Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:627

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-10-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
AUA201802497
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Arbeid. Voorwaardelijke ontbinding. Geen sprake van menselijke fouten en vergeetachtigheid maar van een samenloop van gedragingen waaruit blijkt dat de werknemer doelbewust handelde met het oog om zich het geïnde contante geld toe te eigenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 23 oktober 2018

E.J. no. AUA201802497.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ECOTECH ARUBA N.V.,

gevestigd te Aruba,

verzoekster, hierna ook te noemen: Ecotech,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios,

tegen:

[Verweerder],

wonende in Aruba,

verweerder, hierna ook te noemen: [Verweerder],

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 10 augustus 2018;

- de brief met producties van Ecotech, ingediend op 6 september 2018;

- de brief met producties van [Verweerder], ingediend op 7 september 2018;

- de overgelegde pleitaantekeningen ter zitting van [Verweerder];

- de behandeling ter zitting van 11 september 2018 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier, waaruit blijkt dat zijn verschenen [Verweerder] bij zijn gemachtigde voornoemd en Ecotech bijgestaan door haar gemachtigde, alsmede de heer [voormalige managing director] (voormalige managing director) en de heer [human resources] (human resources).

1.2

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

Verweerder] is op 8 juli 2004 bij Ecotech in dienst getreden en is daar laatstelijk werkzaam geweest als driver tegen een salaris van Afl. 2.970,- bruto per maand.

2.2

In de functieomschrijving van de driver, welke door [Verweerder] is ondertekend, staat, voor zover hier van belang:

“Most important tasks, responsibilities :

(…)

Communicate with scheduler concerning delays, unsafe sites, accidents, equipment breakdowns, and other maintenance problems.

(…)

• Inspect trucks prior to beginning of routes to ensure a safe operating condition.

(…)

• Is responsible to comply with the procedures and instructions as stipulated in among others the Employee Handbook and the QSE manual of Ecotech

(…)”.

2.3

Op 14 juni 2018 is [Verweerder] door Ecotech op staande voet ontslagen.

2.4

In de ontslagbrief van 14 juni 2018 staat, voor zover hier van belang:

“(…)

On june 11, 2018 you were assigned to pick-up waste container WB -6010 from vessel WEST CAPELLA at Oranjestad harbor. On your planning, you have stated that waste container WB-6010 is empty (bashi). Waste container WB-6010 was not empty and contained scrap metal from vessel (…).

According to our GPS system (…) at 11:20AM you have picked-up the container, 11:46AM container has been weighed at Daltra, 11:51AM dumped at yard Daltra. You have received Daltra invoice #14805. For the invoice you have received CASH AWG. 308.80 (…). You have delivered 3860KG of scrap metal.

The Scrap Metal fee was request by our customer.

According to our Corporate Handbook- APPENDIX B-CODE OF CONDUCT; supplying false or misleading information at any time during you employment are urgent reasons for immediate termination.

(…)”.

2.5

Op 26 juni 2018 heeft [Verweerder] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.

2.6

Bij kort geding vonnis van 29 augustus 2018 behorend bij K.G. no. AUA201802093 is geoordeeld dat te verwachten valt dat in een bodemprocedure het ontslag op staande voet in stand zal blijven wegens het bestaan van een dringende reden en heeft het gerecht het verzoek van [Verweerder] tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon afgewezen.

3 HET VERZOEK

3.1

Ecotech verzoekt het gerecht de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover deze nog mocht blijken te bestaan, met onmiddellijk ingang dan wel op een door het gerecht te bepalen tijdstip te ontbinden op grond van gewichtige redenen, primair bestaande uit een dringende reden, subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding en met veroordeling van [Verweerder] in de proceskosten.

3.2 [

Verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4 DE BEOORDELING

4.1

De vraag die voorligt is of sprake is van gewichtige redenen, bestaande uit omstandigheden die een dringende reden opleveren die met zich meebrengen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen.

4.2

Op grond van artikel 7A:1615w BW is de werkgever bevoegd wegens een dringende reden de rechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden. Op grond van artikel 7A:1615p BW worden voor de werkgever als dringende redenen in de zin van lid 2 van artikel 7A:1615w BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen.

4.3

Het gerecht is van oordeel dat [Verweerder] een dringende reden aan Ecotech heeft gegeven die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt en overweegt daartoe het volgende.

4.4

Voor Ecotech ligt de dringende reden erin dat [Verweerder] meerdere keren verkeerde of misleidende informatie heeft gegeven. Zo heeft [Verweerder], volgens Ecotech, in strijd met de voorschriften (1) op zijn werkschema genoteerd dat zijn laadbak leeg was terwijl er 3860 kg schroot in lag, (2) tijdens het afleveren van de vracht bij de weger en de kassière van Daltra erop aangedrongen dat de factuur op zijn naam moest komen te staan in plaats van, zoals gebruikelijk, op naam van Ecotech, (3) contant geld in ontvangst genomen van Daltra en dit geld pas drie dagen later, nadat door Ecotech hierom is gevraagd, heeft afgedragen. Volgens Ecotech had [Verweerder] de dispatcher moeten bellen om enige afwijking van het werkschema of de procedure door te geven. Ter onderbouwing van deze verwijten verwijst Ecotech naar de verklaringen van de werknemers van Daltra en Ecotech, foto’s van de laadbak en het personeelshandboek.

4.5 [

Verweerder] betwist niet hetgeen hem verweten wordt, maar stelt zich op het standpunt dat hij niet de bedoeling had om zonder medeweten van Ecotech het schroot te verkopen aan Daltra teneinde zich het geïnde geld toe te eigenen. Volgens [Verweerder] heeft hij menselijke fouten gemaakt omdat hij haast had en is hij vergeten de factuur en het geld aan Ecotech af te geven.

