Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:700

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
B.B. AUA201800698
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, schuldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 november 2018

Behorend bij B.B. AUA201800698

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

GCA AUTO SALES N.V.,

gevestigd in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: GCA,

gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,

tegen:

[gedaagde],

wonende in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 13 juni 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2018. GCA is toen ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. [naam werknemer] (financieel directeur van GCA). [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd - GCA mede aan de hand van toegelaten nadere producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

GCA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren betalingsbevel [gedaagde] beveelt om aan GCA te betalen Afl. 1.649,88, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2017 tot aan de algehele voldoening en (2) Afl. 375,-- aan vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte, kosten rechtens.

2.2 [

gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door GCA verzochte.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Niet in geschil is tussen partijen dat GCA ten behoeve van de verzekering van een door [gedaagde] bij GCA gekochte auto Afl. 2.199,89 aan premie heeft betaald aan Nagico Insurance. GCA stelt in dat verband dat zij dat heeft gedaan met goedkeuring van [gedaagde], en dat tussen partijen is afgesproken dat [gedaagde] dat bedrag zou terugbetalen aan GCA in termijnen van ieder Afl. 550,01. [gedaagde] stelt daartegenover dat zij (1) nooit bedoelde toestemming heeft gegeven aan GCA, (2) dat zij zelf voormeld bedrag aan premie heeft betaald aan Nagico Insurance en (3) dat GCA zich naar Nagico Insurance moet wenden omdat GCA voormeld bedrag onverschuldigd heeft betaald aan Nagico Insurance.

3.2

Het hiervoor geschetste verweer van [gedaagde] mist naar het oordeel van het Gerecht voldoende grondslag of onderbouwing, en wordt daarom verworpen. GCA heeft immers onbestreden gesteld dat [gedaagde] uitvoering heeft gegeven aan de gemaakte afspraken door betaling van de eerste overeengekomen termijn ad Afl. 550,01. Daar komt bij dat [gedaagde] geen bewijs van betaling heeft overgelegd waaruit kan blijken dat zij de premie ad Afl. 2.199,89 heeft betaald aan Nagico Insurance zoals door haar gesteld, terwijl [gedaagde] overigens geen levering van bewijs heeft aangeboden. Bij dit alles komt tot slot dat GCA onbestreden heeft gesteld dat zij (net als alle ander autodealers) tussenpersoon is van Nagico Insurance, en dat zij als zodanig met betrekking tot [gedaagde] heeft gehandeld toen zij de bij partijen genoegzaam bekende auto kocht van GCA.

3.3

De slotsom luidt dat als onvoldoende bestreden vast komt te staan dat [gedaagde] (2.199,89 minus 550,01 =) Afl. 1.649,88 opeisbaar verschuldigd is aan GCA. Het in hoofdsom door GCA gevorderde zal daarom worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de over dat bedrag verzochte wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan, nu [gedaagde] die nevenvordering niet heeft bestreden.

3.4

Ter zake van de door GCA verzochte vergoeding voor kosten van voldoening buiten rechte wordt het volgende overwogen. De stelling van [gedaagde] dat partijen die vergoeding niet zijn overeengekomen mist voldoende feitelijke grondslag in het licht van de onbestreden stelling van GCA dat artikel 16 van haar tussen partijen toepasselijke algemene voorwaarden (zoals ter zitting overgelegd) bepaalt dat dit nu juist wel het geval is. Daar komt bij dat GCA ter zitting heeft gesteld dat zij [gedaagde] meermalen heeft aangemaand om tot betaling over te gaan, en dat zij dat in redelijkheid heeft mogen doen terwijl het te dezen van [gedaagde] gevorderde bedrag ook redelijk is. Die stelling heeft [gedaagde] niet (nader) bestreden, en komt daarom vast te staan. De vordering op dit onderdeel zal daarom en als zijnde in overeenstemming met het Procesreglement worden toegewezen.

3.5 [

gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van GCA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten (griffiegeld) en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 2).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-beveelt [gedaagde] om aan GCA te betalen Afl. 1.649,88, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en (2) Afl. 375,-- aan vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte;

-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van GCA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.