijl die [slachtoffer 2] om geld werd gevraagd,

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd

- dat hij, de mededader, al iemand vermoord had en opgesloten was geweest en voor niemand bang was,

- dat [slachtoffer 2] niets raars moest doen en dat ze hem zouden bewaken/controleren,

- dat [slachtoffer 2] de politie niet moest bellen,

- dat ze wisten waar [slachtoffer 2] woonde en als ze hem niet konden vinden, zouden ze zijn familie iets aandoen,

- “ No hode cu nos” (vrije vertaling ES: “Bedrieg ons niet”),

- dat hij, de mededader, wist waar [slachtoffer 2] woonde en waar de familie van [slachtoffer 2] woonde en dat hij [slachtoffer 2] en zijn familie iets zou aandoen als [slachtoffer 2] zijn goederen niet aan hem gaf,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- met de auto van zijn broer de verdachte [medeverdachte 1]en [slachtoffer 2] te vervoeren naar respectievelijk

- de woning van [slachtoffer 2] te [adres 1],

- de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Santa Cruz,

- de pinautomaat van de Caribbean Mercantile Bank N.V. te Paradera;

(artikel 2:294 lid 1 juncto artikel 2:289 sub a juncto artikel 1:119 juncto artikel 1:124 of artikel 2:291 leden 1 en 2 juncto artikel 2:289 sub a juncto artikel 1:119 juncto artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak van het in zaak A onder feit 2 tenlastegelegde

Met de officier van justitie en de verdediging acht het Gerecht het in zaak A onder 2 ten laste gelegde feit niet bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit in zaak A en het onder 1 en 2 tenlastegelegde feit in zaak B heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A

1. dat hij op of omstreeks 1 januari 2018 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer:

- een auto van het merk Toyota, model Yaris met kenteken [kentekennummer 1] en/of

- een mobiele telefoon van het merk Samsung en model S-2

(met aansluitingsnummer [aansluitingsnummer]) en/of

- een geldbedrag

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of vervolgens

- met een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd:

“Saka placa, sino bala ta cai”,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

EN/OF

dat hij op of omstreeks 1 januari 2018 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van onder meer:

- een auto van het merk Toyota, model Yaris met kenteken [kentekennummer 1] en/of

- een mobiele telefoon van het merk Samsung en model S-2

(met aansluitingsnummer [aansluitingsnummer]) en/of

- een geldbedrag

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- en vuurwapen, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp

aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of vervolgens

- met een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd:

“Saka placa, sino bala ta cai”,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

Zaak B

1.

hij op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een goudkleurige horloge van het merk Michael Kors,

- een paar goudkleurige oorbellen,

- een goudkleurige ringvinger,

- een mobiele telefoon van het merk Samsung Edge 6,

- een Visa kredietkaart Advantage,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een goudkleurige horloge van het merk Michael Kors,

- een paar goudkleurige oorbellen,

- een goudkleurige ringvinger,

- een mobiele telefoon van het merk Samsung Edge 6,

- een Visa kredietkaart Advantage,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk

- de voornoemde [slachtoffer 2] meermalen tegen zijn schouders duwen terwijl die [slachtoffer 2] om geld werd gevraagd,

- tegen die [slachtoffer 2] zeggen:

- dat hij, de mededader, al iemand vermoord had en opgesloten was geweest en voor niemand bang was,

- dat [slachtoffer 2] niets raars moest doen en dat ze hem zouden bewaken/controleren,

- dat [slachtoffer 2] de politie niet moest bellen,

- dat ze wisten waar [slachtoffer 2] woonde en als ze hem niet konden vinden, zouden ze zijn familie iets aandoen,

- “No hode cu nos” (vrije vertaling ES: “Bedrieg ons niet”),

- dat hij, de mededader, wist waar [slachtoffer 2] woonde en waar de familie van [slachtoffer 2] woonde en dat hij [slachtoffer 2] en zijn familie iets zou aandoen als [slachtoffer 2] zijn goederen niet aan hem gaf;

2.

hij op of omstreeks 2 oktober 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander/anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

6 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Zaak A

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Afdeling Divisie Algemene Recherche, Team Bijzondere Projecten, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 juli 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij voormeld korps.

