Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:727

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
13-12-2018
Zaaknummer
236 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak: Verdachte heeft een jonge vrouw, die op doorreis op Aruba was en het vliegveld had verlaten op zoek naar een supermarkt, verkracht. Strafverzwarend het feit dat verdachte zich als politieagent heeft voorgedaan. Straf: Gevangenisstraf van 4 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/01041

Zaaknummer: 236 van 2018

Uitspraak: 30 november 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 in de [geboorteplaats],

wonende aan [woonadres] te Aruba,

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. de Hoogd, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Dat hij op of omstreeks 1 januari 2017 in Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

[aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], te weten

- het meermalen brengen en duwen van zijn penis in de vagina en de mond van die [aangeefster],

en welk geweld of andere feitelijkheden en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheden hierin hebben bestaan dat hij

- Tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat:

- hij een politieagent en een rechercheur is,

- zij niet zonder paspoort de luchthaven mocht verlaten,

- hij haar naar het politiebureau zou brengen om haar identiteit te verifiëren,

- zich valselijk als politieagent heeft gelegitimeerd tegenover die [aangeefster],

- die [aangeefster] niet naar een politiebureau heeft gebracht, maar naar een verlaten parkeerplaats,

- en vervolgens tegen die [aangeefster]heeft gezegd:

- “Als ik jou naar de luchthaven breng en je mij jou paspoort laat zien, dan zou dit een gunst zijn die ik jou doe. Welke gunst zal jij voor mij dan doen?”

- dat zij alleen maar twee opties had, optie één, ze doet het (bedoelend seks met de verdachte) en dan brengt hij haar naar de luchthaven, en optie twee wilde zij niet weten want zij zou dan niet meer naar Colombia kunnen gaan,

- op de vraag van die [aangeefster] “Ga jij mij vermoorden” heeft geantwoord dat zij nooit meer zou terugkeren,

- en vervolgens tegen die [aangeefster]heeft gezegd:

-“Je hebt vijf (5) minuten om te beslissen” en dat hij vervolgens elke minuut die voorbij ging bleef aandringen,

- na drie (3) minuten agressiever is geworden en deed alsof hij een vuurwapen uit het dashboardkastje ging pakken,

- en vervolgens tegen die [aangeefster]heeft gezegd:

-“Maak je geen zorgen, wij van de politie moeten altijd gewapend zijn”.

- om zelf haar kleren uit te trekken,

- dat zij alles moest uittrekken anders zou zij van daar niet uit komen,

- dat hij niets voelde en dat het haar schuld was omdat zij geen ja had

gezegd en dat hij daardoor geen zaadlozing kon krijgen, dat hij niet klaar zou komen en indien hij niet klaar kwam dit niet zal eindigen,

- die [aangeefster]beval om zijn penis te zuigen zodat hij weer een erectie kon krijgen,

- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale uitingen van die [aangeefster]dat zij geen seks met hem wilde hebben en

- aldus voor die [aangeefster]een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Dat hij op of omstreeks 1 januari 2017 in Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

[aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], te weten

- het meermalen brengen en duwen van zijn penis in de vagina en de mond van die [aangeefster],

en welk geweld of andere feitelijkheden en/of welke bedreiging met geweld en/of andere feitelijkheden hierin hebben bestaan dat hij tegen die [aangeefster]heeft gezegd dat:

- hij een politieagent en een rechercheur is,

- zij niet zonder paspoort de luchthaven mocht verlaten,

- hij haar naar het politiebureau zou brengen om haar identiteit te verifiëren,

- zich valselijk als politieagent heeft gelegitimeerd tegenover die [aangeefster],

- die [aangeefster] niet naar een politiebureau heeft gebracht, maar naar een verlaten parkeerplaats,

- en vervolgens tegen die [aangeefster]heeft gezegd:

- “Als ik jou naar de luchthaven breng en je mij jou paspoort laat zien, dan zou dit een gunst zijn die ik jou doe. Welke gunst zal jij voor mij dan doen?”

- dat zij alleen maar twee opties had, optie één, ze doet het (bedoelend seks met de verdachte) en dan brengt hij haar naar de luchthaven, en optie twee wilde zij niet weten want zij zou dan niet meer naar Colombia kunnen gaan,

- op de vraag van die [aangeefster] “Ga jij mij vermoorden” heeft geantwoord dat zij nooit meer zou terugkeren,

- en vervolgens tegen die [aangeefster]heeft gezegd:

-“Je hebt vijf (5) minuten om te beslissen” en dat hij vervolgens elke minuut die voorbij ging bleef aandringen,

- na drie (3) minuten agressiever is geworden en deed alsof hij een vuurwapen uit het dashboardkastje ging pakken,

- en vervolgens tegen die [aangeefster] heeft gezegd:

-“Maak je geen zorgen, wij van de politie moeten altijd gewapend zijn”.

