Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:726

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
13-12-2018
Zaaknummer
364 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak: Verdachte veroordeeld voor de verkoop van verdovende middelen vanuit zijn woning. Straf: Gevangenisstraf van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/04400

Zaaknummer: 364/18

Uitspraak: 30 november 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1958 inde [geboorteplaats],

wonende Aruba, [woonadres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2018 en 9 november 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, advocaat mr. J.F.M. Zara.

De officier van justitie, mr. W. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

dat hij in of omstreeks de periode van het jaar 2013 tot en met 29 april 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in bezit of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

3 Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De raadsman heeft betoogd dat er sprake is van normschending in de zin van artikel 413 lid 5 sub b Sv. Volgens de raadsman heeft de politie op 9, 10 en 15 september 2017 drugsverslaafden [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] waargenomen bij het groene huisje waar verdachte woont, maar hen pas verhoord op 4, 5 en 6 oktober 2017. Om deze reden mogen de verklaringen van deze getuigen niet als bewijs worden gebruikt.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Zonder nadere toelichting, die evenwel ontbreekt, vermag het gerecht niet in te zien welke norm door de politie geschonden is. Er is immers geen rechtsregel die voorschrijft dat getuigen, die aanvankelijk als verdachten zijn aangemerkt, aanstonds na de aanhouding dienen te worden gehoord. Dit verweer faalt dan ook.

4 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

dat hij in of omstreeks de periode van het jaar 2013 tot en met 29 april 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in bezit of aanwezig heeft gehad;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Unit Georganiseerde Criminaliteit administratienummer A-70/2017 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 november 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier, bij voormeld korps, bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale recherche, Unit georganiseerde Criminaliteit, Administratienummer A-32/18 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 mei 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier bij voormeld korps en bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Unit Georganiseerde Criminaliteit administratienummer A-84/2017 in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 november 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 2], onderinspecteur 1e klasse bij voormeld korps.

* Een proces-verbaal, bijlage 13 /pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 september 2017, gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant -zakelijk weergegeven-:

Op 15 september 2017 werd met bevel van officier van Justitie mr. W. Gerretschen, van 10.25 uur tot en met 13.05, door het personeel van Bureau Operationele Expertise, bij een groen geverfd huis, gelegen achter Panaderia Moderna te Oranjestad, al waar verdovende middelen worden verkocht, geobserveerd. De woning is een fel groen geverfd oude Arubaanse woning met wit geverfde houten scharnieren ramen en deuren. Bij een later onderzoek is gebleken dat deze woning geregistreerd staat op adres [woonadres verdachte]. Door de leden van het Bureau Operationeel Expertise werd gedurende de tijd dat zij aan het observeren waren, geconstateerd dat er verschillende mensen/kopers bij perceel [woonadres verdachte] aankwamen. Van al die mensen (kopers) die werden gezien dat zij bij het perceel [woonadres verdachte] waren gegaan, om kennelijk verdovende middelen te kopen, lukte het tactische team om de navolgende kopers aan te houden:

[getuige 4] geboren op Aruba op [geboortedatum getuige 4], ter zake overtreding van de bepalingen van de Landsverordening verdovende Middelen.

Bij verdachte werd een klein stukje op cocaïne gelijkende steentje aangetroffen.

[getuige 5], geboren op [geboortedatum getuige 5], ter zake overtreding van de bepalingen van de Landsverordening verdovende Middelen.

Bij verdachte werd een klein plastic zakje inhoudende op cocaïne gelijkende substantie aangetroffen.

[getuige 6], geboren op [geboortedatum getuige 6], ter zake overtreding van de bepalingen van de Landsverordening verdovende Middelen.

In de auto van verdachte werd een doorzichtig plastic inhoudende op cocaïne gelijkende substantie aangetroffen.

[getuige 7], geboren op [geboortedatum getuige 7], ter zake overtreding van de bepalingen van de Landsverordening verdovende Middelen.

In de rechterbroekzak van verdachte werden 4 kleine beige op cocaïne gelijkende steentjes aangetroffen.

*Een proces-verbaal, wegen en testen verdachte [getuige 4], bijlage 47 , pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 september 2017, opgemaakt en gesloten op 15 september 2017 door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant -zakelijk weergegeven:

1. steentje van 0.9 gram, met de fieldtest positief getest op de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten.

