Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:578

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
301 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak: Verdachte veroordeeld voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en doodslag van een jonge vrouw. Meerdaadse samenloop van feiten. Straf: Gevangenisstraf van 20 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2018/01490

Zaaknummer: 301 van 2018

Uitspraak: 28 september 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

ONDERZOEK VAN DE ZAAK

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder primair (gekwalificeerde doodslag) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf.

Zijn vordering behelst voorts:

de teruggave van de in beslag genomen mobiele telefoon van het slachtoffer

[slachtoffer] aan haar nabestaanden.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit conform zijn overgelegde pleitaantekeningen.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

Primair

(gekwalificeerde doodslag)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft hij verdachte met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit/enige strafbare feiten, te weten

-verkrachting van die [slachtoffer] (artikel 2:197 wetboek van strafrecht),

-wederrechtelijke vrijheidsberoving van die [slachtoffer] (artikel 2:249 wetboek van strafrecht), en/of

-diefstal van een geldbedrag van 1100 florin toebehorende aan [moeder slachtoffer] (artikel 2:288 wetboek van strafrecht),

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit/die feiten voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

artikel 2:260 wetboek van strafrecht

Subsidiair,

indien ter zake de primair ten laste gelegde gekwalificeerde doodslag geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

(verkrachting de dood ten gevolge hebbende)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van [slachtoffer], gebracht en/of gehouden,

en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte,

-stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

-die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden,

- die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of

-een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden,

waarbij levensgevaar voor die [slachtoffer] te duchten was en het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

artikel 2:197 juncto artikel 2:210 lid 5 wetboek van strafrecht

Meer subsidiair,

indien ter zake de subsidiair ten late gelegde verkrachting met de dood ten gevolge hebbende geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

A. (doodslag)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

artikel 2:259 wetboek van strafrecht

en

B. (verkrachting)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer], gebracht en/of gehouden,

en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte,

-stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

-die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden,

- die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of

-een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden;

artikel 2:197 wetboek van strafrecht

en

C. (diefstal met geweld)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1100 florin, althans geld, toebehorende aan [moeder slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen [slachtoffer],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

bestaande dat geweld hierin dat hij, verdachte,

-stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

-die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden;

artikel 2:288/2:291 wetboek van strafrecht

en

D. (wederrechtelijke vrijheidsberoving)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk die [slachtoffer] vastgebonden en vastgehouden in de woning op perceel [adres slachtoffer];

artikel 2:249 wetboek van strafrecht

FORMELE VOORVRAGEN

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEOORDELING

Diefstal

Dat de verdachte een geldbedrag heeft gestolen, kan naar het oordeel van het Gerecht niet wettig en overtuigend worden bewezen. Hiertoe overweegt het Gerecht dat de verklaringen van [zus slachtoffer], waaruit de wetenschap van de verdachte van de aanwezigheid van het geldbedrag zou moeten blijken, juist op dit punt niet eenduidig zijn. De verdachte ontkent deze wetenschap te hebben gehad en ontkent het geldbedrag te hebben gestolen. Uit het dossier blijkt dat meerdere personen wetenschap hadden van de aanwezigheid van het geldbedrag op enig moment in de woning. Niet kan buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het geldbedrag zich die betreffende ochtend nog in de woning bevond en dat het de verdachte is geweest die dat geldbedrag heeft meegenomen.

Gekwalificeerde doodslag en verkrachting de dood ten gevolge hebbende

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen (met name forensisch bewijs) kan naar het oordeel van het Gerecht wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het slachtoffer heeft vastgebonden en -gehouden, verkracht en gedood.

Om te kunnen komen tot bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag en de subsidiair tenlastegelegde verkrachting de dood ten gevolge hebbende, is er bewijs nodig voor het oogmerk (de bedoeling) van de verdachte, de relatie tussen de misdrijven en de toedracht.

