Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:649

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
13-11-2018
Zaaknummer
AUA201800795
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Arbeid. Ontslag op staande voet. Tussenbeschikking. Island Finance is toegelaten te bewijzen dat door een derde met wetenschap c.q. medeweten van de werknemer, in strijd met de regels van Island Finance, een bestaande lening is afgelost met een nieuwe, zoals nader omschreven in de ontslagbrief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 30 oktober 2018

Behorend bij E.J. AUA201800795

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: mr. A.J. Swaen,

tegen:

de naamloze vennootschap

ISLAND FINANCE N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Island Finance,

gemachtigde: mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de akte eiswijziging;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [verzoeker];

- aantekeningen van de griffier van de behandeling ter zitting van 4 september 2018;

- het verzoek van partijen om uitspraak te doen.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

[verzoeker] is op 9 januari 2012 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Island Finance, laatstelijk in de functie van ‘branch representative supervisor’.

2.2 [

[verzoeker] is hangende een intern onderzoek naar procedurele onregelmatigheden en overtredingen op de werkvloer, op 14 maart 2017 geschorst met behoud van haar salaris.

2.3 [

[verzoeker] is op 28 maart 2017 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van die datum staat daarover, voor zover nu van belang:
“On February 17, 2017, Mrs. [A], was granted a loan in the morning. Mrs. [A] was seen leaving the branch with a loan check. In the afternoon, Mrs. [A] was seen visiting our branch once again and later that day the payment of Mrs. [A] was made in the amount of Afl. 4.230,--, while this was registered in the morning, this payment was only received and transferred to Cashier 00 in the afternoon, after the second visit of Mrs. [A].

When further investigating this matter, the following was established. Mrs. [A] was granted a retention loan on February 17, 2017. This loan was registered under loan number xxxxx6793. Our investigation also shows that Mrs. [A] would have allegedly paid off her (old) loan, loan number xxxxx9102 on that same day, February 17, 2017, before being granted the retention loan. However, when we spoke with Mrs. [A] regarding this matter, Mrs. [A] stated that she visited our Shaba branch to request for a renewal of her loan. She would have informed that she could obtain more money by paying out her loan and opening a new one. According to her, she was granted the new loan, instructed to go the bank, cash out the check and come back to pay off her balance on the previous loan. This is in violoation of our procedures:

- Incorrect information was registered in our administration when granting said loan:

Loan xxxxx9102 was registered as being paid off, prior to processing the new loan xxxxx6793, while at that time no payment had been received for loan xxxxx9102;

- The receipt of the amount of Afl. 4.230,--, was registered in our administration, while no payment had been received at that time.

(…)

During our investigation we spoke with several of these customers. At least one other customer gave a similar statement as the one of Mrs. [A]: he was granted a retention loan before he paid off his previous loan. He was instructed to go to the bank, cash out the check, and then go back to our branch to pay off the balance on the previous loan. You processed the loan and payment of one of these customers, loan number xxxxx5481.

When heard regarding these irregularities, you denied having acted as stated above. According to you, the reason why the customers returned to the branch after being granted their retention loan, was to change guilders in dollars. According to you, you usually would help customers in this way: exchanging currency from guilders to dollars. However, we do not offer this type of services. We do not have a license to act as a currency exchange agent. Furthermore, no exchange fees were ever paid to the authorities for these alleged currency exchanges performed by you.

Your actions as described above are a serious violation of our procedures. You granted customers retention loans while they did not meet the requirements for such loans by resorting to irregular actions. You registered information in our administration which you knew was incorrect, in order to grant customers loans they did not qualify for, thereby also earning commission over loans which were granted against procedures. You further registered the receipt of money in our administration, while at that time no money had been received. Lastly, you grossly acted against procedures by offering currency exchange services, while we do not offer this type of services, we do not have a license to act as such and no exchange commission fee was paid to the authorities for these alleged transactions.

The above-mentioned incidents, all individually and jointly, are considered a serious breach of your responsibilities arising from your labor agreement. The above-mentioned incidents, all individually and jointly have caused us to lose all trust in you and – each individually and jointly are considered an urgent reason for the immediate termination of your labor agreement as per today, March 28, 2017.