*Een proces-verbaal, wegen en testen verdachte [getuige 5], bijlage 49 , pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 15 september 2017 door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant -zakelijk weergegeven:

1. steentje van 1,1 gram, met de fieldtest positief getest op de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten.

*Een proces-verbaal, wegen en testen verdachte [getuige 6], bijlage 50 , pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 16 september 2017 door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant -zakelijk weergegeven:

1. steentje van 1,1 gram, met de fieldtest positief getest op de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten.

Een potje inhoudende genomen monster zal later verzonden worden naar de gerechtelijke deskundige A.A. Diaz, toxicoloog, met het verzoek om na te gaan of de inhoud van dit potje onder de bepalingen van de landsverordening verdovende middelen valt.

Dit potje is voorzien van opschrift:

‘UNIT GEORG CRIM’ .

*Deskundigenrapport van Bureau Forensisch technische Onderzoeken d.d. 22 september 2017 opgemaakt door toxicoloog drs. A.A. Diaz voor zo ver van belang inhoudende:

Onderwerp: narcoticaonderzoek

Opschrift “UNIT GEOR CRIM’

Zaak; ‘ PAN’

Verdachte: [getuige 6]

Monster bevat cocaïne

*Een proces-verbaal, wegen en testen verdachte [getuige 7], bijlage 51 , pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 15 september 2017 door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant -zakelijk weergegeven:

1. steentje van 1,1 gram, met de fieldtest positief getest op de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten.

Een potje inhoudende genomen monster zal later verzonden worden naar de gerechtelijke deskundige A.A. Diaz, toxicoloog, met het verzoek om na te gaan of de inhoud van dit potje onder de bepalingen van de landsverordening verdovende middelen valt.

Dit potje is voorzien van opschrift:

‘UNIT GEORG CRIM’ .

*Deskundigenrapport van Bureau Forensisch technische Onderzoeken d.d. 22 september 2017 opgemaakt door toxicoloog drs. A.A. Diaz voor zo ver van belang inhoudende:

Onderwerp: narcoticaonderzoek

Opschrift “UNIT GEOR CRIM’

Zaak; ‘ PAN’

Verdachte: [getuige 7]

Monster bevat cocaïne

* Een proces-verbaal van verklaring van [getuige 4] en [getuige 8], bijlage 83 /pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en 19 september 2017, gesloten en getekend door [verbalisant 4], onderinspecteur bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verbalisant:

Op 15 september 2017 werd binnengetreden in het groen geverfde huis gelegen achter ‘Panaderia Moderna’ te Oranjestad, alwaar verdovende middelen worden verkocht. Bij aankomst werden buiten enkele personen aangetroffen. Met twee van hen werd gesproken over hun aanwezigheid daar. Hun verklaringen werden door de hoofdagent 1e klasse [verbalisant 5] en de brigadier [verbalisant 6] in concept opgenomen, door de getuigen ondertekend en die van [getuige 4]luidde als volgt:

Heden was ik van plan om verdovende middelen te kopen. Hier wonen Papo en [echtgenote verdachte]. Zij zijn nu uitlandig. Nu verkoopt een jongen die ik ‘Gordo’ noem. Hij is familie van [echtgenote verdachte] en Papo. Ik ben in maart 2016 verdovende middelen bij deze mensen gaan kopen. Ik koop altijd bij [echtgenote verdachte] Ik heb een probleem met Papo.

* Een proces-verbaal van verklaring van [verbalisant 4], bijlage 76 /pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 september 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verdachte:

Ik stapte voor de bakkerij La Moderna uit om naar de groene huis te gaan voor mijn verdovende middelen te kopen. Het is nu ongeveer een jaar dat ik naar het groene huis ga om mijn cocaïne steentjes te kopen. Ik heb zowel van de mannelijke als de vrouwelijke persoon mijn steentjes gekocht. Ik denk dat deze mensen ongeveer drie jaar bezig zijn met de verkoop van verdovende middelen bij dat groene huis.

* Een proces-verbaal van verklaring van [getuige 5], bijlage 77 /pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 september 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, de verklaring van verdachte:

Ik werd aangehouden voor de katholieke kerk in Oranjestad. Ik had drugs gekocht bij het huis gelegen achter de bakkerij Panaderia Moderna die groen is van kleur. Het is nu een jaar dat ik mijn cocaïne poeder bij dat groene huis koop. Ik denk dat zij zeker drie jaar bezig zijn verdovende middelen bij dat groene huis te verkopen.

