Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:667

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
31-10-2018
Datum publicatie
13-11-2018
Zaaknummer
1288 van 2017/AUA201701300
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, vrijwaringsovereenkomst, onrechtmatig handelen, professionele zorgvuldigheid en geleden schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 31 oktober 2018

Behorend bij A.R. 1288 van 2017/AUA201701300

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht SANDBERG ENTERPRISES LLC,

te Michigan, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres in de hoofdzaak,

hierna te noemen: Sandberg,

gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Coutinho,

tegen:

de naamloze vennootschap [N.V.] ,

gevestigd te Aruba,

gedaagde in de hoofdzaak,

hierna te noemen: Advocatenpraktijk,

gemachtigden: de advocaten mr. P.M.E. Mohamed en mr. C.S. Edwards,

en in de zaak van:

de naamloze vennootschap [ N.V.] ,

eiseres in vrijwaring;

tegen:

1 de naamloze vennootschapSouthwest Hotel Development & Management N.V.

2. de naamloze vennootschap CB Cas Bon Construction N.V.

beiden te Aruba,

gedaagden in vrijwaring,

hierna te noemen: Southwest en Cas Bon,

gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz.

1 DE PROCEDURE IN DE HOOFDZAAK EN IN DE ZAAK IN VRIJWARING

Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- het vonnis in het incident tot vrijwaring van 24 januari 2018;

- de conclusie van antwoord in de zaak in vrijwaring;

- de conclusie van repliek in de hoofdzaak;

- de conclusie van repliek in de zaak in vrijwaring;

- de conclusie van dupliek in de hoofdzaak;

- de conclusie van dupliek in de zaak in vrijwaring.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in de hoofdzaak en in de zaak in vrijwaring.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN IN DE HOOFDZAAK EN IN DE ZAAK IN VRIJWARING

2.1

Op 25 september 2014 hebben Sandberg en Southwest een professional service agreement gesloten. Daarbij zijn partijen onder meer het volgende overeengekomen:

“(…) this Agreement authorizes SANDBERG, using its best efforts, to act on behalf of SOUTHWEST to locate, endeavor to arrange and negotiate a loan or investment in the amount of ONE HUNDRED SEVEN MILLION THREE HUNDRED THOUSAND U.S. DOLLARS (…) to finance the development, construction and management of a four star lifestyle resort to be named “Aruba Hard Rock Hotel & Casino” in Aruba. (…).

ASSIGNMENT/DIRECTIVE:

PRELIMINARY WORK by SANDBERG on behalf of SOUTHWEST will be done at no charge until SANDBERG has received a positive response form one or more of its Lenders and/or Investors that the Lender and/or Investor is willing to seriously consider SOUTHWEST’s project and invites SANDBERG to submit a formal application. At that time, SANDBERG will require this Professional Service Agreement to be signed and a Processing Fee (PF) in the amount of FIFTY THREE THOUSAND FIVE HUNDRED U.S. DOLLARS (…) to be paid. This Processing Fee is not an extra and will be credited toward and deducted from SANDBERG’s Professional Service Fee at closing, see below.

Note – this Processing Fee is to be deposited on the Client Trust/Escrow account of SANDBERG’s attorneys, [advocatenpraktijk] derden rekening Acc. Nr (…) under the following conditions: In addition to some of its other SOURCES, SANDBERG intends to process this application through a certain 100% ++ Financing Program as outlined in Exhibit A in the enclosed Page 4 of this Agreement; Upon execution of thes Agreement and receipt of the PF in escrow, SANDBERG will arrange a conference call with the Lender’s Representative and (CLIENT) and, if after the call the Lender’s Representative and (CLIENT) agree to proceed with the due-diligence process, the escrowed funds, less a nominal escrow charge, will immediately be released to SANDBERG, However, on the other hand…If after de aforesaid conference call the Representative rejects this PROJECT of (CLIENT) decides not to proceed with this Program or any other of SANDBERG’s SOURCES, the escrowed funds will be returned to (CLIENT) less the escrow charge. Note – barring any unforeseen circumstances, the escrow charge is US$ 750.00 (…) payable to [advocatenpraktijk] Aruba. (…)

If any dispute arises out of or in connection with this AGREEMENT, the TRANSACTION, the PROJECT described herein and/or any aspect of the negotiations relating thereto, the parties hereto agree that they will submit said dispute to binding arbitration pursuant to the Rules of the American Arbitration Association in Southfield, Michigan. (…).”