Wat het oogmerk van de verdachte is geweest, en of en zo ja wat de relatie tussen deze misdrijven is geweest en wat zich precies heeft afgespeeld (de toedracht), is naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet vast te stellen. Het Gerecht tast hierover in het duister. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. De omstandigheid dat de verdachte ontkent/zwijgt maakt niet dat een keuze kan worden gemaakt voor het ene dan wel het andere denkbare scenario. Daarvoor is wettig en overtuigend bewijs nodig.

Dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood met het oogmerk, dus met de bedoeling, om de vrijheidsberoving en de verkrachting te vergemakkelijken en/of zijn daderschap hiervan te verhullen, zoals primair is tenlastegelegd, is denkbaar, maar kan naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend worden bewezen. Immers, het Gerecht weet niet wat de bedoeling (het oogmerk) van de verdachte is geweest, wat de relatie tussen de misdrijven is geweest en wat zich heeft afgespeeld (wat de toedracht is geweest).

Dat de verdachte de geweldshandelingen heeft gepleegd met het doel om het slachtoffer te verkrachten ten gevolge waarvan het slachtoffer is komen te overlijden, zoals subsidiair is tenlastegelegd, is ook denkbaar, maar kan naar het oordeel van het Gerecht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend worden bewezen. Ook hier geldt dat het Gerecht niet weet wat de toedracht is geweest en wat de relatie tussen de misdrijven is geweest.

Gelet op het hiervoor overwogene, kan naar het oordeel van het Gerecht niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder primair en subsidiair tenlastegelegde.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van het Gerecht uitsluitend wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het slachtoffer van haar vrijheid heeft beroofd, dat de verdachte het slachtoffer heeft verkracht en dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood, zoals onder meer subsidiair is tenlastegelegd.

BEWEZENVERKLARING

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

A. (doodslag)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer] gewurgd, verstikt, met een scherp voorwerp in haar hals gestoken en/of uitwendig stompend geweld uitgeoefend tegen haar hoofd,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

en

B. (verkrachting)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer], gebracht en/of gehouden,

en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte,

-stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, en/of

-die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden, en/of

- die [slachtoffer] haar hals/keel heeft dichtgeknepen, en/of

-een plastic zak over/op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedaan en heeft dichtgehouden;

en

C. (diefstal met geweld)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1100 florin, althans geld, toebehorende aan [moeder slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, bestaande dat geweld hierin dat hij, verdachte,

-stompend geweld tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

-die [slachtoffer] aan haar handen/armen en voeten/benen heeft vastgebonden;

en

D. (wederrechtelijke vrijheidsberoving)

hij, op 3 november 2017 te Aruba,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk die [slachtoffer] vastgebonden en vastgehouden in de woning op perceel [adres slachtoffer];

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal Forensisch dossier van het Korps Politie Aruba, Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, registratienummer 1101-2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 mei 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps.

- - - - - - -

1.

Bijlage Blz. 12

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 mei 2018 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4], respectievelijk onderinspecteur, hoofdagent eerste klasse en brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal onderzoek plaats delict te [adres slachtoffer] , -zakelijk weergegeven-:

Op vrijdag 3 november 2017, te 13:45 uur, werden wij, verbalisanten, naar het adres [adres slachtoffer] te Aruba gestuurd. Dit in verband met het aantreffen van het levenloze lichaam van een jonge vrouw en dat uit het toestand waarin zij aangetroffen werd, was het duidelijk dat zij door middel van geweld van het leven werd beroofd. In verband hiermee gingen wij ter plaatse voor het instellen van het forensisch onderzoek.

Doodsconstatering

Op 3 november 2017, werd door dokter D.I. Giel de dood van het slachtoffer genaamd:

Achternaam : [slachtoffer]

Voornamen : [slachtoffer]

Adres : [adres slachtoffer]

geconstateerd.

Nader informatie:

Van de geüniformeerde politie en de tactische recherche vernomen dat;

- de zus het lichaam van het slachtoffer had aangetroffen,

- dat de zus de plastic zak van het hoofd en de tape over de mond van het slachtoffer had verwijderd.