* Een proces-verbaal van verklaring van verdachte [getuige 1], bijlage 84 /pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 oktober 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verdachte:

O: Gedurende een onderzoek van een huis gelegen achter ‘Panaderia Moderna’ te Oranjestad alwaar verdovende middelen werden verkocht, werd geobserveerd dat jij daar vermoedelijk verdovende middelen ging kopen. De woning is een fel groen geverfd Arubaanse woning met wit geverfde houten scharnieren ramen en deuren.

V: Wat is jouw reactie daarop?

A: het is de waarheid. Iedereen weet dat daar drugs worden verkocht. Heel Aruba weet dat daar drugs worden verkocht.

O: Aan de verdachte werd fotoblad 1 getoond, alwaar voornoemde woning te zien is.

V: Wat kan jij over dit huis verklaren?

A: Dat huis is van Papo en [echtgenote verdachte]. Ik weet dat Papo heel veel naar Santo Domingo reist. Als Papo er niet is, is [echtgenote verdachte] er wel.

V: Vanaf wanneer koop jij jouw verdovende middelen daar?

A: Heel veel jaren. Ik kan de jaren niet tellen, maar het zijn er heel veel.

V: Koop jij de verdovende middelen elke keer bij dezelfde persoon?

A: Soms koop ik bij Papo, als hij er is. Want hij reist veel. Ik koop ook bij [echtgenote verdachte] en ook bij andere personen die soms vanuit het huis verkopen.

O: Aan de verdachte werd fotoblad nummer 2 getoond alwaar een mannelijke persoon te zien is. Ik verbalisant merk op dat de man op de foto [verdachte], geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende te [woonadres verdachte] is.

V: Wie is de persoon op fotoblad 2?

A: Ja, dat is Papo. Ik ken zijn werkelijke naam niet. Ik ken hem als Papo. Ik heb heel veel keren drugs van hem gekocht.

*Een proces-verbaal van verklaring van verdachte [getuige 2] , bijlage 85 /pv nummer A70/2017., in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 oktober 2017, gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verdachte:

O: Aan de verdachte werd fotoblad nummer 1 getoond, alwaar voornoemde woning te zien is.

V: Wat kun je over dit huis verklaren?

A: Dit is het huis van “[echtgenote verdachte]’ en ‘Papo’. Daar koop ik mijn drugs. Ik heb bij die woning van ‘[echtgenote verdachte]’ en van ‘Papo’ drugs gekocht.

V: vanaf wanneer koop jij jouw verdovende middelen bij deze woning?

A: Heel veel jaren. Vanaf toen ik 14 jaar oud was koop ik bij hun.

(GEA: [getuige 2] is geboren op [geboortedatum getuige 2] en was in 2002 14 jaar oud)

O: Aan de verdachte werd fotoblad nummer 2 getoond alwaar een mannelijke persoon te zien is. Ik verbalisant merk op dat de man op de foto [verdachte], geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende te [woonadres verdachte] is.

V: Wie is de persoon op fotoblad 2?

A: Dat is Papo. Zijn naam zelf is [verdachte], zijn achternaam weet ik niet.

*Een proces-verbaal van verklaring van verdachte [getuige 3], bijlage 86/pv nummer A70/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 oktober 2017, gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verdachte:

O: Gedurende een onderzoek van een huis gelegen achter ‘Panaderia Moderna’ te Oranjestad alwaar verdovende middelen werden verkocht, werd geobserveerd dat jij daar vermoedelijk verdovende middelen ging kopen. De woning is een fel groen geverfd Arubaanse woning met wit geverfde houten scharnieren ramen en deuren.

V: Wat is jouw reactie daarop?

A: Dat is het huis van ‘Papo’.

V: vanaf wanneer koop jij jouw verdovende middelen bij deze woning?

A: ik koop daar meer dan een jaar bij ‘Papo’ en ‘[echtgenote verdachte]’

O: Aan de verdachte werd fotoblad nummer 2 getoond alwaar een mannelijke persoon te zien is. Ik verbalisant merk op dat de man op de foto [verdachte], geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende te [woonadres verdachte] is.

V: Wie is de persoon op fotoblad 2?

