Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:697

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
AUA 201801437 A.R.
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, verweer lastgeving is niet onderbouwd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 november 2018

Behorend bij AUA 201801437 A.R.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

MORE 4 LESS JEEP & CARRENTAL N.V.,

te Aruba,

eiseres, hierna ook te noemen: More 4 Less,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.J.E. Paesch,

tegen:

[gedaagde 1] ,

gedaagde sub 1,

en

[gedaagde 2],

gedaagde sub 2,

beiden wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 2],

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de comparitie van partijen van 10 oktober 2018 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier en de aldaar overgelegde productie van de zijde van More 4 Less.

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

gedaagde 2] is verzekerd bij verzekeringsmaatschappij Citizen (hierna: Citizen). Citizen heeft aan [gedaagde 2] een voucher gegeven om gedurende de dagen dat haar auto onder reparatie is, een huurauto bij More 4 Less te huren.

2.2

Op de onder 2.1 genoemde voucher van Citizen gericht aan More 4 Less, zijnde een purchase order, staat vermeld dat Citizen voor [gedaagde 2] de huur van een huurauto betaalt aan More 4 Less gedurende de periode van 5 tot en met 13 juli 2017. Op deze purchase order staat ook vermeld dat de aansprakelijkheid van Citizen niet verder gaat dan hetgeen op de purchase order staat vermeld, te weten de betaling van de huur van een huurauto gedurende de periode van 5 juli 2017 tot en met 13 juli 2017.

2.3

Op 5 juli 2017 heeft [gedaagde 2] bij More 4 Less een huurauto met kenteken V-5226 (hierna: de huurauto) gehuurd voor de periode van 5 juli tot en met 13 juli 2017, welke huur door Citizen is betaald. Uit het huurcontract, de additionele voorwaarden en het overdrachtsformulier, allen ondertekend door [gedaagde 2], blijkt dat [gedaagde 2] heeft geweigerd om de verzekering (the Collision Damage Waiver: CDW) te aanvaarden. Uit de hiervoor genoemde documenten blijkt eveneens dat [gedaagde 2] erop is gewezen dat indien zij de CDW weigert, zij volledig aansprakelijk is voor de totale schade aan de huurauto, ongeacht de vraag wie aansprakelijk is voor het toebrengen van die schade.

2.4

Op 9 juli 2017 heeft [gedaagde 2] een ongeval met de huurauto gehad. De schade aan de huurauto bedraagt Afl. 10.769,17.

2.5 [

gedaagde 2] weigert, ook na aanmaning, de schade aan de huurauto van Afl. 10.769.17, aan More 4 Less te betalen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

More 4 Less vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – primair hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van Afl. 10.769,17, te vermeerderen met de wettelijke rente, en subsidiair een verklaring voor recht dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor de schade, met veroordeling van gedaagden tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2

More 4 Less grondt de primaire vordering erop dat - kort gezegd - gedaagden op grond van het huurcontract aansprakelijk zijn voor de schade aan de huurauto.

3.3

Gedaagden voeren hiertegen verweer.

4 DE BEOORDELING

4.1

Tijdens de comparitie van partijen heeft More 4 Less medegedeeld geen vordering (meer) jegens gedaagde sub 1 te hebben, nu tijdens de comparitie is komen vast te staan dat gedaagde sub 2, [gedaagde 2], het huurcontract, de additionele voorwaarden en het overdrachtsformulier met betrekking tot de huurauto heeft ondertekend, de huurauto heeft meegenomen en de bestuurster van de huurauto was ten tijde van het ongeval op 9 juli 2017. Gelet hierop zal het Gerecht de vordering van More 4 Less jegens gedaagde sub 1, [gedaagde ], afwijzen.

4.2 [

gedaagde 2] voert als verweer dat zij de huurovereenkomst ten aanzien van de huurauto met More 4 Less is aangegaan onder lastgeving van Citizen. [gedaagde 2] handelde in eigen naam, maar als lasthebber van Citizen. Het lag volgens [gedaagde 2] op de weg van Citizen, als lastgever, om zorg te dragen voor het aanvaarden van de CDW ten aanzien van de huurauto. Nu Citizen dat niet heeft gedaan, is Citizen, als lastgever, verantwoordelijk voor het feit dat er geen CDW is afgesloten en aldus aansprakelijk voor de schade aan de huurauto. More 4 Less dient derhalve de schade aan de huurauto te verhalen op Citizen, aldus [gedaagde 2].

4.3

Het Gerecht volgt dit verweer niet. Blijkens de purchase order heeft Citizen zich uitsluitend verbonden om voor [gedaagde 2] aan More 4 Less de huur ten aanzien van de huurauto te betalen over de periode van 5 juli tot en met 13 juli 2017 en gaat haar aansprakelijkheid niet verder dan dat. Dat sprake is van een overeenkomst van lastgeving waarbij [gedaagde 2] in haar eigen naam maar als lasthebber van Citizen de huurauto heeft gehuurd en dat derhalve Citizen aansprakelijk is voor het weigeren door [gedaagde 2] van de CDW en aldus aansprakelijk is voor de schade aan de huurauto, is niet onderbouwd. Deze door [gedaagde 2] geponeerde conclusie kan niet uit de door haar naar voren gebrachte feiten worden getrokken. Het verweer wordt derhalve verworpen.

4.4

Uit het huurcontract, de additionele voorwaarden en het overdrachtsformulier, die door [gedaagde 2] zijn ondertekend, blijkt dat zij heeft geweigerd om de CDW te aanvaarden en dat [gedaagde 2] erop is gewezen dat weigering van deze verzekering met zich brengt dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor alle schade aan de huurauto, ongeacht de vraag wie deze schade heeft toegebracht. Gelet hierop dient te worden geconcludeerd dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor de schade aan de huurauto van Afl. 10.769,17 en deze schade derhalve dient te vergoeden aan More 4 Less.

4.5 [

gedaagde 2] zal derhalve worden veroordeeld tot betaling aan More 4 Less van een bedrag van Afl. 10.769,17, te vermeerderen met de – onweersproken – wettelijke rente.

4.6

Niet is gebleken dat More 4 Less andere kosten heeft moeten maken dan die kosten waarin de proceskostenveroordeling pleegt te voorzien, zodat de gevorderde, maar niet onderbouwde, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.

4.7 [

gedaagde 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit Gerecht:

wijst de vordering van More 4 Less jegens [gedaagde 1] (gedaagde sub 1) af;

veroordeelt [gedaagde 2] (gedaagde sub 2) tot betaling aan More 4 Less van een bedrag van Afl. 10.769,17, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van More 4 Less worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 199,90 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.