Bovenverdieping (slaapkamer nr. 2)

Op de vloer van deze slaapkamer zagen wij het half gekleed lichaam van een vrouw. Zij lag op haar rechterzij op een blauw laken. Haar onderlichaam was bloot. Wij zagen dat zij een bloedneus had en dat haar mond met doorzichtig tape was dichtgeplakt. De tape was vele keren over haar mond en rond haar nek gewikkeld. Tevens was over de tape een zakdoek (“bandana”) geplaatst en aan de nek vastgebonden. Bij het verwijderen van de plastic zak was het duidelijk zichtbaar dat de plastic zak over het hoofd van het slachtoffer was geplaatst en hierna dichtgeknoopt. Gewikkeld om haar hals zagen wij een zwart snoer. In haar hals zagen wij een steekwond. Haar handen waren vastgebonden aan haar opgetrokken benen. De handen en benen waren met doorzichtig tape, een stukje blauwe elektriciteit draad, een bruine snoer en zwarte veters vastgebonden.

Bij het verwijderen van het lichaam zagen wij ook een stuk nagel. Deze was met bloed besmeurd.

- - - - - - -

2.

Bijlage Blz. 117

* Een geschrift, te weten een forensisch autopsierapport (no. S17-086) d.d. 8 november 2017, opgemaakt en ondertekend door dr. L. Althaus, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Last name: [slachtoffer]

First name: [slachtoffer]

Birth-date: [geboortedatum]

Found death: 03.11.2017, ca.: 13:40

10. Conclusions

The anatomic findings provide signs for severe blunt force (especially against the head), sharp force (stab wound on the frontal right neck extension) and suffocation, eventually in combination with compressing force against the neck (e.g. strangulation with a soft object) with intensive petechia on both upper and lower eyelids, on the mucosa of the upper and lower lip and on the skin of the face.

The blunt force against the head caused a mild subdural hemorrhage and very likely a period of unconsciousness. The force against the nose could have caused an intensive external bleeding. The blunt force could be consisting of strokes (also with a fist) and/or kicks with the feet.

The captivations took place when the victim was alive (remarkable hemorrhages) and able to move and to act, trying to free herself (different locations of ligature marks and bleedings).

The stab wound led to a mild hemato-thorax of the right thoracic cavity (ca. 360 ml blood). The length of the wound canal could be reconstructed with ca. 4.5 cm. This wound did not cause the death. The morphological findings point to a single edged blade with a width of ca. 3 cm. Active or passive defensive wounds could not be found on the upper extremities. Because of the relatively small amount of blood in the right thoracic cavity, it seems possible that the stab had been the last injury, performed during the agonal phase.

12. Cause of death

Suffocation, eventually in combination with compressing force against the neck.

13. Manner of death

Non-natural. Homicide.

- - - - - - -

3.

Bijlage Blz. 126

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 november 2017 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal aanvraag voor benoeming deskundige DNA-onderzoek, -zakelijk weergegeven-:

Voor de afname van sporenmateriaal werd gebruik gemaakt een onderzoeksset zedendelicten voorzien van de SIN-zegel ZAAC6832NL.

Vraagstelling aan het NFI

Van het sporenmateriaal ZAAC6832NL zaal een DNA-profiel moeten worden gemaakt en opgenomen te worden in de Arubaanse DNA-bank voor strafzaken.

- - - - - - -

4.

Bijlage Blz. 166

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 mei 2018 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 1], onderinspecteur bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal aanvraag voor benoeming deskundige DNA-onderzoek, -zakelijk weergegeven-:

Tijdens forensisch onderzoek in de woning [adres slachtoffer] werden diverse bemonsteringen afgenomen en veiliggesteld. Ook werden er stukken van overtuiging inbeslaggenomen ten behoeve van het onderzoek. Van de bemonsteringen en de stukken van overtuiging is er een selectie gemaakt voor verder forensisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut.