Met de hand is op de desbetreffende akte bijgeschreven dat waar (CLIENT) is vermeld, daarmee bedoeld wordt Southwest.

2.2

Op 25 september 2014 heeft Cas Bon het bedrag van Afl. 95.230,- per cheque betaald aan Advocatenpraktijk.

2.3

In een akte van 25 september 2014 is het volgende vermeld:

“ACKNOWLEDGMENT

We, [N.V]., dba [Lawyers] hereby under penalty of perjury and under full corporate responsibility declare having received in our Third Party account # (…), the sum of AFL 95.230,- (…) representing US$ 53.500 (…) which are received to be held in escrow under the following terms:

Service rendered:

In addition to some of its other SOURCES, SANDBERG intends to process this application through a certain 100% ++ Financing Program as outlined in Exhibit A in the enclosed Page 4 of this Agreement:

Upon execution of this Agreement and receipt of the Processing Fee (PF) in escrow, SANDBERG will arrange a conference call with the Lender’s Representative and SOUTHWEST and, if after the call the Lender’s Representative and SOUTHWEST agree to proceed with the due-diligence process, the escrowed funds, less a nominal escrow charge, will immediately be released to SANDBERG, However, on the other hand…If after de aforesaid conference call the Representative rejects this PROJECT or SOUTHWEST decides not to proceed with this Program or any other of SANDBERG’s SOURCES, the escrowed funds will be returned to SOUTHWEST less the escrow charge. Note – barring any unforeseen circumstances, the escrow charge is usually US$ 750.00 (…) payable to [advocatenpraktijk]. NOTE: This Processing Fee (PF) is to be deposited in the client Trust/Escrow Account of SANDBERG’s Attorney, [advocatenpraktijk] derdenrekening (…).

Said deposit has been done by Check (…) and issued by CAS BON CONSTRUCTION COMPANY N.V. in representation of SOUTHWEST HOTEL DEVELOPMENT & MANAGEMENT N.V.

Therefore under Oath we hereby confirm that this endeavor is to be carries out accordingly. (…)”

De akte is ondertekend door [advocaat].

2.4

Bij e-mailbericht van 7 november 2014 heeft de directeur van Sandberg onder meer [advocaat] als volgt te kennen gegeven:

“(…) I don’t know what is going on with you people but given that you have not answered any of my requests for information, even if only to acknowledge their receipt, be advised that I have filed my Demand for Arbitration today in accordance with the terms and conditions of our Professional Service Agreement, see copy enclosed, and look forward to meeting all of you for the hearing in Southfield, Michigan. (…)”

2.5

Bij e-mailbericht van 10 november 2014 heeft de directeur van Sandberg [advocaat] als volgt te kennen gegeven:

“(…) First and foremost, you cannot by yourself authorize the release of our Processing Fee from escrow to anyone. It takes two authorizations to do that, one from our clients, and the other one from me. And, as far as I am concerned, I am not and will not give that authorization. (…) Accordingly, with no feedback info from either them or yourself, I realized that my only option left was to file a Demand for Arbitration as also Provided in our PSA, which was done yesterday, and that is where the matter now stands. Should this matter proceed with the AAA, Southwest will not only be liable for our PF, but for my legal fees and for the interest on the PF from the time it should have been paid, and for the costs of arbitration itself, but upon advice of my counsel, I will most probably add our 3% Professional Service Fee to my Demand as well. (…) PS. Be advised that if you attempt to release – or do cause to release or PF from escrow, you will be in direct violation of our escrow agreement, a circumstance that neither of us would enjoy because I would then have to include you as co-respondent to my Demand.”