A: Dat is Papo. Bij hem heb ik veel drugs gekocht.

*Een proces-verbaal van verklaring van verdachte [verdachte], bijlage 3/pv nummer A32/18, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 april 2018, gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent 1e klasse en [verbalisant 7], hoofdagent 1e klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van verdachte:

Mensen noemen mij Papo. Ik woon op het adres [woonadres verdachte].

Ik woon daar ongeveer 18 jaren.

*Een proces-verbaal van verklaring van [echtgenote verdachte], bijlage 13/pv nummer a84/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 november 2017, gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier en [verbalisant 2], onderinspecteur 1e klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, verklaring van [echtgenote verdachte]:

Ik ben getrouwd met [verdachte]. Ik woon al 18 jaar samen met hem en we zijn dit jaar getrouwd. Ik woon te [woonadres verdachte].

Papo is de eigenaar van de woning.

V: Wie bedoel je met Papo?

A: Mijn echtgenoot [verdachte]. Zo wordt hij genoemd.

*Het extractvonnis d.d.22 februari 2018 in de zaak met parketnummer P-2017-10383. Hieruit volgt dat [echtgenote verdachte] veroordeeld is tot 12 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 lid 1 sub C van de Landsverordening Verdovende Middelen in de periode 16 november 2016 tot 16 november 2017.

6 Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. Volgens de raadsman is de intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte van onvoldoende gewicht.

Voor medeplegen van een strafbaar feit in de zin van artikel 1:123, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba is vereist dat de verdachte daartoe met een of meer andere personen nauw en bewust samenwerkt. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit, maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verschillende gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip, waarbij aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat het in Aruba onder drugsgebruikers bekend was dat verdachte en zijn echtgenote [echtgenote verdachte] vanuit hun woning aan de [woonadres verdachte] verdovende middelen verkochten. Het enkele feit dat verdachte niet in Aruba was ten tijde van het planmatige observeren en de huiszoeking, leidt niet tot de conclusie dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De tenlastelegging ziet op een periode van 5 jaar waarin verdachte en zijn vrouw vanuit hun huis dagelijks verdovende middelen verkochten. Anders dan de raadsman heeft betoogd is het gerecht van oordeel dat er geen reden bestaat om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de hiervoor weergegeven verklaringen van drugsgebruikers. Uit hun verklaringen volgt dat zij verdachte en zijn echtgenote [echtgenote verdachte] al geruime tijd kennen en zij herkenden hen ook van getoonde foto’s. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, komt het beeld naar voren dat de getuigen geruime tijd op regelmatige basis cocaïne (steentjes) kochten bij verdachte en zijn echtgenote. Het gerecht heeft geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen te twijfelen. Nu de periode niet precies aangeduid kan worden acht het gerecht bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode zich schuldig heeft gemaakt aan de verkoop van verdovende middelen.

Met de raadsman is het gerecht evenwel van oordeel dat de wettige bewijsmiddelen geen aanknopingspunten bieden om medeplegen te bewijzen. Onbekend is immers op welke wijze [echtgenote verdachte] en verdachte hun handel hadden georganiseerd en wat ieders taak hierin was. Het enkele feit dat zij zich beiden bezig hielden met de verkoop van verdovende middelen is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking.

7 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 lid 1 onder C van de Landsverordening Verdovende Middelen in de periode 2013 tot en met 29 april 2018,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

9 Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop de hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende lange tijd bezig gehouden met de verkoop van verdovende middelen en hiermee gebruikers gefaciliteerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat verdovende middelen schadelijk zijn voor de gezondheid en crimineel gedrag in de hand kunnen werken.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De gezondheid van verdachte laat te wensen over, maar gesteld noch gebleken is dat hij detentieongeschikt is.

Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte al eerder onherroepelijk voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf gelijk aan die van zijn echtgenote [echtgenote verdachte] derhalve van 12 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:117 en 1:224 Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

Het Gerecht:

11.1

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

11.2

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

11.3

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

11.4

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

11.5

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de twaalf (12) maanden;

11.6

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch, bijgestaan door L. Hoogenberg (zittingsgriffier), en op 30 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba .

Arubaanse strafzaak: Verdachte veroordeeld voor de verkoop van verdovende middelen vanuit zijn woning. Straf: Gevangenisstraf van 12 maanden.