Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:638

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
376 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zware mishandeling door een steen tegen het hoofd van het slachtoffer te gooien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/04257

Zaaknummer: 376 van 2018

Uitspraak: 12 oktober 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden met gesloten deuren op vrijdag 21 september 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. C.R. Martinus en J.J. Steward, advocaten in Aruba.

De wettelijk vertegenwoordigster van benadeelde partij [benadeelde partij], [moeder benadeelde partij](zijn moeder), heeft zich via haar gemachtigde mr. D.M. Canwood, ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het volgen van een agressie regulatietraining en psychologische begeleiding. De oplegging van de straf dient te geschieden met aftrek overeenkomstig artikel 1:165 juncto artikel 1:62 van het Wetboek van Strafrecht. Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en het meer subsidiair ten laste gelegde en heeft verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij op of omstreeks 19 maart 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, opzettelijk een (grote) steen/rots tegen het rechtervoorhoofd van die [benadeelde partij] heeft gegooid, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid;

(artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 19 maart 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het opzet om aan [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk een (grote) steen/rots tegen het rechtervoorhoofd van die [benadeelde partij] heeft gegooid, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een fractuur van de rechterorbita en orbitadak met als gevolg een epiduraal hematoom (die toenam in een dag en als het niet geëvacueerd werd, dodelijk gevolgen kan hebben), heeft bekomen;

(artikel 2:275 lid 1 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 19 maart 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij] heeft mishandeld met een wapen, te weten een (grote) steen/rots, zijnde een wapen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toen aldaar opzettelijk een (grote) steen/rots tegen het rechtervoorhoofd van die [benadeelde partij] heeft gegooid, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een fractuur van de rechterorbita en orbitadak met als gevolg een epiduraal hematoom (die toenam in een dag en als het niet geëvacueerd werd, dodelijk gevolgen kan hebben), heeft bekomen;

(artikel 2:273 lid 2 en 3 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van het onder primair tenlastegelegde

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen is naar het oordeel van het Gerecht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd (poging doodslag). Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte op 19 maart 2018 een steen in de richting van het slachtoffer heeft gegooid toen het slachtoffer langs fietste. Deze steen raakte het slachtoffer en heeft zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De verdachte heeft verklaard dat hij de steen in de richting van het slachtoffer heeft gegooid met de intentie om het slachtoffer bang te maken, niet om hem te doden. Gelet op deze verklaring en nu uit het verhandelde ter terechtzitting niet valt af te leiden met hoeveel kracht en van welke afstand de steen door de verdachte richting het slachtoffer is gegooid en voorts nu evenmin kan worden vastgesteld hoe groot de betreffende steen precies was, is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het opzet van de verdachte, ook niet in voorwaardelijke zin, was gericht op het doden van het slachtoffer.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 19 maart 2018 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het opzet om aan [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk een (grote) steen/rots tegen het rechtervoorhoofd van die [benadeelde partij] heeft gegooid, waardoor die [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten een fractuur van de rechterorbita en orbitadak met als gevolg een epiduraal hematoom (die toenam in een dag en als het niet geëvacueerd werd, dodelijk gevolgen kan hebben), heeft bekomen;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Bijlage 1

* Een proces-verbaal van aangifte van [moeder benadeelde partij], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 maart 2018. gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, ingedeeld bij de Divisie Centrale Recherche en te werk gesteld bij de Jeugd en Zeden Politie, voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster [moeder benadeelde partij], -zakelijk weergegeven-:-

Ik ben de moeder van de minderjarige [benadeelde partij]. Ik werd op 19 maart 2018 omstreeks 21;50 uur gebeld door de coach van mijn zoon genaamd [coach] die vertelde dat er een incident was alwaar [benadeelde partij] een kapwond bij zijn oog had opgelopen. De tante van [benadeelde partij] had mij naar het Eerste Hulp gebracht. [benadeelde partij] was in een wachtkamer en zijn hoofd zat in een verband. Hij klaagde van veel pijn aan zijn oog en hij had ook veel hoofdpijn. De coach vertelde mij dat [benadeelde partij] samen met [getuige 1]en [getuige 2]na de voetbalwedstrijd met de fiets naar huis waren gereden en op weg naar huis door een groep jongens met stenen werd bekogeld. Een van de stenen raakte [benadeelde partij] tegen zijn hoofd.

