Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:644

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
13-11-2018
Zaaknummer
AUA201800250
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ, DNA-onderzoek, kinderalimentatie betalen ten behoeve van de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16 oktober 2018

behorend bij E.J. nr. AUA201800250.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

[verzoeker] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez,

en

[verweerster],

wonende in Aruba, [adres],

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het resultaat van het DNA-onderzoek, ingediend op 19 juni 2018;

- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van de zaak op 4 september 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en de moeder in persoon.

1.2

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Bij beschikking van dit gerecht van 24 april 2018 is een DNA-onderzoek gelast naar de vraag met welke mate van waarschijnlijkheid de vader de biologische vader is van de minderjarige. Uit de resultaten van het DNA-onderzoek blijkt dat de vader de biologische vader is van de minderjarige.

2.2

De vader heeft aangevoerd dat nu hij zekerheid heeft dat de minderjarige zijn dochter is, hij de betaling van de kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige voort zal zetten.

2.3

De slotsom luidt dat het door de vader verzochte zal worden afgewezen.

2.4

De proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen als na te melden.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

- wijst af het door de vader verzochte;

- compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 16 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.