4.6

De stelling van [Verweerder] dat hij niet wist dat de laadbak geladen was en dat hij om die reden het werkschema verkeerd heeft ingevuld, is naar het oordeel van het gerecht ongeloofwaardig, nu [Verweerder] op eenvoudige wijze had kunnen controleren of de laadbak al dan niet leeg was. Het verweer van [Verweerder] dat de laadbak 1.5 meter hoog is en dat de inhoud van de laadbak daardoor niet controleerbaar is, kan hem niet baten. Het controleren van de laadbak is één van de taken van [Verweerder] als driver. Daarnaast had [Verweerder] als ervaren driver tijdens het rijden moeten merken dat er bijna vierduizend kilo schroot in de laadbak lag, omdat een vrachtwagen met een dergelijke lading niet even snel optrekt als met een lege laadbak. Vervolgens heeft [Verweerder], toen hij merkte dat er schroot in de laadbak lag, nagelaten de dispatcher te bellen, terwijl hij toen hij onderweg was naar Daltra ruim de tijd daarvoor had.

4.7

Voorts stelt [Verweerder] dat hij niet de bedoeling had zijn naam op de factuur van Daltra te laten plaatsen en zo contant geld van Daltra te ontvangen. [Verweerder] voert in dit verband aan dat de weger en de kassière van Daltra zijn naam riepen en hij “ja” tegen hun zei omdat hij haast had. Volgens [Verweerder] wist hij niet dat de weger en de kassière zijn naam riepen om te vragen of zijn naam op de factuur moest. In dit verband speelt, volgens [Verweerder] mee dat [Verweerder] haast had omdat hij net vóór de lunchpauze om 12:00 uur bij Daltra was te Barcadera en volgens zijn schema om 13:00 uur bij de haven te Oranjestad moest zijn. Volgens [Verweerder] was de factuur van Daltra ook niet voor hem bestemd, nu daarop naast zijn naam ook de naam van Ecotech staat vermeld.

4.8

Het verweer van [Verweerder] overtuigt niet. [Verweerder] heeft consequent dezelfde verkeerde informatie gegeven aan twee verschillende werknemers van Daltra. Daarnaast heeft [Verweerder] geen enkele actie ondernomen na het ontvangen van het contante geld van de kassière van Daltra, terwijl [Verweerder], zoals hij zelf stelt, als driver nooit in aanraking komt met contant geld omdat Daltra direct via automatisch overmakingen aan Ecotech uitbetaalt. Het had op de weg van [Verweerder] als goed werknemer gelegen om in dit geval de dispatcher te bellen om misverstanden te vermijden. Dit geldt des te meer, nu Daltra op geen enkele andere wijze daarover wordt geïnformeerd, nu het door Daltra gebruikte gps-systeem slechts tijd- en locatiegevens verzamelt.

4.9

Tot slot voert [Verweerder] aan dat hij de factuur en het geld niet meteen heeft afgedragen aan Ecotech omdat hij als driver nooit met geld omgaat en hij dit daarom is vergeten. Ook dit verweer overtuigt niet. Pas nadat [Verweerder] geconfronteerd werd met een kopie van de factuur verklaarde [Verweerder] dat hij vergeten was om het geld af te geven, omdat hij haast had, waarna hij het contante geld uit de vrachtwagen is gaan halen. Dit blijkt uit de schriftelijke verklaringen van dhr. [assistant manager], Assistant Manager van Ecotech, en mw. [werknemer Ecotech], werknemer van Ecotech, van hun gesprek met [Verweerder]. [Verweerder] was evenwel al in een eerder gesprek dat tussen hem en dhr. [assistant manager] plaatsvond in de gelegenheid om kenbaar te maken dat de afvalbak die hij op 11 juni 2018 ophaalde niet leeg was en dat hij daarvoor geld heeft ontvangen. Dit heeft hij nagelaten.

4.10

De hierboven weergegeven gedragingen van [Verweerder] geven naar oordeel van het gerecht geen beeld van menselijke fouten en vergeetachtigheid maar van een samenloop van gedragingen waaruit blijkt dat [Verweerder] doelbewust handelde met het oog om zich het geïnde contante geld toe te eigenen. Deze gedragingen leveren in onderling verband en samenhang bezien een dringende reden op. De stelling van [Verweerder] dat het maar om Afl. 308,80 gaat en dat hij zijn baan niet voor zo weinig geld op het spel zou zetten doet aan het voorgaande niet af nu het gaat om het bij Ecotech weggevallen vertrouwen in [Verweerder].

4.11

Ten slotte overweegt het gerecht dat van [Verweerder] ter weerlegging van de gerede twijfel aan zijn relaas (minimaal) een nadere toelichting verwacht had mogen worden over de precieze gang van zaken zoals die volgens hem is geweest. Voor een dergelijke toelichting was zijn aanwezigheid op de zitting in persoon aangewezen. Alleen dan had een zinvolle nadere toetsing van de geloofwaardigheid van zijn relaas kunnen plaatsvinden aan de hand van specifieke vragen. De gemachtigde van [Verweerder] heeft ter zitting medegedeeld dat het voor [Verweerder] emotioneel ondraagbaar is om de zitting bij te wonen. Daarmee heeft hij de mogelijkheid onbenut gelaten om zijn relaas adequaat te bespreken.

4.12

Het gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen (voorwaardelijk) ontbinden per 1 november 2018. Voor een vergoeding is geen plaats.

4.13

In verband met de aard van de procedure worden de proceskosten gecompenseerd.

5. DE BESLISSING

Het gerecht:

ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst, voor zover in rechte mocht komen vast te staan dat deze nog bestaat, met ingang van 1 november 2018;

compenseert de proceskosten en wel zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 23 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.