Bijlage 3

* Een proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 april 2018 gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, ingedeeld bij de Divisie Centrale Recherche en te werk gesteld bij de Jeugd en Zeden Politie, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 2], -zakelijk weergegeven-:

Op weg naar huis begonnen de jongens opeens stenen in onze richting te gooien. Een van de stenen raakte [benadeelde partij] tegen zijn hoofd. De jongen die ik zag een steen in de richting van [benadeelde partij] gooien heet [verdachte]. Ik zag wel dat [verdachte] degene was die een steen in de richting van [benadeelde partij] gegooid had. Nadat dat [verdachte] merkte dat het steen die hij in de richting van [benadeelde partij] had gegooid, [benadeelde partij] tegen zijn hoofd aangeraakt had was hij naar de auto gerend. Ik hoorde [benadeelde partij] van pijn klagen. [verdachte] was dichter bij en er was verlichting alwaar hij stond. Ik ben ook zeker dat [verdachte] degene was die [benadeelde partij] met het steen mishandeld had omdat de andere jongens waren al naar de auto gelopen toen [verdachte] voor het laatst de steen in de richting van [benadeelde partij] gooide. Kort daarna hoorde ik [benadeelde partij] van pijn klagen. [benadeelde partij] kon niets zien en hij had veel pijn. Ik had veel bloed aan zijn gezicht gezien.

Bijlage 8

- Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 april 2018. gesloten en getekend door [verbalisant 2], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, ingedeeld bij de Divisie Centrale Recherche en te werk gesteld bij de Jeugd en Zeden Politie, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

In de maand maart 2018, op de weg leidende door [wijk] ontmoeten wij [benadeelde partij], [getuige 1]en [getuige 2](het Gerecht: [getuige 2]). Vervolgens besloot ik een steen te gooien in de richting van [benadeelde partij], [getuige 1] en [getuige 2]. De steen raakte niemand. Ik zag [benadeelde partij] stoppen om te kijken. Op het moment dat [benadeelde partij] omdraaide sloeg de steen die ik net gegooid had. Ik weet niet precies waar de steen hem geslagen had. Ik vermoed in zijn gezicht. Ik had twee stenen in de richting van de jongens gegooid. Ik ben zeker dat mijn steen [benadeelde partij] geslagen had omdat ik gezien had dat de steen hem had geslagen. Ik kon duidelijk zien omdat er straatverlichting was. Het was donker maar ik kon heel goed zien. Mijn bloed was heet gezien zij (het Gerecht: het slachtoffer, [getuige 1]en [getuige 2]) mij clown jongen hadden geroepen, werd ik boos en wilde het op dat moment met hen regelen. Als iemand mij iets doet word ik agressief.

* Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 14 mei 2018 van de Neurochirurg, dr. Greg Lacle, M.D. , voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

De jongeheer [benadeelde partij] heeft een steen tegen het rechtervoorhoofd gekregen door onduidelijke redenen. Hierdoor is er een fractuur opgetreden van de rechterorbita en orbitadak met als gevolg een epiduraal hematoom die toenam in en in een dag als niet gevacueerd werd, dodelijke gevolgen kan hebben. Dit heeft plaatsgevonden op d.d. 22-3- 2018 met reconstructie van schedel met goede klinische resultaat voor de patient.

Bewijsoverwegingen

Bij de politie op 6 juni 2018 en ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat niet hij maar [getuige 3] de steen tegen het hoofd van het slachtoffer heeft gegooid. Het Gerecht schuift deze verklaring terzijde. Niet alleen is deze verklaring in strijd met de eerste door de verdachte afgelegde verklaring, maar ook in strijd met de verklaring van [getuige 2]. In de eerste door de verdachte afgelegde verklaring verklaart de verdachte gedetailleerd dat hij de tweede steen die hij gooide, tegen het hoofd van het slachtoffer heeft gegooid. Deze verklaring komt overeen met de verklaring van [getuige 2]die verklaart dat hij zag dat de verdachte een steen tegen het hoofd van het slachtoffer gooide en dat hij zeker weet dat het de steen van de verdachte was, omdat de rest van de jongens zich al had omgedraaid en terugliep terwijl de verdachte deze steen gooide. Weliswaar zegt de verdachte dat anderen zijn latere verklaring ondersteunen, echter is dit niet het geval. Deze anderen, de vrienden van de verdachte: [getuige 4], [getuige 5]en [getuige 3] zijn opnieuw gehoord en uit deze tweede afgelegde verklaringen blijkt dat zij niet hebben gezien wie de betreffende steen heeft gegooid.