SIN-zegel

SVO

Plaats van aantreffen

AAKI6374NL

Knoop plastic zak

Plastic zaak over het hoofd van het slachtoffer

AAKI6378NL

Bruine snoer

Rond beide polsen en enkels van het slachtoffer

AAKI6380NL

Zwarte veters

Rond beide polsen en enkels van het slachtoffer

AAKI6381NL

Tape op baddoek

Op de vloer in slaapkamer nr. 3.

AAKI6382NL

Stuk nagel

Op de vloer in slaapkamer nr. 2.

Vraagstelling aan het NFI

Van de SIN-zegels naar DNA-contactsporen laten onderzoeken.

- - - - - - -

5.

Bijlage Blz. 161

Een geschrift, te weten een rapport van Nederlands Forensisch Instituut te Nederland, op 14 februari 2018 opgemaakt en ondertekend door dr. B. Kokshoorn, betreffende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in de [adres slachtoffer] te [woonplaats] op 3 november 2017, voor zover inhoudende, -zakelijk

weergegeven -:

Onderzoek naar biologische sporen

De nageldelen zijn aan de holle zijde per vinger bemonsterd en veiliggesteld zoals vermeld onder “DNA-onderzoek”.

De overige bemonsteringen uit de onderzoeksset zedendelicten ZAAC6832NL van het slachtoffer [slachtoffer] zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed, sperma (vloeistof) en/of speeksel. De resultaten van deze onderzoeken staan vermeld in tabel 1.

Tabel 1 Resultaten onderzoek naar biologische sporen onderzoeksset zedendelicten ZAAC6832NL

Omschrijving

bemonstering

Spermacellen

waargenomen

Aanwijzing

Spermavloeistof

Veiliggesteld

R. bovenbeen binnenzijde

ja

ja

ZAAC6832NL#01

L. Bovenbeen

ja

ja

ZAAC6832NL#02

Buitenste schaamlippen

ja

ja

ZAAC6832NL#03

Binnen v schaamlippen

ja

Deep vaginal

ja

Om de anus

ja

In de anus

ja

DNA-onderzoek

ZAAC6832NL#01 t/m 03 bemonstering van het lichaam van slachtoffer (tabel 1).

ZAAC6832NL#09 bemonstering van nageldelen van de linkerduim.

ZAAC6832NL#10 bemonstering van nageldelen van de linkerwijsvinger.

ZAAC6832NL#11 bemonstering van een nageldeel van de

linkermiddelvinger.

ZAAC6832NL#12 bemonstering van nageldelen van de linkerringvinger.

Resultaten, interpretatie en conclusie

Van de aangeleverde referentiemonsters zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

In tabel 2 staat vermeld van wie het celmateriaal op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn. Dit betekent dat als een persoon niet vermeld wordt, er op basis van het vergelijkend DNA-onderzoek geen aanwijzing is voor de aanwezigheid van celmateriaal van deze persoon in die bemonstering.

Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN

Celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

ZAAC6832NL#01

- [verdachte] (sperma)

- [slachtoffer]

Niet berekend

ZAAC6832NL#02

- [verdachte] (sperma)

- [slachtoffer]

Niet berekend

ZAAC6832NL#03

-[verdachte] (sperma)

- [slachtoffer]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

ZAAC6832NL#09

- [verdachte]

- [slachtoffer]

Niet berekend

ZAAC6832NL#10

- [verdachte]

- [slachtoffer]

Niet berekend

ZAAC6832NL#11

- [verdachte]

- [slachtoffer]

Niet berekend

ZAAC6832NL#12

- [verdachte]

- [slachtoffer]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

- - - - - - -

6.

Aanvullend bijlage:

Een geschrift, te weten een rapport van Nederlands Forensisch Instituut te Nederland, op 12 juli 2018 opgemaakt en ondertekend door dr. S. van Soest, betreffende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [adres slachtoffer] te [woonplaats] op 3 november 2017, voor zover inhoudende, -zakelijk

weergegeven-:

Vraagstelling

Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van wie het DNA in het onderzoeksmateriaal en de bemonsteringen afkomstig kan zijn.