- om zelf haar kleren uit te trekken,

- dat zij alles moest uittrekken anders zou zij van daar niet uit komen,

- dat hij niets voelde en dat het haar schuld was omdat zij geen ja had

gezegd en dat hij daardoor geen zaadlozing kon krijgen, dat hij niet klaar zou komen en indien hij niet klaar kwam dit niet zal eindigen,

- die [aangeefster] beval om zijn penis te zuigen zodat hij weer een erectie kon krijgen,

- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale uitingen van die [aangeefster] dat zij geen seks met hem wilde hebben en

- aldus voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd- en Zeden Politie, administratienummer A01/17, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 augustus 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], hoofdagent bij voormeld korps.

* Bijlage 2 bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 januari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster [aangeefster], -zakelijk weergegeven-:

Gisteren, 31 december 2016, was ik samen met andere passagiers met de vlucht van United Airlines vanuit Chicago, in Aruba gearriveerd met als doorreis, Bogota. Na registratie kregen wij te horen dat wij onze vlucht naar Bogota hadden gemist waardoor wij tot de volgende dag moesten wachten om naar Colombia te kunnen reizen. Hierdoor bleef ik met mijn bagage in de luchthaven slapen. De volgende dag wilde ik wat spullen kopen en verliet de luchthaven op zoek naar een supermarkt. Terwijl ik in de richting van de supermarkt liep werd ik door een man benaderd. Hij reed in een witkleurige vierdeurs auto, type Sedan met getinte ruiten. Hij zei tegen mij, politie en zei vervolgens dat ik hem mijn identiteitsbewijs moest laten zien. Ik zei dat ik mijn paspoort niet bij me had en dat ik die bij de luchthaven had achtergelaten. Hij zei dat ik niet de luchthaven mocht verlaten zonder paspoort. Hij zei dat hij de politie zou bellen om mij te komen halen om mijn identiteit te verifiëren. Ik wilde niet dat hij mij naar de politiewacht zou brengen. Hij stapte uit de auto en vroeg naar mijn gegevens en deed alsof hij die aan het verifiëren was via zijn telefoon. Daarna zei hij dat hij mij naar de politiewacht zou brengen waardoor ik naar zijn legitimatiebewijs vroeg. Hij had mij gezegd dat hij een rechercheur is. Hij haalde toen een legitimatiebewijs uit zijn portemonnee. Het legitimatiebewijs was licht oranje van kleur, had zijn foto erop en had de woorden “Aruba” en “Ministerio de Justicia. Ik dacht dat hij een politieagent was en daarom stapte ik in zijn auto. Hij zei tegen mij dat hij mij naar de politiewacht zou brengen maar had mij in plaats hiervan naar een verlaten parkeerplaats gebracht. Hij zei hierna tegen mij, “Als ik jou naar de luchthaven breng en je mij jou paspoort laat zien, dan zou dit een gunst zijn die ik jou doe”. Welke gunst zal jij voor mij dan doen?. Ik zei tegen hem dat ik geen seks met hem wilde. Ik smeekte hem om mij terug naar de luchthaven te brengen. Hij zei dat ik alleen twee opties had, Eén, of ik doet het en dan brengt hij mij naar de luchthaven of, hij zei dat ik de tweede optie niet wilde weten want ik zou niet meer naar Colombia kunnen gaan? Ik vroeg hem, “ga je mij vermoorden?”. Hij zei tegen mij dat ik nooit meer zou terugkeren. Daarna zei hij, “Je hebt vijf minuten om te beslissen”, en hij bleef mij elke minuut die voorbij ging, opdringen. Toen drie minuten voorbij gingen was hij agressiever geworden en zei dat de tijd eindigde. Hij deed toen alsof hij een wapen uit de dashboardkastje ging pakken. Hij zei hierna tegen mij, “Maak je geen zorgen, wij van de politie moeten altijd gewapend zijn”. Ik was toen aan het huilen. Ik voelde mij bedreigd en was bang dat hij mij zou vermoorden. Hij zei dat ik zelf mijn kleren moest uittrekken. Ik moest mijn broek naar beneden trekken tot halverwege mijn dijbeen en hij had deze verder naar beneden getrokken. Hij zei dat ik alles moest uittrekken anders zou ik van daar niet uit komen. Hij had hierna zijn broek uitgetrokken. Hij begon mij te penetreren. Terwijl hij bezig was zei hij dat hij niets voelde en dat het mijn schuld was doordat ik geen ja had gezegd en dat hierdoor hij geen zaadlozing kon krijgen. En indien hij niet klaar zal komen dat dit niet zal eindigen. Hij beval mij om zijn penis te zuigen zodat hij weer een erectie kon krijgen. Hij kreeg uiteindelijk een goed gevoel en kreeg een zaadlozing. Ik smeekte hem om mij naar de luchthaven te brengen. Hij kleedde zich aan en bracht me naar de luchthaven terug. Toen wij richting de luchthaven terug kwamen zei hij dat hij politie was en dat niemand mocht weten wat er was gebeurd want anders zou hij erachter komen en ik zou het dan slecht hebben in zijn handen. Bij het uitstappen zag ik dat de kentekenplaat van de auto de nummers [kentekennummer] had.