1.

Bijlage 1

* Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , pv nummer A-01/2018 , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 januari 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 2], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 januari 2018, reed ik in mijn zwartkleurige personenauto van het merk Toyota, model Yaris, samen met mijn vriend [getuige 1]. Wij kregen een botsing met een witkleurige auto. Er ontstond een discussie tussen ons en de inzittenden van deze auto. Het waren twee jongemannen en een meisje. Ik zag dat de bestuurder van de auto een zwartkleurige pistool in zijn rechterhand had. De bestuurder hield de pistool dichtbij zijn lichaam, in zijn rechter hand, vast. De bestuurder van de auto vroeg mij voor geld. De passagier van de auto rende in mijn richting en wilde in mijn auto stappen. Ik duwde hem opzij, maar het lukte hem in mijn auto te stappen. De jongen gaf meteen gas en reed tegen een hekwerk aan de overkant van de weg aan. Ondertussen stapten de bestuurder van de auto en het meisje in hun auto. Ik zag dat de passagier van de auto terug naar mijn auto kwam rennen. De bestuurder van de auto had mij met de dood bedreigd. Hij had tegen mij gezegd dat indien ik geen geld aan hem geef, hij mij zal vermoorden.

2.

Bijlage 2

* Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 januari 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 3], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Het waren in totaal drie overvallers zijnde twee mannen en een vrouw. Een van de twee mannen hield een zwarte vuurwapen in zijn rechterhand vast en alle drie eisten geld van mij. Degene die als bestuurder van de volgens mij witkleurige vierportiers auto optrad is degene die het zwarte vuurwapen tevoorschijn had gehaald en dit aan mij had getoond. Toen ik het vuurwapen zag, werd ik bang en voelde mij voor mijn leven en veiligheid bedreigd. Zij hadden mijn zwarte auto, van het merk en model Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] en mijn goudkleurige mobiele telefoon van het merk en model Samsung S-2 weggenomen.

3.

Bijlage 3

* Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 januari 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 3], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

Ik zag dat drie personen uit de witte Toyota Tercel stapten. Ik herkende overvaller 3 als [medeverdachte 2]. Ik ken haar goed omdat wij samen bij dezelfde school hadden gestudeerd. Overvallers 1 en 2 begonnen [slachtoffer 1] en mij uit te schelden en zij eisten van ons om uit de auto te stappen. Toen [slachtoffer 1] en ik uit de auto waren gestapt zei overvaller 1, die als bestuurder van de witte Toyota Tercel optrad, in een bedreigende toon: “Saka placa, sino bala ta cai”. Toen [slachtoffer 1] zag dat overvaller 2 aan de chauffeurszijde kant van zijn auto stapte en deze probeerde weg te nemen, begon hij met hem te worstelen ter voorkoming dat hij zijn auto zou stelen. Op datzelfde moment zei overvaller 1 in een bedreigende toon: “Abo keda afo” en liet mij het zwartkleurige handvat van een vuurwapen zien, die hij in de voorbroek van zijn spijkerbroek had. Toen ik het handvat van het vuurwapen zag, voelde ik mij voor mij leven en veiligheid bedreigd. Ik hoorde dat de auto van [slachtoffer 1] gestart werd. Toen ik mij omkeerde zag ik dat zijn auto tegen het hekwerk aan de overkant van de weg botste. Ik zag dat overvaller 2 uit de auto van [slachtoffer 1] was uitgestapt en samen met overvaller 3 in de witte Toyota Tercel was gestapt. Overvaller 2 stapte uit de witte Toyota Tercel en stapte meteen in de auto van [slachtoffer 1]. Wij begonnen met hem te worstelen ter voorkoming dat hij de auto zou stelen. Overvaller 2 had het voertuig van [slachtoffer 1] weggenomen.