De verdachte heeft een steen in de richting van het hoofd van het slachtoffer gegooid. Gelet op de ernstige verwondingen die het slachtoffer heeft opgelopen - zoals blijkt uit het de geneeskundig verklaring van de neurochirurg - heeft de verdachte deze steen kennelijk met enige kracht gegooid. Nu de verdachte de steen gericht en met enige kracht heeft gegooid tegen het hoofd van het slachtoffer, is het Gerecht van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling. Het hiervoor beschreven handelen van de verdachte is immers naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van contra-indicaties daarvoor is het Gerecht niet gebleken.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Subsidiair:

Zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:275 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling door een steen tegen het hoofd van het slachtoffer te gooien. Het slachtoffer heeft als gevolg hiervan een fractuur aan zijn rechterorbita en orbitadak opgelopen. Uit het strafdossier en uit de ter terechtzitting gegeven toelichting bij de vordering van de benadeelde partij blijkt dat het slachtoffer in het dagelijks leven hinder zal blijven ondervinden van het letsel dat hij door toedoen van de verdachte heeft opgelopen. Het slachtoffer, dat ten tijde van de zware mishandeling slechts vijftien jaren oud was, zal niet meer kunnen voetballen, zal de rest van zijn leven concentratieproblemen houden en zal niet lang in het zonlicht kunnen verblijven. De verdachte heeft met dit handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het Gerecht rekent dit de verdachte aan.

Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte, de ernst van de feiten en de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer, is een onvoorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het Gerecht acht geslagen op de justitiële documentatie van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Het Gerecht houdt voorts rekening met de bevindingen en conclusie van het reclasseringsrapport van de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba d.d. 4 juni 2018 betreffende de verdachte. Uit dit rapport volgt dat een ondertoezichtstelling geïndiceerd is, met als aandachtspunt het werken aan betrokkene’ s temperament en indien nodig psychologische begeleiding voor eventuele opgekropte boosheid.

Gelet op de inhoud van dit rapport en de indruk die het Gerecht van de persoon van de verdachte heeft gekregen, zal het Gerecht dit advies volgen.

Alles afwegende komt het Gerecht tot het oordeel dat jeugddetentie voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend is. Tevens zal het Gerecht de bijzondere voorwaarden van reclasseringsbegeleiding, waaronder ambulante psychologische behandeling en agressie regulatie training, opleggen.

Schadevergoeding

Immateriële schade

De wettelijk vertegenwoordigster van benadeelde partij [benadeelde partij], [moeder benadeelde partij](zijn moeder), heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 10.000,- aan immateriële schade.

De verdediging heeft de vordering betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij], als gevolg van verdachtes handelen rechtstreeks schade heeft geleden.

De door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade is naar het oordeel van het Gerecht voor toewijzing vatbaar. Een bedrag van Afl. 10.000,- acht het Gerecht, gelet op de ingrijpende gevolgen die het feit voor het slachtoffer heeft, niet onredelijk.

Proceskosten

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op een bedrag van Afl. 760,50.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:21, 1:62, 1:157, 1:165, 1:180, 1:181, 1:182 en 1:183 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twaalf (12) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de veroordeelde zich gedurende proeftijd onder ambulante psychologische behandeling zal laten stellen gericht op voorkoming van herhaling van het thans bewezen verklaarde misdrijf of soortgelijke misdrijven, waaronder in ieder geval het volgen van een agressie regulatie training, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 10.000 (zegge: TIENDUIZEND gulden);

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde partij] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op Afl. 760,50.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. M.V. Alvarez, en op 12 oktober 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.