Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:573

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
AUA201801330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geldvordering; overeenkomst van huurkoop; betalingsonmacht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 19 september 2018

Behorend bij A.R. no. AUA201801330

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam VBA],

gevestigd te Aruba,

eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,

tegen:

[Naam gedaagde],

wonende te Aruba, [adres gedaagde],

gedaagde,

procederende in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juli 2018;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen gehouden op 20 augustus 2018.

De zaak is hierna verwezen voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Tussen partijen is een overeenkomst van huurkoop tot stand gekomen ten aanzien van enkele goederen.

2.2

Op grond van het bepaalde op pagina 2 van de overeenkomst is de gehele hoofdsom opeisbaar bij wanbetaling van een of meerdere termijnen.

2.3

Bij brieven d.d. 15 oktober 2013, 17 december 2013, 2 oktober 2014, 4 januari 2014 en 11 april 2018 en wordt gedaagde gesommeerd om het verschuldigde bedrag te voldoen van laatstelijk Afl. 17.957,99 te vermeerderen met incassokosten en 12% rente per jaar.

2.4

Op 16 mei 2018 heeft eiseres het onderhavige verzoekschrift ingediend.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagde te veroordelen tot betaling van een hoofdsom van Afl. 17.957,99, te vermeerderen met de bedongen rente vanaf 11 april 2018 tot de dag der voldoening alsmede de incasso- en proceskosten.

3.2

Gedaagde voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Niet in geschil tussen partijen is het feit dat gedaagde in gebreke is met de nakoming van haar betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst van huurkoop.

4.2

Gedaagde heeft de gevorderde hoofdsom en bedongen rente onvoldoende gemotiveerd betwist.. Evenmin heeft zij de directe opeisbaarheid van de volledige hoofdsom weersproken. Dit heeft tot gevolg dat vordering toewijsbaar is, zoals verzocht.

4.3

Het verweer van gedaagde ziet op haar persoonlijke omstandigheden als alleenstaande moeder en haar betalingsonmacht. Hoewel het gerecht begrijpt dat de omstandigheden van gedaagde niet gemakkelijk zijn, staan deze aan toewijzing van het gevorderde niet in de weg. Partijen dienen zich immers te houden aan hun verplichtingen uit hoofde van de tussen hen tot stand gekomen overeenkomst en dienen zich voorafgaande aan het sluiten ervan te vergewissen of zij de verplichtingen wel kunnen nakomen. Gedaagde heeft er voor gekozen een aantal goederen aan te schaffen en heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat nakoming van haar betalingsverplichting jegens eiseres wellicht lastig of zelfs onmogelijk zou kunnen zijn. Hiervan mag eiseres evenwel niet de dupe worden.

4.4

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen conform het procesreglement 2018 worden toegewezen tot een bedrag van Afl. 1.500,-, zijnde 1,5 punt van het liquidatietarief 4.

4.5

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 750,- griffierecht, Afl. 389,57 aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 4).

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende:

5.1

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van AWG 17.957,99, te vermeerderen met de contractuele rente van 12% per jaar vanaf 11 april 2018 tot de dag der voldoening;

5.2

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 1.500,- wegens buitengerechtelijke incassokosten;

5.3

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden aan de zijde van eiseres worden begroot op Afl. 750, aan griffierecht, Afl. 389,57 aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan salaris van de gemachtigde;

5.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.