Onderzoek naar biologische sporen

Plastic zak AAKI6374NL

Het onderzoeksmateriaal betreft een plastic zak met daarin een knoop. De plastic zak is ter hoogte van de knoop bemonsterd. De bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAKI6374NL#01 voor een DNA-onderzoek.

Bruin snoer AAKI6378NL

Het onderzoeksmateriaal betreft twee stukken snoer. De oorspronkelijke uiteinden van het snoer en de knopen in het snoer zijn bemonsterd gericht op mogelijk aanwezig DNA van diegene(n) die met het snoer in contact is/zijn geweest. De bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAKI6378NL#01 tot en met AAKI6378NL#03 voor een DNA-onderzoek.

Veters AAKI6380NL

Het onderzoeksmateriaal betreft geknoopte veters. De veters zijn bemonsterd gericht op mogelijk aanwezig DNA van diegene(n) die met de veters in contact is/zijn geweest. Deze bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAKI6380NL#01 tot en met AAKI6380NL#06.

Tape AAKI6381NL (op baddoek)

Het onderzoeksmateriaal betreft een stuk tape op baddoek. De rugzijden van de uiteinden van de tape zijn bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAKI6381NL#01 en AAKI6381NL#02.

Nageldeel AAKI6382NL

De holle zijde van het nageldeel is bemonsterd. Deze bemonstering is veiliggesteld als AAKI6382NL#01 voor een DNA-onderzoek.

Resultaten, interpretatie en conclusie

In tabel 1 staan de DNA-profielen die zijn vergeleken met de DNA-profielen van de bemonsteringen.

Tabel 1 DNA-profielen van personen

SIN

Naam

RABF3729NL

Slachtoffer [slachtoffer]

RABZF8435NL

Verdachte

In tabel 2 staat vermeld van wie het DNA op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn. Wordt een persoon – van wie het DNA-profiel is vergeleken – niet vermeld, dan is er geen aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van DNA van deze persoon in die bemonstering.

Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN

Beschrijving DNA-profiel

* Dna Kan Afkomstig Zijn Van

* Plastic Zak AAKI6374NL

AAKI6374NL#01

Dna-Hoofdprofiel

* slachtoffer [slachtoffer]

DNA-nevenkenmerken

* verdachte [verdachte]

Bruin Snoer (van beide polsen en enkels van het slachtoffer)

AAKI6378NL#02

Dna-Mengprofiel

* slachtoffer [slachtoffer]

* verdachte [verdachte]

Zwarte Veters (Van beide polsen en enkels van het slachtoffer)

AAKI6380NL#01

AAKI6380NL#02

Dna mengprofiel

*slachtoffer [slachtoffer]

*verdachte [verdachte]

AAKI6380NL#04

AAKI6380NL#05

Dna-mengprofiel

Dna -hoofdprofiel

* slachtoffer [slachtoffer]

Dna-nevenkenmerken

* verdachte [verdachte]

Stuk tape (op baddoek van de vloer in slaapkamer nr. 3)

AAKI6381NL#02

Dna-mengprofiel

* slachtoffer [slachtoffer]

* verdachte [verdachte]

Nageldeel (van de vloer in slaapkamer nr. 2)

AAKI6382NL#01

Dna-profiel van 1 man

*verdachte [verdachte]

- - - - - - -

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, district 3, mutatienummer 481982/2017, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 mei 2018 gesloten en ondertekend door [verbalisant 5], hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps.

7.

