Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:546

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
19-09-2018
Zaaknummer
AUA201800737
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) - Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 17 september 2018

Lar nr. AUA201800737

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellant],

wonend in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigden: de advocaten mrs. C.F.K.J. Lejuez en P.A.J. van der Biezen,

gericht tegen:

de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

1 PROCESVERLOOP

Appellant heeft op 4 maart 2016 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder van 26 februari 2016 waarin het verzoek om verlening van een verblijf- en werkvergunning is afgewezen.

Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar heeft appellant op 16 maart 2018 beroep ingesteld bij het gerecht.

Verweerder heeft op 17 augustus 2018 een verweerschrift ingediend.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar. Nu niet is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan zijn bevoegdheid, neergelegd in artikel 19, tweede lid, van de Lar, tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen twintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 22 juli 2016. Nu het beroepschrift op 16 maart 2018 is ingediend, is de beroepstermijn overschreden.

Bij brief van 11 april 2018 heeft het gerecht appellant in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat hij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar.

In reactie daarop heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij bij brief van 8 december 2017 een herhaald verzoek heeft gedaan aan verweerder om op zijn bezwaarschrift te beslissen en dat verweerder dat niet heeft gedaan. Voor het betoog van appellant, dat hij met de brief van 8 december 2017 een herhaald verzoek tot het nemen van een beslissing op bezwaar kan doen en dat daarbij de termijn opnieuw begint te lopen, biedt de Lar geen grondslag. In de uitspraak waarnaar appellant verwijst gaat het om een herhaald verzoek tot afgifte van een vergunning, niet om een verzoek om een beslissing te nemen op het bezwaarschrift.

2.2

Gelet op het voren overwogene, is het beroep niet-ontvankelijk.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 17 september 2018, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.