4.

* De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3], op 12 oktober 2018 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Ik heb de zwarte Toyota Yaris op 1 januari 2018 gestolen. Ik was samen met [verdachte] (het Gerecht: de verdachte) en [medeverdachte 2] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 2]). We kregen een ongeluk met de auto en kregen een discussie met de inzittenden van de zwarte Toyota Yaris. Ik werd boos. Ik ben met de zwarte Toyota weggereden. [verdachte] reed in zijn eigen auto weg.

5.

Bijlage 18

* Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 januari 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:

[verdachte] trad op als bestuurder van zijn Toyota Tercel. Ik zag dat [verdachte] een vuurwapen tevoorschijn had gehaald. Dit had [verdachte] gedaan toen hij van de bestuurder van de zwartgelakte Toyota Yaris geld had geëist.

6.

Bijlage 12

* Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 januari 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 4] en [verbalisant 3], brigadier eerste klasse en brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 3] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 3]) kwam mij ophalen met [verdachte] (het Gerecht: de verdachte). We kregen een aanrijding met een zwarte Toyota Yaris. [medeverdachte 3] stapte in de Yaris. Hij zei tegen mij om in te stappen wat ik ook deed.

Nadat [medeverdachte 3] de Yaris de mondi inreed, stapte ik in de auto van [verdachte]. [medeverdachte 3] kwam ook hierna in de auto zitten. [verdachte] werd kwaad en zei tegen ons dat dit niet zo gaat blijven. In zijn opdracht hadden wij ook de zwarte Yaris weggenomen.

7.

* De verklaring van de verdachte [verdachte], op 12 oktober 2018 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Op die dag van de aanrijding met de zwarte Yaris trad ik op als bestuurder van mijn auto, de witte Toyota. [medeverdachte 3] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 3]) zat op de zitplaats naast de bestuurder en [medeverdachte 2] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 2]) op de achterbank.

Zaak B

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, Unit Santa Cruz, in de wettelijke vorm opmaakt en op 6 december 2016 gesloten en ondertekend door [verbalisant 5], hoofdagent bij voormeld korps.

8.

* Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 oktober 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 5], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba en ingedeeld bij de Divisie Algemene Recherche, Unit Santa Cruz, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 oktober 2016 had ik de man gevraagd om mij bij mijn woning af te zetten zodat ik mijn kredietkaart kon pakken. De twee mannen gingen voorin zitten. Toen ik thuis was aangekomen ging ik mijn kredietkaart pakken. Mijn oom zei tegen mij dat ik omstreeks 00:00 uur thuis was gekomen (het Gerecht begrijpt: in de nacht van 1 op 2 oktober 2016). Ik stapte weer in de auto en we reden weg. Onderweg begon de forse man mij om geld te vragen. De man had mij gevraagd of ik geld bij mij had. Ik zei dat ik geld voor hem kon pinnen met mijn kredietkaart. Hij bleef mij tegen mijn schouders duwen en zei steeds dat hij geld nodig had. Hij bleef mij duwen. Ik was bang geworden. Ik was zo nerveus. Ik wist niet wat deze mannen van plan waren. De man bleef mij zeggen dat hij geld nodig had. De man zei dat ze aan het “hustle” waren voor geld. De man zei dat hij al iemand had vermoord en dat hij al opgesloten was geweest en dat hij voor niemand bang was. Hierna begon de bestuurder mij ook om geld te vragen. Ik zei tegen hen dat ik geld voor hen kon gaan pinnen. Ik zei tegen hen om naar de automaat van de Caribbean Mercantile Bank te Santa Cruz te gaan. Bij de automaat aangekomen stapte ik uit de auto. Beide mannen waren in de auto gebleven. Ze zeiden tegen mij om niets raars te doen. Ze zouden mij bewaken/controleren. Ik ging het automaat hokje binnen maar het lukte niet geld te pinnen. Ik was nerveus geworden. Ik kon niet pinnen. Ik denk dat ik een verkeerd pinnummer had gezet. Ik stapte terug in de auto en zei tegen hen dat ik geen geld had gepind. De man met de fors postuur begon mij te zeggen dat ik geen problemen met hem moest zoeken. Hij zei dat hij mij zou gaan vermoorden. Hij zei om niet met hem te spelen en dat hij mij nog een kans gaf. Ik zei dat ik nog een keer zou gaan proberen. Ik zei tegen hen dat wij naar een andere automaat van de Caribbean Mercantile Bank moesten gaan. Ze begonnen meer druk op mij te zetten. De bestuurder was ook aan het praten. In de auto zeiden ze tegen mij dat ik de politie niet moest bellen. Ze zeiden tegen mij dat ze wisten waar ik woonde. Als ze mij niet konden vinden, zouden ze mijn familie iets aandoen. Ze zeiden tegen mij: “No hode cu nos”. De man bleef deze woorden minstens een paar keer herhalen. Deze keer was de forse man wel uit de auto gestapt. De man begon met mij te discussiëren. Onderweg begon hij aan mij te zeggen dat ik mijn horloge en mijn spullen aan hem moest geven. De man dreigde mij door te zeggen dat hij wist waar ik woonde, waar mijn familie woonde en zei dat hij mij en mijn familie iets zou aandoen. Zodoende had hij mij gedwongen deze dingen aan hem te geven. Ik had mijn goudkleurige horloge van het merk Michael Kors, mijn goudkleurige oorbellen, een goudkleurige ringvinger, mijn mobiele telefoon van het merk Samsung Edge 6 en mijn Visa kredietkaart Advantage aan hem gegeven.