Bijlage G-41

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 februari 2018 gesloten en getekend door verbalisant [verbalisant 6], hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 1] , -zakelijk weergegeven-:

Ik woon op het adres [adres getuige 1]. Mijn woning grenst de woning van familie [slachtoffer]. Op de dag van de moord van [slachtoffer], een vrijdag, bevond ik mij thuis. Omstreeks 7:10 bevond ik mij buiten toen ik [slachtoffer] zag haar huis verlaten met haar zoon om hem naar school te brengen. Wij hadden elkaar gegroet en even een kleine gesprek gevoerd. Omstreeks 7:20 verliet ik mijn woning om naar de supermarkt te gaan toen ik iemand op het erf aan het zuidzijde van de woning van [slachtoffer] zag staan. Ik herinner me dat het een mannelijke persoon was met een hoed (sombrero) aan. Een paar dagen later had ik mijn familie gezegd dat ik het vermoeden had dat de persoon die ik op de bewuste vrijdag in de ochtend uren op het erf van [slachtoffer] had gezien, dat die persoon [verdachte] kon zijn. Ik was toen niet zeker omdat toen [verdachte] met de familie [slachtoffer] woonde, hij een dikke postuur had en de persoon die ik die dag op het erf had gezien heel mager uit zag. Twee weken na de moord van [slachtoffer] zag ik [verdachte] bij mijn werk. Hij zag er heel mager uit en ik dacht meteen aan de persoon die ik op erf bij de woning van [slachtoffer] had gezien op de dag van de moord van [slachtoffer]. Ik kreeg toen een sterk gevoel dat ik [verdachte] die dag had gezien want het klopte precies met zijn bouw en huidskleur. Ik ken [verdachte] goed omdat wij vroeger buren waren.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het Gerecht stelt vast dat het slachtoffer in haar eigen woning is vastgebonden, verkracht en gedood. Zij werd daarbij onder meer met doorzichtig tape, een bruin snoer en een zware veter om haar polsen en enkels gekneveld. Haar mond werd afgeplakt met doorzichtig tape en er werd een plastic zak over haar hoofd geplaatst die om haar nek werd dichtgeknoopt.

Ter plaatse van het delict zijn DNA-sporen veiliggesteld op:

  • -

    de plastic zak die over het hoofd van het slachtoffer werd geplaatst en om haar nek werd dichtgeknoopt, ter hoogte van de knoop;

  • -

    het bruine snoer en de zwarte veter waarmee de polsen en de enkels van het slachtoffer werden vastgebonden, ter hoogte van de uiteinden en de knoop;

  • -

    een stuk doorzichtig tape;

  • -

    een stuk nagel dat onder het lichaam van het slachtoffer werd aangetroffen.

Tevens zijn DNA-sporen veiliggesteld onder de vingernagels van de linkerhand van het slachtoffer (de duim, de wijs-, midden- en ringvinger).

Op het lichaam van het slachtoffer is sperma aangetroffen, waaruit DNA-sporen zijn veiliggesteld.

Het Gerecht is van oordeel dat de hierboven genoemde DNA-sporen, gelet op de plaats van aantreffen, onmiskenbaar zijn aan te merken als dadersporen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat uit alle hiervoor genoemde dadersporen DNA-profiel is afgeleid dat overeenkomt met het DNA-profiel van de verdachte. De verdachte kan derhalve donor zijn van het celmateriaal dat is aangetroffen in de dadersporen. Ten aanzien van het aangetroffen sperma op de buitenste schaamlippen van het slachtoffer en ten aanzien van het celmateriaal dat is aangetroffen onder de nagel van de linkerringvinger van het slachtoffer heeft het NFI berekend dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon (een ander dan de verdachte) zou matchen met dit afgeleide DNA-profiel kleiner is dan 1 op 1 miljard. Ten aanzien van de nagel die is aangetroffen onder het lichaam van het slachtoffer is een DNA-profiel van 1 man aangetroffen. Dit afgeleide DNA-profiel komt overeen met het DNA-profiel van de verdachte. Gelet hierop en gelet op de omstandigheid dat uit alle hiervoor genoemde dadersporen DNA-profiel is afgeleid dat overeenkomt met het DNA-profiel van de verdachte, concludeert het Gerecht dat de verdachte de donor is van het celmateriaal dat is aangetroffen in de dadersporen.