* Bijlage 3 bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 mei 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als bevinding [kentekennummer] bij Wayaca Supermarkt, -zakelijk weergegeven-:

Ter plaatse aangekomen van de Wayaca Supermarkt zag ik dat er buiten camera’s hingen. Ik vroeg de eigenaar van de supermarkt om de beelden terug te laten zien. Te zien was dat in de morgenuren van 1 januari 2017, een vrouw vanuit de westelijke richting naar het supermarkt kwam aanlopen en vlak daarna de witte Chevrolet Optra getekend [kentekennummer] naast haar stopte en met iemand in de auto begon te praten. De bestuurder parkeerde de auto, stapt uit en gaat met de vrouw praten. Vervolgens stappen allebei in de auto en de auto rijdt weg.

* Bijlage 4 bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 februari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als bevinding personalia en foto’s, -zakelijk weergegeven-:

Op 2 januari 2017 in verband met verder onderzoek, nam ik verbalisant telefonisch contact me de Sectie Centrale Post, ter controle van het kentekenplaat nummer [kentekennummer]. De centrale Post deelde mij dat voornoemd kentekenplaat geregistreerd staat op een witkleurige auto, “Chevrolet” model Optra, en op naam staat van [verdachte], wonende te [woonadres verdachte], op Aruba.

* Bijlage 8 bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 februari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en brigadier bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding Chevrolet Optra [kentekennummer], -zakelijk weergegeven-:

Wij, verbalisanten zien een witte Chevrolet Optra voorzien van kentekenplaat nummer [kentekennummer] op de zandweg vlak voor perceel [woonadres verdachte] geparkeerd staan. Deze auto komt overeen met de witte auto die op de videobeelden van de Wayaca Supermarkt, op 1 januari 2017 is te zien. Dit is duidelijk te zien aan de kleur, het model van de auto, de donker getinte ruiten en model en kleur van de sportvelgen.

* Bijlage 22 bij het proces-verbaal van Seccional de Investigación Criminal e Interpol Bucaramanga, oorspronkelijk in de Spaanse taal opgemaakt door Colombiaanse autoriteiten en vertaald door Stronks translations N.V. in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 april 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 3], intendente de la Policia Nacional de Colombia, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van meervoudige foto confrontatie, -zakelijk weergegeven-:

Op 25 april 2018, verscheen mevrouw [aangeefster], bij de Districtsofficier van Justitie 31 van Bucaramanga. Aan slachtoffer wordt een fotoblad getoond, die bestaat uit zes kleurenfoto’s van personen met vergelijkbare kenmerken. Het slachtoffer wordt gevraagd of onder deze foto’s zich de foto bevindt van de persoon die de feiten waarop dit onderzoek betrekking heeft, heeft gepleegd. Het slachtoffer wijst foto nummer 3 aan en verklaart dat zij er zeker van is dat de man die op die foto staat, degene was die de verkrachting op 1 januari 2017 in Aruba heeft gepleegd.

*Bijlage 7 bij het rechtshulpverzoek van 10 januari 2018 van het Openbaar Ministerie Aruba aan het Ministerio de relaciones Exteriores in Bogota betreft een fotoblad met 6 foto’s. Het GEA bevestigt dat foto nummer 3 die door het slachtoffer is aangewezen verdachte is.