9.

* Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1]in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 6], brigadier bij het Korps Politie Aruba en ingedeeld bij de Divisie Algemene Recherche, Unit Santa Cruz, voor zover inhoudende, als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

[verdachte] (het Gerecht: de verdachte) reed op bedoelde avond in zijn witkleurige Toyota Tercel. [verdachte] trad op als bestuurder van zijn auto en ik zat als medepassagier voorin. Bedoelde man zat op de achterbank. Een moment later kwamen wij bij de bankautomaat van CMB te Paradera. Bedoelde vent trachtte geld van zijn ATM op te nemen, maar hij had niks opgenomen omdat hij volgens hem geen geld op zijn bankrekening had. De bedoelde vent gaf mij een goudkleurige mobiele telefoon van het merk Nokia. Tevens gaf bedoelde vent mij zijn zwart en goudkleurige polshorloge. Die polshorloge heb ik thuis liggen. Vervolgens had bedoelde vent zijn oorbellen aan [verdachte] gegeven.

10.

* Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 6] en [verbalisant 5], respectievelijk brigadier en hoofdagent bij het Korps Politie Aruba en ingedeeld bij de Divisie Algemene Recherche, Unit Santa Cruz, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Ik reed die avond in de auto van mijn broer, een witte Toyota Tercel. [medeverdachte 1] (het Gerecht: de medeverdachte Koolman) en bedoelde man stapten in de auto. [medeverdachte 1] zat vooraan als medepassagier en bedoelde onbekende man zat net achter [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1]zei tegen mij om naar de woning van bedoelde man te gaan. Toen wij bij de woning van bedoelde man aankwamen, stapten [medeverdachte 1]en bedoelde man uit de auto en liepen de woning van bedoelde man binnen. Bedoelde man zei tegen [medeverdachte 1] om geld bij een bankautomaat te pinnen. [medeverdachte 1]zei tegen bedoelde man: als je mij niet betaalt, zal je zien wat er met jou gaat gebeuren. [medeverdachte 1] zei tegen bedoelde man om geen spel met hem te spelen en dat hij een man is die verschillende malen aangehouden was. Vervolgens had [medeverdachte 1] het polshorloge, de mobiele telefoon en oorbellen van bedoelde man afgepakt. Toen wij bij een bankautomaat te Santa Cruz aankwamen, stapten [medeverdachte 1] en bedoelde man uit de auto en liepen samen de bankautomaat binnen. Ik hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat bedoelde man het wachtwoord van zijn ATM pasje was vergeten. [medeverdachte 1] zei tegen mij om naar bankautomaat te Paradera te gaan. Toen wij bij een bankautomaat te Paradera kwamen, waren [medeverdachte 1] en bedoelde man weer uit de auto gestapt en liepen samen bedoelde bankautomaat binnen. [medeverdachte 1] bleef tegen bedoelde man zeggen dat hij zijn wachtwoord wel wist, maar dat hij gewoon niet door [medeverdachte 1]gejat wilde worden.