De verdachte heeft voor het aantreffen van zijn DNA op de plaats delict naar het oordeel van het Gerecht geen geloofwaardige redengevende verklaring gegeven. Weliswaar heeft de verdachte eerst ter terechtzitting verklaard dat zijn sperma en zijn DNA op de plaats delict zijn aangetroffen omdat hij in het geheim een seksuele relatie met het slachtoffer onderhield, omdat hij de avond voor de dood van het slachtoffer seks met haar heeft gehad en omdat hij regelmatig in die woning kwam, echter het Gerecht schuift deze verklaring als volstrekt ongeloofwaardig terzijde. In het dossier is voor deze verklaring geen enkel aanknopingspunt te vinden en bovendien is deze verklaring in strijd met de eerdere door de verdachte afgelegde verklaring1 dat hij sinds een jaar of anderhalf jaar niet meer regelmatig op bezoek komt en dat hij ongeveer een maand voor de dood van het slachtoffer voor het laatst in de woning is geweest, hetgeen wordt bevestigd door de verklaringen2 van de moeder, het zusje [zus slachtoffer] en de vriend van het slachtoffer. Verder blijkt uit de verklaringen3 van de moeder, het zusje [zus slachtoffer], de vriend van het slachtoffer en de coach van het slachtoffer dat het slachtoffer niets met de verdachte te maken wilde hebben en geen contact met hem had, vanwege het feit dat zij de verdachte ervan beschuldigde dat hij in februari 2017 sieraden van haar had gestolen en vanwege het feit dat zij vermoedde dat de verdachte de vader van het doodgeboren kindje van haar jongere, minderjarige zusje was.

Dat de verdachte degene is die het slachtoffer in haar woning heeft vastgebonden, verkracht en gedood, vindt eveneens steun in de verklaring van een getuige, zijnde de buurman van het slachtoffer en een bekende van de verdachte (bewijsmiddel 7). Deze getuige heeft verklaard dat hij de verdachte rond 7.20 uur in de ochtend van 3 november 2017 op het erf van de woning van het slachtoffer meent te hebben gezien. Uit de verschillende getuigenverklaringen4 kan worden afgeleid dat het slachtoffer in de ochtend van 3 november 2017 tussen ongeveer 7.40 uur en 10.00 uur in haar woning is vastgebonden, verkracht en gedood. De verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij een alibi heeft omdat hij in de ochtend van 3 november 2017 bij zijn buren aan het werk was. Echter, deze buren, die bij de rechter-commissaris zijn gehoord5, bevestigen deze alibi niet. Zij verklaren dat de verdachte op 3 november 2017 rond het middaguur bij hen langskwam en dat zij hem in de ochtend niet hebben gezien. Aldus heeft de verdachte geen alibi voor de tijdstippen waarop het slachtoffer in haar woning is vastgebonden, verkracht en gedood.

Alles overwegende en op grond van de bewijsmiddelen acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer van haar vrijheid heeft beroofd, dat de verdachte het slachtoffer heeft verkracht en dat de verdachte het slachtoffer heeft gedood, zoals meer subsidiair is tenlastegelegd.

STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Het bewezenverklaarde levert op:

Meer subsidiair:

A. Doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht;

B. Verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht;

D. Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven,

strafbaar gesteld bij artikel 2:249 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

OPLEGGING VAN STRAF

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en doodslag van een jonge moeder. De verdachte heeft het slachtoffer in haar eigen woning van haar vrijheid beroofd door haar enkels en polsen vast te binden met tape en vervolgens de enkels en polsen aan elkaar vast te binden met snoeren en veters. De verdachte heeft haar mond met tape dichtgeplakt. Hij heeft de tape tientallen keren om het hoofd en de mond en rond de nek van het slachtoffer gewikkeld, en daaroverheen heeft de verdachte een bandana gebonden. De verdachte heeft een vuilniszak over het hoofd van het slachtoffer geplaatst en deze om haar nek dichtgeknoopt. De verdachte heeft het slachtoffer met een mes gestoken in haar nek en heeft grof stompend geweld uitgeoefend op haar hoofd en haar gezicht. De verdachte heeft het slachtoffer verkracht en haar door verstikking/verwurging om het leven gebracht. De verdachte heeft haar vervolgens levenloos achtergelaten in de wetenschap dat zij zal worden gevonden door haar dierbaren, in dit geval haar jongste zusje.