2.5

Op 13 januari 2015 hebben Advocatenpraktijk enerzijds en Southwest en Cas Bon anderzijds een vrijwaringsovereenkomst gesloten. Daarbij zijn partijen onder meer het volgende overeengekomen:

“(…) In aanmerking nemende dat: (…) na goed en gemeen overleg tussen Southwest, Cas Bon en [advocaat], en gelet op de voorwaarden van de PSA, is geconcludeerd dat Southwest, althans Cas Bon, bevoegd zijn tot de terugbetaling van de PF, en dat Southwest, althans Cas Bon [advocaat] zouden vrijwaren voor eventuele aansprakelijkheid zijdens Sandberg. Komen overeen als volgt: Artikel 1 (…) uiterlijk binnen vijf (5) dagen na ondertekening van deze overeenkomst zal [advocaat] de onder haar derdenrekening in bewaring gestelde Processing Fee, ten bedrage van US$ 53,500,00, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant, verminderd met eventuele transactie, dan wel administratiekosten, door middel van een check ten name van CB Cas Bon Construction N.V., terugbetalen. (…) Southwest en Cas Bon vrijwaren [advocaat] tegen alle mogelijke aanspraken van derden, in de ruimste zin des woords, in verband met hetgeen onder artikel 1 is bepaald, meer in het bijzonder vrijwaren Southwest en Cas Bon [advocaat] tegen alle mogelijke aanspraken van Sandberg en/of andere aan hem gelieerde partijen in verband met de terugbetaling van de onder haar derdenrekening in bewaring gestelde PF. (…)”

2.6

Op 21 januari 2015 heeft Advocatenpraktijk het bedrag van Afl. 93.827,- per cheque betaald aan Cas Bon.

2.7

Bij een tussen Sandberg en Southwest in Detroit, Verenigde Staten van Amerika, gegeven scheidsrechterlijke uitspraak van 1 juli 2015, ICDR Case No. 01-14-0001-9050, is de volgende beslissing gegeven:

“The Arbitrator awards Sandberg Enterprises, LLC the amount of $53,500.00 against Southwest Hotel Development & Management N.V. for breach of the PSA. (…)”

2.8

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van dit gerecht van 26 april 2016, in zaak nr. EJ 2704 van 2015, heeft het gerecht Sandberg verlof verleend tot tenuitvoerlegging van voormelde scheidsrechterlijke uitspraak.

2.9

Bij brief van 9 mei 2017 heeft Sandberg Advocatenpraktijk gemaand tot betaling van de door haar in escrow gehouden gelden. Bij e-mailbericht van 30 mei 2017 heeft Sandberg dat verzoek herhaald. Advocatenpraktijk heeft daaraan niet voldaan.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER IN DE HOOFDZAAK

3.1

Sandberg verzoekt het gerecht, na kennelijke wijziging van eis, om Advocatenpraktijk te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar betalen een bedrag van Afl. 95.230,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2015, een bedrag van Afl. 30.820,02, en een bedrag van Afl. 7.624,42.

3.2

Aan deze vordering legt Sandberg het volgende ten grondslag. Sandberg heeft Advocatenpraktijk uitdrukkelijk verzocht niet tot uitkering van de onder haar in escrow gehouden gelden aan Southwest over te gaan, onder meer omdat zij daarvoor geen toestemming zou verlenen en omdat zij voornemens was ter zake een scheidsrechterlijke procedure tegen Southwest aan te spannen. Desondanks is Advocatenpraktijk tot uitkering van die gelden aan Southwest overgegaan. Als gevolg hiervan heeft Sandberg schade geleden, onder meer de door haar gemaakte advocaatkosten in de diverse (scheidsrechterlijke) procedures.

3.3

Advocatenpraktijk heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft onder meer aangevoerd dat zij geen partij is bij de overeenkomst van 25 september 2014 tussen Sandberg en Southwest. Voorts heeft zij aangevoerd dat zij, nu was voldaan aan de voorwaarden voor uitkering van de processing fee aan Southwest, zoals vermeld in voormelde verklaring van 25 september 2014, terecht tot uitkering van de door haar in escrow gehouden gelden aan Southwest is overgegaan.