11.

* Een proces-verbaal van nader verhoor medeverdachte [medeverdachte 1]in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 5], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba en ingedeeld bij de Divisie Algemene Recherche, Unit Santa Cruz, voor zover inhoudende, als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Ik was met de mobiele telefoon en de polshorloge gebleven. De ringvinger en oorbellen had de man aan [verdachte] gegeven.

12.

Bijlage 22

Een geschrift, zijnde een ontvangstbewijs van inbeslagname van het korps Politie Aruba, inhoudende de verklaring van [verbalisant 5], dienstdoende bij de Divisie Algemene Recherche Unit Santa Cruz, van 1 november 2016:

Ik verklaar bij [verdachte] in beslag te hebben genomen: een Visa Kredietkaar van Caribbean Mercantile Bank ten name van [slachtoffer 2].

7 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Zaak A

Ten aanzien van feit 1

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 juncto artikel 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht;

Zaak B

Ten aanzien van feit 1

Afpersing, door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:294, eerste lid, juncto artikelen 2:291, tweede lid en 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafecht.

Ten aanzien van feit 2

Poging tot afpersing, door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:294, eerste lid, juncto 2:289, aanhef en onder a, juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

9 Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval, een afpersing en een poging afpersing.

Het is algemeen bekend dat de door de verdachte gepleegde feiten een grote impact op de slachtoffers hebben en dat de slachtoffers nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ervaren. De verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Als schadelijk voor het imago voor Aruba als relatief veilig land, kunnen dergelijke feiten op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het gerecht heeft acht geslagen op een uittreksel uit het algemene documentatieregister betreffende de verdachte d.d. 5 juli 2018, waaruit blijkt dat de verdachte recentelijk tot gevangenisstraffen is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. De verdachte heeft het bewezen verklaarde gepleegd in een proeftijd van twee opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen.

Dat heeft de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertig (40) maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

10. In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Ten aanzien van Zaak A

A. Teruggave aan de verdachte

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen

- Een witgelakte Toyota Tercel met zwarte getinte ruiten, zonder kenteken;

- Eén (1) zwarte mobiele telefoon van het merk en model “Digicel DL1”;

- Eén (1) blauwkleurige mobiele telefoon van het merk Samsung en

- Eén (1) zwartkleurige mobiele telefoon van het merk Blackberry.

Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

De voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Ten aanzien van zaak B

B. Teruggave aan [slachtoffer 2]

De in beslag genomen Visa Kredietkaart van Caribbean Mercantile Bank ten name van [slachtoffer 2], zal worden teruggegeven aan [slachtoffer 2] zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

C. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

Ten aanzien van de inbeslaggenomen wit kleurige personenauto van het merk Toyota model Tercel gekentekend [kentekennummer 2] zal de bewaring worden gelast ten behoeve van de rechthebbende, nu thans geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:134 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

Het Gerecht:

12.1

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A onder feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

12.2

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ter zake het in zaak A onder 1 ten laste gelegde feit en het in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

12.3

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

12.4

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

12.5

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

12.6

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de veertig (40) maanden;

12.7

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

12.8

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 10A genoemde voorwerp;

12.9

gelast de teruggave aan [slachtoffer 2] van de in rubriek 10 B genoemde voorwerpen;

12.10

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in rubriek 10C genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. M.V. Alvarez, (zittingsgriffier), en op 2 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: