Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:680

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
A.R. no. 2808 van 2017 / AUA201703518
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 7 november 2018 (bij vervroeging)

Behorend bij A.R. no. 2808 van 2017 / AUA201703518

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap

GLOBAL ABC REAL ESTATE N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Global,

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff,

tegen:

[gedaagde],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties;

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Global verzoekt dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ontbindt;

b. [gedaagde] beveelt om het van Global gehuurde bedrijfspand gelegen in Aruba te [adres] (hierna: het bedrijfspand) en de twee aan Global toebehorende bij partijen genoegzaam bekende op het zelfde adres gelegen appartementen (hierna: de appartementen) binnen 15 dagen na de uitspraak van dit vonnis te ontruimen met medeneming van alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen, met machtiging van Global om die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen - zo nodig met behulp van de sterke arm - indien [gedaagde] dat bevel niet opvolgt;

c. [gedaagde] veroordeelt om aan Global te betalen Afl. 51.400,-- aan achterstallige huur met betrekking tot het bedrijfspand, te vermeerderen met wettelijke rente en met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;

d. [gedaagde] veroordeelt om aan Global te betalen Afl. 33.000,-- aan vergoeding voor het gebruik van de appartementen;

e. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

2.2 [

gedaagde] voert verweer, en concludeert tot ontzegging van het door Global verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Niet in geschil is tussen partijen dat er tussen hen op enig in het verleden gelegen moment een mondelinge huurovereenkomst tot stand is gekomen, krachtens welke [gedaagde] het bedrijfspand huurt van Global tegen een maandelijkse huur van Afl. 2.000,-- (hierna: de huurovereenkomst).

3.2

In het licht van vorenstaande stelt Global dat tussen partijen is afgesproken dat [gedaagde] in verband met door hem te bekostigen reparaties van het dak van het bedrijfspand over 2014 geen huur hoefde te betalen voor dat pand, en dat verder tussen partijen is afgesproken dat dit wel het geval zou zijn vanaf 1 januari 2015. Hiertegenover stelt [gedaagde] onder verwijzing naar productie 1 bij zijn conclusie van antwoord (zijnde een niet door partijen ondertekende schriftelijke huurovereenkomst) dat er met betrekking tot het bedrijfspand tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten per 10 juni 2016, en dat verder is afgesproken dat [gedaagde] in verband met door hem uit te voeren en te bekostigen renovaties van het bedrijfspand hij de eerste vijf jaren ter compensatie daarvan geen huur hoefde te betalen aan Global. Dat door Global bestreden verweer is zonder nadere uitleg - die ontbreekt - onbegrijpelijk, en wordt daarom verworpen. Uit de eigen stellingen van [gedaagde] volgt immers dat hij reeds in 2014 het bedrijfspand had betrokken en dat hij reeds in dat jaar naar zijn zeggen bezig was met zekere renovatie van het bedrijfspand, hetgeen hij met huur wenst te verrekenen. Verder heeft Global onbestreden gesteld dat zij [gedaagde] met betrekking tot het bedrijfspand op 1 juli 2015 heeft gesommeerd tot betaling van achterstallige huur over januari tot en met juli 2015, en dat [gedaagde] daar gehoor aan heeft gegeven - zijnde naar het oordeel van het Gerecht een daad van erkenning - door op 9 juli 2015 de eerste huurbetaling te verrichten om vervolgens in totaal Afl. 20.600,-- aan huur te betalen. Dit één en ander brengt mee dat als niet of onvoldoende gemotiveerd (al dan niet nader) bestreden komt vast te staan [gedaagde] vanaf 1 januari 2015 maandelijks Afl. 2.000,-- dient te betalen voor de huur van het bedrijfspand.

3.3

In het licht van vorenstaande heeft Global verder niet of onvoldoende gemotiveerd bestreden gesteld dat [gedaagde] gerekend tot en met december 2017 Afl. 51.400,-- achterstallig is met betaling van huur. Dat brengt mee dat het onder c. door Global verzochte zal worden toegewezen. De over dat bedrag gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, worden toegewezen als na te melden. Daarbij heeft te gelden dat de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift in aanmerking wordt genomen als de begindatum van de verschuldigdheid van wettelijke rente, nu Global niet heeft gesteld dat die rente verschuldigd is vanaf een eerdere datum. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, nu is gesteld noch gebleken dat er te dezen meer buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht dan die waarin artikel 63a Rv voorziet.

3.4

De ernst en omvang van voormelde wanprestatie levert grond op voor de voor Global verzochte ontbinding van de huurovereenkomst. Het onder a. door Global verzochte zal daarom worden eveneens worden toegewezen. Toewijzing van het onder a. verzochte brengt mee dat het onder b. verzochte voor zover die vordering ziet op het bedrijfspand eveneens zal worden toegewezen, met dien verstande dat het Gerecht op grond van redelijkheid en billijkheid de door [gedaagde] in acht te nemen ontruimingstermijn zal vaststellen op één maand gerekend vanaf de betekening van dit vonnis aan [gedaagde].

3.5

Verder heeft Global al dan niet impliciet gesteld dat [gedaagde] 33 maanden voor de indiening van het inleidend verzoekschrift zonder toestemming intrek heeft genomen in de appartementen, zonder betaling van enige vergoeding. Ook die stelling heeft [gedaagde] naar het oordeel van het Gerecht niet of onvoldoende gemotiveerd bestreden, waardoor die vast komt te staan. Aldus maakt [gedaagde] zonder recht of titel gebruik van de appartementen. Het door Global onder b. verzochte voor zover die vordering ziet op de appartementen zal daarom eveneens worden toegewezen, waarbij de ontruimingstermijn gelijk zal worden gesteld aan die van het bedrijfspand.

3.6

In het licht van vorenstaande heeft [gedaagde] de door Global verzochte vergoeding ad Afl. 33.000,-- voor het gebruik door [gedaagde] van de appartementen gedurende 33 maanden (ofwel Afl. 500,-- per maand per appartement) niet of onvoldoende gemotiveerd bestreden, terwijl die vordering het Gerecht onredelijk noch onrechtmatig voorkomt. De vordering onder d. zal daarom ook worden toegewezen.

3.7 [

gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Global, tot aan deze uitspraak begroot op (840,-- + 196,65 =) Afl. 1.036,50 aan verschotten (griffiegelden en oproepkosten) en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 6).

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-beveelt [gedaagde] om het van Global gehuurde bedrijfspand gelegen in Aruba te Sero Blanco 10 en de twee aan Global toebehorende bij partijen genoegzaam bekende op het zelfde adres gelegen appartementen binnen één maand na de betekening aan [gedaagde] van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen;

-veroordeelt [gedaagde] om aan Global te betalen Afl. 51.400,-- aan achterstallige huur met betrekking tot het bedrijfspand, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 21 december 2017;

-veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Global te betalen Afl. 33.000,-- aan vergoeding voor het gebruik van de appartementen;

-veroordeelt [gedaagde] tot slot in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Global, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.036,50 aan en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.