4 DE BEOORDELING IN DE HOOFDZAAK

Wijziging van eis

4.1

Bij het verzoekschrift heeft Sandberg gevorderd Advocatenpraktijk en [advocaat] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van voormelde bedragen. Advocatenpraktijk en [advocaat] hebben bij antwoord geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van Sandberg in haar vordering jegens [advocaat] als natuurlijk persoon, nu zij niet persoonlijk op enige wijze partij is geweest bij een overeenkomst tussen partijen en evenmin als escrow-agent heeft opgetreden. Bij conclusie van repliek is, anders dan in bij het verzoekschrift, vermeld dat gedaagde is Advocatenpraktijk. Voorts wordt daarin, eveneens anders dan in het verzoekschrift, niet vermeld “gedaagden”, maar “gedaagde”. Het gerecht begrijpt dit aldus dat Sandberg daarmee de eis heeft gewijzigd en slechts verzoekt om Advocatenpraktijk te veroordelen tot betaling van voormelde bedragen. Dit heeft het gerecht tot uitdrukking gebracht in de weergave van de eis, hiervoor onder 3.1. Ook bij de verdere beoordeling zal het gerecht deze kennelijke wijziging als uitgangspunt nemen, alsmede bij de veroordelingen in de proceskosten.

Grondslag vordering

4.2

Met het gronden van haar vordering op hetgeen hiervoor onder 3.2 is vermeld, heeft Sandberg naar het oordeel van het gerecht kennelijk beoogd te betogen dat Advocatenpraktijk jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. Het door Advocatenpraktijk aangevoerde dat zij in overeenstemming met haar verklaring van 25 september 2014 heeft gehandeld, begrijpt het gerecht als een betwisting van dat betoog. Het gerecht overweegt als volgt.

4.3

Advocatenpraktijk was strikt genomen geen partij bij de overeenkomst van 25 september 2014 tussen Sandberg en Southwest, waarbij deze partijen onder meer zijn overeengekomen onder welke omstandigheden en aan welke partij tot uitkering van de in escrow gehouden gelden als processing fee dient te worden overgegaan. De overeenkomst van 25 september 2014 is evenwel de grondslag voor de betaling van deze gelden in escrow aan Advocatenpraktijk namens Southwest. Met het vastleggen van de verklaring van 25 september 2014, waarvan een deel een letterlijk afschrift is van de desbetreffende bepalingen uit voormelde overeenkomst, heeft Advocatenpraktijk zich voorts gecommitteerd zich bij haar handelen als escrow-agent te houden aan de tussen de partijen Sandberg en Southwest ter zake van de uitkering van deze gelden gemaakte afspraken. Overigens valt uit de overeenkomst en de verklaring van Advocatenpraktijk af te leiden dat Advocatenpraktijk destijds de advocaat van Sandberg was. Kennelijk is Advocatenpraktijk uit dien hoofde door Sandberg en Southwest aangewezen om voor hen als escrow-agent op te treden.

Uit voormeld e-mailbericht van de directeur van Sandberg van 10 november 2014 had Advocatenpraktijk onmiskenbaar moeten blijken dat tussen Sandberg en Southwest een verschil van inzicht bestond over de vraag of de voorwaarden tot uitbetaling van de processing fee waren vervuld. Bij dat e-mailbericht heeft de directeur, evenals in zijn

e-mailbericht van 7 november 2014, Advocatenpraktijk bovendien te kennen gegeven het tussen Sandberg en Southwest ontstane verschil van inzicht voor te zullen leggen aan het door deze partijen bij de overeenkomst van 25 september 2014 daartoe aangewezen scheidsgerecht.

Onder voormelde omstandigheden heeft Advocatenpraktijk, door niettemin over te gaan tot uitkering van de gelden aan Southwest, naar het oordeel van het gerecht onrechtmatig jegens Sandberg gehandeld. Zij heeft aldus immers niet de nodige professionele zorgvuldigheid jegens Sandberg in acht genomen.

Dat de voorwaarden voor uitkering van de gelden als processing fee aan Southwest naar het standpunt van Advocatenpraktijk waren vervuld, zoals Advocatenpraktijk heeft aangevoerd, geeft geen grond voor een ander oordeel. Sandberg en Southwest zijn bij de overeenkomst van 25 september 2014 juist overeengekomen dat, in geval daarover een geschil tussen beide ontstaat, ter beoordeling daarvan is aangewezen een scheidsgerecht, derhalve niet Advocatenpraktijk, als escrow-agent. Overigens valt uit voormelde vrijwaringsovereenkomst van 13 januari 2015 af te leiden dat Advocatenpraktijk eerst na “goed en gemeen” overleg met Southwest en Cas Bon dat standpunt heeft ingenomen. Het had naar het oordeel van het gerecht op de weg van Advocatenpraktijk, in het bijzonder gelet op haar rol als escrow-agent in deze, gelegen om bij het aldus gehouden overleg eveneens Sandberg te betrekken.

Dat Advocatenpraktijk niet gebonden is aan wat Sandberg en Southwest op 25 september 2014 zijn overeengekomen, maar slechts gehouden is aan haar eigen verklaring van diezelfde datum, zoals Advocatenpraktijk voorts heeft aangevoerd, geeft evenmin grond voor een ander oordeel. Die verklaring kan niet los worden gezien van de overeenkomst van 25 september 2014. De verklaring is op deze overeenkomst gegrond en is van een deel daarvan overigens een letterlijk afschrift. Zonder een overeenkomst op grond waarvan gelden aan Advocatenpraktijk onder bepaalde voorwaarden in escrow worden uitgegeven, is de verklaring van Advocatenpraktijk van 25 september 2014 bovendien betekenisloos.

Geleden schade

4.4

Voorts volgt het gerecht Sandberg in haar betoog dat zij als gevolg van voormeld handelen van Advocatenpraktijk schade heeft geleden tot een bedrag van

Afl. 95.230,- minus US$ 750, te weten het bedrag dat Sandberg als processing fee door Advocatenpraktijk uit escrow uitgekeerd zou moeten hebben gekregen, verminderd met de overeengekomen escrow charge. Indien Advocatenpraktijk de gelden niet had uitgekeerd aan Southwest, totdat in de scheidsrechterlijke procedure een beslissing was genomen ter zake van welk van partijen gerechtigd is tot de processing fee, was Advocatenpraktijk op grond van de scheidsrechterlijke uitspraak van 1 juli 2015 gehouden geweest tot uitkering van de gelden aan Sandberg. Bij die uitspraak heeft het daartoe aangewezen scheidsgerecht immers de vordering van Sandberg tot betaling van het bedrag van $53.500,- door Southwest wegens schending van de tussen Sandberg en Southwest gesloten professional service agreement van 25 september 2014 toegewezen. Aldus is de door Sandberg geleden schade, te weten het mislopen van de processing fee, een rechtstreeks gevolg van voormeld handelen van Advocatenpraktijk. Gelet hierop, wordt de vordering in zoverre toegewezen.

Voor zover Sandberg stelt wegens gemaakte advocaatkosten tevens bedragen van Afl. 30.820,02 en van Afl. 7.624,42 als gevolg van voormeld handelen van Advocatenpraktijk aan schade te hebben geleden, volgt het gerecht haar niet in dat betoog. Deze kosten kunnen niet worden aangemerkt als ter voorkoming, beperking of vaststelling van de schade, dan wel ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De aldus gemaakte kosten zijn gedaan ter verkrijging van een scheidsrechterlijk oordeel omtrent het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarden voor betaling van de processing fee en de mogelijkheid het aldus gegeven oordeel ten uitvoer te leggen. Ook indien Advocatenpraktijk de gelden niet aan Southwest zou hebben uitgekeerd, zou Sandberg deze kosten hebben moeten maken. Tussen haar en Southwest bestond immers een geschil over de vraag of de voorwaarden voor de betaling van de processing fee al dan niet waren vervuld. Om uitkering van de gelden door Advocatenpraktijk te bewerkstelligen diende Sandberg dan ook een scheidsrechterlijke beslissing tegen Southwest in zijn voordeel te krijgen. Gesteld noch gebleken is immers dat Southwest anderszins toestemming zou hebben verleend om de gelden door Advocatenpraktijk aan Sandberg te doen uitbetalen. Dat betekent dat de vordering in zoverre wordt afgewezen.