2.4

Bij brief van 30 maart 2017 heeft eiseres zich op de nietigheid van het ontslag beroepen.

3 HET VERZOEK

3.1 [

verzoeker] verzoekt, na wijziging van eis, om het aan haar op 28 maart 2017 gegeven ontslag op staande voet nietig te verklaren en Island Finance te veroordelen tot betaling van het achterstallige loon over de periode van 28 maart 2017 tot 12 december 2017, zijnde de datum waarop de arbeidsovereenkomst middels een ontbinding tot een einde is gekomen, vermeerderd met rente en kosten en onder veroordeling van Island Finance in de kosten van het geding.

3.2 [

verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat zij Island Finance geen dringende reden tot ontslag heeft gegeven. Meer in het bijzonder ontkent zij de in de ontslagbrief aan haar verweten gedragingen.

3.3

Island Finance heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de standpunten van partijen gaat het Gerecht, waar nodig, hieronder nader in.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het Gerecht overweegt dat de beoordeling van het gegeven ontslag op staande voet dient plaats te vinden op basis van de door Island Finance gegeven ontslagredenen, zoals die zijn opgenomen in de brief van 28 maart 2017. Met andere woorden: andere omstandigheden dan daarin vermeld kunnen niet in de beoordeling worden betrokken.

4.2

Ten aanzien van het verwijt van het wisselen van geld heeft Island Finance ontkend dat dit heeft plaatsgevonden, maar werpt zij dit tegen aan [verzoeker], die dit als reden heeft gegeven voor een herhaald bezoek van een klant aan het filiaal waar zij werkzaam was. De kern van het aan [verzoeker] gemaakte verwijt betreft echter de stelling dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het tegen de regels van Island Finance vernieuwen van een geldlening en daartoe aan één of meer bestaande klanten een cheque heeft meegegeven (of laten meegeven) en die na inning af te boeken op de bestaande lening en het restant aan de klant uit te betalen. Voor dit verwijt moet worden geconstateerd dat in de ontslagbrief allereerst melding wordt gemaakt van een zekere mevrouw [A], maar ter zitting heeft Island Finance verklaard dat ten aanzien van deze klant [verzoeker] niet betrokken was, maar wel twee van haar collega’s. Dit verwijt kan dan geen stand houden.

4.3

In de ontslagbrief wordt ook melding gemaakt van een andere (niet met name genoemde) klant die betrekking heeft op loan number xxxxx5481. Uit de door partijen overgelegde stukken blijkt het te gaan om de heer [B]. Volgens Island Finance heeft [verzoeker] bij deze klant de verweten constructie toegepast en toegelaten dat [B] een bestaande lening afloste met een nieuwe, waarbij hij eerst geld bij de bank ophaalde middels een cheque die hij meekreeg van Island Finance en daarna terugkeerde, zijn oude lening afloste en het restant meekreeg voor een nieuwe lening.

4.4

Het verwijt van Island Finance rust in belangrijke mate op de verklaring die [B] heeft afgegeven aan de auditor. [verzoeker] heeft echter een verklaring van [B] in het geding gebracht, waarin hij de lezing van Island Finance bestrijdt. Hij heeft in die verklaring opgetekend dat hij de eerste lening met eigen geld heeft afgelost en vervolgens een nieuwe lening is aangegaan met Island Finance.

4.5

Op dit moment moet het Gerecht constateren dat het feitencomplex waarop Island Finance zich beroept onvoldoende vaststaat. Het Gerecht zal haar dan ook, overeenkomstig haar aanbod tot het bewijs van haar stelling toelaten dat door [B] met wetenschap c.q. medeweten van [verzoeker], in strijd met de regels van Island Finance, een bestaande lening is afgelost met een nieuwe, zoals nader omschreven in de ontslagbrief.

4.6

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor een akte aan de zijde van Island Finance over de wijze waarop zij bewijs wil leveren en, indien dit is door het horen van getuigen, onder opgave van de namen van die getuigen en de verhinderdata van de getuigen en de partijen.

4.7

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verwijst de zaak naar de zitting van dinsdag 27 november 2018 voor een akte uitlating bewijs aan de zijde van Island Finance;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 30 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.

.