Aldus heeft verdachte een jonge vrouw in haar eigen woning op afschuwwekkende wijze uit het leven gerukt. Uit de verwondingen op haar polsen en enkels blijkt dat zij moet hebben gevochten voor haar leven. Dat recht op leven, het meest fundamentele recht waarover een mens beschikt, heeft hij haar ontnomen. Bij de nabestaanden, met name haar zoontje, haar ouders, haar zusjes en haar partner heeft hij groot en onherstelbaar leed toegebracht. Zij zullen met het verlies en met de herinnering aan deze tragedie moeten leven. Deze feiten hebben ook de samenleving als geheel geschokt en hebben bijgedragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de Arubaanse samenleving.

Het Gerecht heeft kennis genomen van het rapport van 29 maart 2018 van psycholoog MSc. S. Wichard en het rapport van 28 maart 2018 van de Reclassering.

De psycholoog komt tot de conclusie dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is te achten ten aanzien van de tenlastegelegde feiten. De kans op recidive wordt als bovengemiddeld tot hoog ingeschat. Het Gerecht neemt deze conclusies over en maakt deze tot de zijne.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht houdt rekening met het strafblad van de verdachte waaruit blijkt dat de verdachte eerder in 2000 onherroepelijk voor een geweldsmisdrijf (een atraco) is veroordeeld.

De ernst van de feiten, de grote impact op de nabestaanden en op de samenleving en de hoge recidivekans rechtvaardigt - uit het oogpunt van vergelding en beveiliging van de samenleving - oplegging van een gevangenisstraf van zeer lange duur. De maximale gevangenisstraf die kan worden opgelegd voor het plegen van de vrijheidsberoving, de verkrachting en de doodslag is - gelet op artikel 1:136, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht - een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de maximaal op te leggen gevangenisstraf van de duur van twintig jaren in deze passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon van slachtoffer [slachtoffer] zal worden teruggegeven aan haar moeder [moeder slachtoffer].

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder meer subsidiair ten laste gelegde feiten A, B en D heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de twintig (20) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van de mobiele telefoon van slachtoffer [slachtoffer] aan mw. [moeder slachtoffer].

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. L.H. Hoogenbergen, (zittingsgriffier), en op 28 september 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

Arubaanse strafzaak: Verdachte veroordeeld voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en doodslag van een jonge vrouw. Meerdaadse samenloop van feiten. Straf: Gevangenisstraf van 20 jaren.

1 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 13 november 2017 (bijlage G40).

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [moeder slachtoffer] d.d. 5 november 2017 (bijlage G6), proces-verbaal van verhoor getuige [zus slachtoffer] d.d. 16 november 2017, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 20 februari 2018 (bijlage G5c).

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [moeder slachtoffer] d.d. 20 februari 2018 (bijlage G6a), proces-verbaal van verhoor getuige [zus slachtoffer] d.d. 20 februari 2018 (bijlage G12b), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 20 februari 2018 (bijlage G5c), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 9 november 2017 (bijlage G39).

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 3 november 2017 (bijlage G4), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 6 november 2017 (bijlage G11), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 14 november 2017 (bijlage G21), proces-verbaal van verhoor getuige [moeder slachtoffer] d.d. 5 november 2017 (bijlage G6).

5 Getuigenverklaring van [getuige 6] d.d. 6 september 2018 en de getuigenverklaring van [getuige 7] d.d. 7 september 2018 ten overstaan van de rechter-commissaris.