4.5

Advocatenpraktijk zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

5 HET VERZOEK EN DE BEOORDELING IN DE ZAAK IN VRIJWARING

5.1

Advocatenpraktijk heeft het gerecht verzocht Southwest en Cas Bon te veroordelen in al hetgeen waartoe zij jegens Sandberg veroordeeld zal worden. Zij grondt het verzoek op de tussen partijen gesloten vrijwaringsovereenkomst met deze strekking.

5.2

Southwest en Cas Bon hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Zij betwisten niet dat voormelde overeenkomst tussen partijen bestaat. Zij voeren evenwel aan dat de overeengekomen voorwaarde voor vrijwaring niet is vervuld, nu Sandberg geen vordering op Advocatenpraktijk heeft. Advocatenpraktijk was immers geen partij in de scheidsrechterlijke procedure die heeft geleid tot voormelde uitspraak van 1 juli 2015. Bovendien is deze uitspraak ondeugdelijk gemotiveerd en niet tot stand gekomen na een eerlijke procedure, aldus Southwest en Cas Bon.

5.3

Gelet op het hiervoor onder 4.3 overwogene, in de kern dat Sandberg in verband met het door Advocatenpraktijk uitkeren van de gelden aan Southwest een vordering uit onrechtmatige daad op Advocatenpraktijk heeft, houdt het betoog van Southwest en Cas Bon dat Sandberg geen vordering op Advocatenpraktijk heeft, geen stand. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het door Advocatenpraktijk ter zake van de vrijwaringsovereenkomst gestelde door Southwest en Cas Bon voor het overige niet is betwist, is de vordering van Advocatenpraktijk toewijsbaar. Dat volgens Southwest en Cas Bon de scheidsrechterlijke uitspraak van 1 juli 2015 naar inhoud en wijze van totstandkoming ondeugdelijk is, geeft geen grond voor een ander oordeel. In deze procedure zijn de bij die uitspraak gegeven beslissing, alsmede de omstandigheid dat deze uitspraak voor tenuitvoerlegging vatbaar is, een gegeven. Gesteld noch gebleken is dat die uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen of is vernietigd of haar tenuitvoerlegging is geschorst door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welks recht die uitspraak werd gewezen.

5.4

Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen Southwest en Cas Bon de proceskosten in de hoofdzaak en in de zaak in vrijwaring van Advocatenpraktijk moeten vergoeden. Daartoe worden zij op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

6 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in de hoofdzaak

veroordeelt Advocatenpraktijk tot betaling aan Sandberg van een bedrag van

Afl. 95.230,- minus US$ 750,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt Advocatenpraktijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Sandberg worden begroot op Afl. 1.340,- aan griffierecht, Afl. 196,65 aan explootkosten en Afl. 3.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten in tarief 6);

in de zaak in vrijwaring

veroordeelt Southwest en Cas Bon tot betaling aan Advocatenpraktijk van een bedrag van Afl. 95.230,- minus US$ 750,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt Southwest en Cas Bon in de kosten van de procedure in de hoofdzaak, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Advocatenpraktijk worden begroot op Afl. 1.340,- aan griffierecht, Afl. 196,65 aan explootkosten en Afl. 3.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten in tarief 6);

veroordeelt Southwest en Cas Bon in de kosten van de procedure in de zaak in vrijwaring, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Advocatenpraktijk worden begroot op Afl. 428,49 aan explootkosten en Afl. 3.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten in tarief 6);

in de hoofdzaak en in de zaak in vrijwaring

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 31 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.