*Een NFI rapport nr. 2018.05.07.127 d.d. 5 juli 2018, opgemaakt door Ing. J.L.W. Dieltjes, als bijlage gevoegd bij het hiervoor vermelde dossier, als relatering van die deskundige:

Vraagstelling:

Korps Politie Aruba heeft verzocht onderzoeksmateriaal AAK16411NL, AAK16412NL en AAK16413NL (afkomstig van het lichaam van aangeefster) te onderzoeken op aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA. Dit onderzoeksmateriaal is vergeleken met het referentiemonster wangslijmvlies van aangeefster RABF3685NL en het referentiemonster wangslijmvlies van verdachte RAB17958NL.

De bemonstering AAK16412NL#01 (buitenste schaamlippen) bevat sperma dat afkomstig kan zijn van verdachte vermengd met celmateriaal dat afkomstig is van het slachtoffer zelf. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

De bemonstering AAK16413NL#01 (diep vaginaal) bevat sperma dat afkomstig kan zijn van verdachte, vermengd met celmateriaal dat afkomstig is van aangeefster. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel van verdachte is kleiner dan één op één miljard.

6 Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde verkrachting zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat beide verklaringen van aangeefster op veel punten tegenstrijdig zijn en als onbetrouwbaar dienen te worden beschouwd.

Het Gerecht overweegt als volgt. Uit de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van aangeefster van 4 januari 2017, volgt dat zij op 31 december 2016 op doorreis was in Aruba. Omdat zij haar verbindingsvlucht naar Bogota had gemist, moest zij op Aruba blijven tot haar volgende vlucht op 1 januari 2017. Aangeefster besluit om de luchthaven te verlaten op zoek naar een supermarkt. Toen zij bij ‘Wayaca Mini Market’ arriveerde, werd zij benaderd door verdachte. Verdachte doet zich voor als een politieagent en vraagt naar haar legitimatie. Onder valse voorwendselen stapt aangeefster in de auto van verdachte, die vervolgens naar een afgelegen plaats rijdt. Daar bedreigt verdachte aangeefster verbaal en wekt hij de indruk dat hij een vuurwapen uit het dashboardkastje wilt pakken. Aangeefster wordt aldus gedwongen om haar kleding uit te trekken, waarna verdachte haar heeft gepenetreerd.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het Gerecht voldoende bewijs aanwezig voor de verklaring van aangeefster. Zo kan uit de videobeelden van de supermarkt worden vastgesteld dat het aangeefster is, die in de auto van verdachte stapt. Aangeefster onthoudt het kentekennummer en deze auto blijkt op naam van verdachte te staan. Verder herkent aangeefster verdachte zonder aarzeling uit een meervoudige foto confrontatie en is sperma van verdachte aangetroffen op en in haar lichaam.

De verdachte heeft steeds ontkent aangeefster te hebben verkracht. Hij verklaart zich van die dag niks te herinneren, maar weet wel dat hij de nacht ervoor een fles whisky heeft gedronken. Hij heeft geen plausibele verklaring gegeven voor het feit dat zijn sperma is aangetroffen op en in het lichaam van aangeefster.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan de tenlastegelegde verkrachting van de aangeefster heeft schuldig gemaakt.

7 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

9 Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een jonge vrouw, die slechts op doorreis was in Aruba. Verdachte heeft onder valse voorwendselen om de legitimatie van aangeefster gevraagd en zich voorgedaan als een politieagent teneinde haar in zijn auto te lokken. Hierna heeft hij haar naar een afgelegen plaats gebracht, haar daar bedreigd en geen gehoor gegeven aan haar smeekbede om haar te laten gaan. De verdachte heeft alleen oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeften en niet nagedacht over de ernstige gevolgen voor aangeefster. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de psychische, geestelijke en lichamelijke integriteit van aangeefster. Slachtoffers van een dergelijk misdrijf lijden vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis. Aangeefster heeft zelf aangegeven nooit meer naar Aruba te willen terug komen. Dit is slecht voor het imago van Aruba als vakantie bestemming.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Alles overwegend is het gerecht van oordeel dat een gevangenisstraf van hierna aan te geven duur, passend en geboden is.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:13 en 1:62 , zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. DE BESLISSING

Het Gerecht:

11.1

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feit zoals hiervoor omschreven heeft begaan;

11.2

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

11.3

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

11.4

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de vier (4) jaren;

11.5

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch, bijgestaan door mw. L.H. Hoogenbergen, (zittingsgriffier), en op 30 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

Arubaanse strafzaak: Verdachte heeft een jonge vrouw, die op doorreis op Aruba was en het vliegveld had verlaten op zoek naar een supermarkt, verkracht. Strafverzwarend het feit dat verdachte zich als politieagent heeft voorgedaan. Straf: Gevangenisstraf van 4 jaren.