Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:552

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
AUA201801706
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Voorwaardelijke ontbinding. Geen ontbindingsvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 11 september 2018

Behorend bij E.J. no. AUA201801706

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

de stichting

FUNDACION PA MANEHO DI ADICCION ARUBA (FMAA),

gevestigd in Aruba,

verzoekster,

hierna ook te noemen: FMAA,

gemachtigde: de advocaat mr. H.U. Thielman,

tegen:

[Verweerster],

wonende in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: [verweerster],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.

1.2

Die behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 augustus 2018. FMAA is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde. [verweerster] is samen met haar gemachtigde verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - FMAA mede aan de hand van een overgelegde pleitnota voorzien van toegelaten nadere producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

FMAA verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbindt wegens gewichtige redenen indien en voorzover die overeenkomst bestaat, zonder toekenning aan [verweerster] van een door FMAA te betalen billijkheidsvergoeding, kosten rechtens.

2.2 [

verweerster] heeft verweer gevoerd en concludeert tot ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst onder toekenning aan [verweerster] van een door FMAA te betalen billijkheidsvergoeding gelijk aan tenminste 4 maanden loon van [verweerster].

3 DE BEOORDELING

3.1

Niet in geschil is tussen partijen dat er tussen hen op 1 juni 2016 een arbeidsovereenkomst (hierna: de arbeidsovereenkomst) tot stand is gekomen krachtens welke [verweerster] in tijdelijke loondienst is getreden van FMAA als administratieve kracht tegen een bruto maandloon van Afl. 4.375,--. De bedoeling van partijen was dat dat [verweerster] aansluitend daarop zo spoedig als mogelijk in loondienst zou treden van het Land, om door het Land tewerk te worden gesteld bij het Bureau Ondersteuning Verslavingszorg in de functie van administratief medewerkster, onder gelijktijdige ter beschikking stelling aan FMAA. De bedoeling van [verweerster] was dat zij in loondienst zou treden van het Land tegen een bruto maandloon van Afl. 4.375,--. Vast staat echter dat het Land op grond van de beschikbare gegevens [verweerster] betreffende slechts bereid was en is om aan [verweerster] een bruto maandloon van Afl. 2.135,-- te betalen.

3.2

Het Gerecht gaat veronderstellenderwijs uit van de juistheid van de stelling van de gemachtigde van [verweerster] dat de arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat, omdat er van de zijde van [verweerster] geen wilsovereenstemming tot stand is gekomen met het Land om in loondienst te treden van het Land tegen een salaris van Afl. 4.375,--. Die omstandigheid in het licht van de aanvankelijke bedoeling van partijen dat dit wel zou gebeuren brengt met zich dat de grond voor het tijdelijke dienstverband van [verweerster] bij FMAA niet langer bestaat. Die wijziging in de omstandigheden heeft reeds te gelden als een gewichtige reden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De vordering van FMAA zal worden toegewezen als na te melden, en alle overige stellingen van partijen dit onderdeel van de vordering betreffende kunnen onbesproken blijven.

3.3

De aard van de gewichtige reden brengt mee dat FMAA te dezen in elk geval niets valt te verwijten, terwijl dat naar het oordeel van het Gerecht niet gezegd kan worden van [verweerster]. [verweerster] was en is immers weigerachtig gebleken om tijdig documenten betreffende haar opleidingen en werkervaringen over te leggen aan onder meer het Land ter beantwoording van de vraag door het Land of [verweerster] al dan niet in aanmerking zou kunnen komen van het door haar beoogde door het Land te betalen bruto maandloon ad Afl. 4.375,--. Tegen deze achtergrond ziet het Gerecht geen grond voor toekenning aan [verweerster] van een door FMAA te betalen ontbindingsvergoeding.

3.4 [

verweerster] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FMAA, tot aan deze uitspraak begroot op

(450,-- + 204,15 =) Afl. 654,15 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5).

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-ontbindt per onmiddellijk de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, zonder toekenning aan [verweerster] van een ontbindingsvergoeding naar billijkheid;

-veroordeelt [verweerster] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FMAA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 654,15 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 september 2018.

1 [1] Zie onderaan bijlage Formele relaties

2 [2] Zie onderaan bijlage Overzicht rechtsgebieden

3 [3] Zie onderaan bijlage Bijzondere kenmerken van uitspraak