Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:562

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
AUA201801651
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Dringende reden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 18 september 2018

Behorend bij E.J. no. AUA201801651

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

de naamloze vennootschap

PLANT HOTEL N.V.,

h.o.d.n. Aruba Marriottt Resort & Stellaris Casino,

gevestigd in Aruba,

verzoekster,

hierna ook te noemen: Marriott,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios,

tegen:

[verweerder],

wonende in Aruba,

verweerder,

hierna ook te noemen: [verweerder],

gemachtigde: de advocaat mr. G.W. Rep.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.

1.2

Die behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 28 augustus 2018. Marriott is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door [medewerker1] en [medewerker2] (medewerkers personeelszaken bij Marriott). [verweerder] is verschenen samen met zijn gemachtigde. Marriott heeft gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift, en dat mede aan de hand van een pleitnota voorzien van toegelaten nadere producties. [verweerder] heeft daarop gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van dupliek te reageren op die reactie, en dat eveneens mede aan de hand van een overgelegde pleitnota.

1.3

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Marriott verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst per onmiddellijk, dan wel op een door het Gerecht te bepalen ander moment, ontbindt op grond van de in het verzoekschrift omschreven gewichtige redenen indien en voorzover bij rechterlijk gewijsde komt vast te staan dat die overeenkomst nog steeds bestaat, zonder toekenning aan [verweerder] van een door Marriott te betalen billijkheidsvergoeding, kosten rechtens.

2.2 [

verweerder] voert verweer en concludeert primair tot afwijzing van het verzoek van Marriott, en subsidiair (voor het geval het Gerecht tot ontbinding overgaat) tot toekenning aan [verweerder] van een door Marriott te betalen billijkheidsvergoeding groot Afl. 242.830,--, kosten rechtens.

2.3

Voorzover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Tussen partijen staat onder meer het volgende vast. De thans 66-jarige [verweerder] is krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst (hierna: de arbeidsovereenkomst) op 31 oktober 2002 in loondienst getreden van Marriott, en was laatstelijk werkzaam in de La Vista Keuken in de functie van sous-chef tegen een bruto maandloon van Afl. 6.475,49. Marriott heeft [verweerder] op 9 april 2018 op staande voet ontslagen.

3.2 [

verweerder] betoogt dat de arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat omdat het ontslag niet onverwijld is gegeven, en dat daarom geen sprake kan zijn van een voorwaardelijke ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst zoals verzocht door Marriott. Die stelling volgt het Gerecht niet. [verweerder] is op staande voet ontslagen door Marriott, en dat ontslag staat als een huis zolang in rechte niet onherroepelijk is geoordeeld dat het nietig is. Aldus kan - zo daar grond voor is - de arbeidsovereenkomst worden ontbonden onder de voorwaarde dat in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat die nog steeds bestaat.

3.3

Kort gezegd stelt Marriott als dringende reden voor het aan [verweerder] gegeven ontslag het volgende. [verweerder] heeft een vrouwelijke uitzendkracht aangeboden om de vermindering in haar salaris te compenseren als zij met hem uit zou gaan en is bij haar thuis op ziekenbezoek geweest zonder dat daarvoor een noodzaak was en deze uitzendkracht heeft daarom te kennen gegeven niet meer voor Plant Hotel te willen werken. Een andere werkneemster heeft zich erover beklaagd, dat [verweerder] op een foto van haar op facebook commentaar heeft geleverd in die zin, dat hij zich in dier haar zou willen verstrikken (“me quiero enredar en tu cabello”), hetgeen in het Spaans een seksuele connotatie heeft. Toen de desbetreffende werkneemster daarop afwijzend reageerde heeft [verweerder] haar Afl. 1.000, geboden om dat toch toe te laten. Een andere werkneemster heeft zich erover beklaagd, dat [verweerder] haar ongevraagd op haar mond had gezoend. Daarenboven heeft het onderzoek volgens Plant Hotel aan het licht gebracht dat werknemers erover klagen, dat zij zich gediscrimineerd voelen ten opzichte van geboren Arubanen en badinerende en denigrerende opmerkingen worden gemaakt over hun “handicap” en/of hun seksuele geaardheid. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.4

Het Gerecht ziet ter zake van de hiervoor door Marriott gestelde dringende reden geen grond of aanleiding om tot andere beslissingen en oordelen te komen dan de voorzieningenrechter in zijn bij partijen genoegzaam bekende tussen hen uitgesproken vonnis van 29 juni 2018 in de zaak met als nummer AUA201801122, waarvan de overwegingen hebben te gelden als zijnde hier ingelast en herhaald. Aldus wordt aannemelijk geoordeeld dat [verweerder] een dringende reden voor ontslag heeft gegeven aan Marriott zoals door haar gesteld. Die dringende reden rechtvaardigt de onmiddellijke (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst, en staat in de weg aan toekenning aan [verweerder] van een door Marriott te betalen billijkheidsvergoeding.

3.5 [

verweerder] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Marriott, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 179,14 =) Afl. 629,14 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en

Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-ontbindt per heden de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst indien en voorzover bij rechterlijk gewijsde komt vast te staan dat die overeenkomst nog steeds bestaat, zonder toekenning aan [verweerder] van een door Marriott te betalen billijkheidsvergoeding;

-veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Marriott, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 18 september 2018.

1 [1] Zie onderaan bijlage Formele relaties

2 [2] Zie onderaan bijlage Overzicht rechtsgebieden

3 [3] Zie onderaan bijlage Bijzondere kenmerken van uitspraak