Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:676

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
AUA 201801311 B.B.
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 7 november 2018

Behorend bij AUA 201801311 B.B.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

[eiseres],

te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

tegen:

[gedaagde ,

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 22 augustus 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de comparitie van partijen van 12 september 2018 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier en de aldaar overgelegde producties (foto’s) van de zijde van [eiseres];

- de akte uitlating regeling, inhoudende dat partijen niet tot een regeling zijn gekomen.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

gedaagde] heeft van [eiseres] een Rhino Backhoe (hierna: backhoe) gehuurd. [gedaagde] heeft schade aan de backhoe veroorzaakt, nu de backhoe tijdens werkzaamheden is omgevallen.

2.2 [

eiseres] heeft [gedaagde] een invoice gestuurd met daarop het schadebedrag van Afl. 4.563,50,-, zijnde de reparatiekosten (nieuwe onderdelen en arbeidskosten) ten aanzien van de beschadigde backhoe.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 4.563,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2 [

gedaagde] voert hiertegen verweer.

4 DE BEOORDELING

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] de schade aan de backhoe heeft veroorzaakt en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor deze schade. Tijdens de comparitie van partijen heeft [gedaagde] voorgesteld om zelf nieuwe onderdelen voor de backhoe te bestellen en deze nieuwe onderdelen zelf te plaatsen. [eiseres] heeft medegedeeld hiermee geen problemen te hebben, mits de door [gedaagde] te bestellen onderdelen originele onderdelen zijn en mits de reparatie niet een te lange tijd in beslag zal gaan nemen. [eiseres] heeft verder te kennen gegeven dat zij betwijfelt of het voorstel van [gedaagde] goedkoper zal zijn omdat [eiseres] tegen een gereduceerde prijs nieuwe originele onderdelen kan bestellen. De zaak is ter comparitie aangehouden om te bezien of het voor [gedaagde] mogelijk is om nieuwe originele onderdelen te bestellen en deze te plaatsen en of partijen aldus tot een regeling zouden kunnen komen.

4.2

Bij akte van 26 september 2018 is medegedeeld dat het [gedaagde] niet is gelukt om de onderdelen te bestellen.

4.3

Nu tussen partijen vaststaat dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade aan de backhoe en nu voorts is gebleken dat het [gedaagde] niet is gelukt om de originele onderdelen zelf te bestellen, is het Gerecht van oordeel dat [gedaagde] de schade aan de backhoe aan [eiseres] dient te vergoeden. De door [eiseres] onderbouwde hoogte van de schade is door [gedaagde] onvoldoende betwist. [gedaagde] zal derhalve worden veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 4.563,50, te vermeerderen met de – onweersproken – wettelijke rente.

4.4

Niet is gebleken dat [eiseres] andere kosten heeft moeten maken dan die kosten waarin de proceskostenveroordeling pleegt te voorzien, zodat de gevorderde, maar niet onderbouwde, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.

4.5 [

gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 4.563,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 100,- aan griffierecht, Afl. 204,25 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.