Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:538

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
AUA201702424
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Gedurende huurperiode stroom verbruikt. Schattenderwijs schade vast stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 12 september 2018

Behorend bij B.B. no. 2016 van 2017/AUA201702424

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson,

tegen:

[gedaagde],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties;

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

eiseres] verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] beveelt om aan [eiseres] te betalen Afl. 9.304,34, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 7 augustus 2017 en met een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens.

2.2 [

gedaagde] voert verweer, en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, althans tot toewijzing van minder dan het verzochte, kosten rechtens althans tot compensatie daarvan.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.

3.2

Vast staat tussen partijen onder meer het volgende. Krachtens een tussen partijen gesloten huurovereenkomst heeft [gedaagde] vanaf eind maart 2016 tot en met 7 juni 2017 (hierna: de huurperiode) gewoond in een aan [eiseres] toebehorend appartement (hierna: het appartement). Gedurende die periode heeft ELMAR stroom geleverd aan het appartement, terwijl de stroommeter (hierna: de meter) op naam van [eiseres] stond. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de door haar (op naam van [eiseres]) verbruikte stroom zou betalen aan ELMAR. Gedurende de periode dat [gedaagde] in het appartement woonde, heeft ELMAR om voor haar moverende reden nimmer de stand van de meter opgenomen. Nadat [gedaagde] het appartement had ontruimd is [eiseres] gebleken dat er bij ELMAR met betrekking tot het appartement - het Gerecht begrijpt na opname of opgave van de daadwerkelijke stand van de meter - een bedrag ad Afl. 9.304,34 aan stroomverbruik over de huurperiode onbetaald is gebleven. Gedurende de huurperiode heeft [eiseres] via de meter lopende stroom verbruikt ten behoeve van de constructie van twee appartementen, en werden er in dat verband gedurende de huurperiode regelmatig zo niet dagelijks bouwwerkzaamheden verricht met gebruikmaking van elektrische gereedschappen zoals een slijptol, boormachine, een breekhamer en een cement- of betonmolen. Die gereedschappen verbruiken een aanzienlijke hoeveelheid stroom. In het appartement maakte [gedaagde] naast verlichting ook gebruik van twee inverter airco’s, een koelkast en een televisie. Gedurende de huurperiode heeft [eiseres] Afl. 350,-- betaald aan [gedaagde] voor het gebruik van water en stroom ten behoeve van de bouw van bedoelde appartementen. [gedaagde] heeft niets betaald voor de door haar verbruikte stroom gedurende de huurperiode.

3.3

In het licht van vorenstaande stelt [eiseres] dat [gedaagde] heeft erkend dat zij het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is en dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] het in hoofdsom gevorderde bedrag in termijnen zou betalen. Die stelling heeft [gedaagde] voldoende gemotiveerd bestreden, terwijl [eiseres] geen levering van bewijs heeft aangeboden. De hier besproken stelling van [eiseres] komt daarom niet vast te staan.

3.4

Vast staat dat ook [eiseres] via de meter stroom heeft gebruikt gedurende de huurperiode ten behoeve van de bouw van twee appartementen, waar de hiervoor vermelde elektrische gereedschappen werden gebruikt die een aanzienlijke hoeveelheid stroom verbruiken. [eiseres] heeft in dat verband gesteld dat zij [gedaagde] afdoende heeft gecompenseerd voor dat verbruik door betaling van een totaalbedrag Afl. 350,-- (welk bedrag tevens zag op betaling van waterverbruik). Ook die stelling heeft [gedaagde] voldoende gemotiveerd bestreden, en komt om de hiervoor vermelde reden niet vast te staan.

3.5 [

eiseres] stelt dat [gedaagde] gedurende de huurperiode voor het in hoofdsom gevorderde bedrag aan stroom heeft verbruikt, en zij vordert betaling van bedrag door [gedaagde] ten titel van schadevergoeding uit wanprestatie. [gedaagde] heeft in weerwil van de daartoe met [eiseres] gemaakte afspraak de door haar verbruikte stroom over de huurperiode onbetaald gelaten, hetgeen als wanprestatie heeft te gelden. [gedaagde] zal de door [eiseres] geleden schade als gevolg van die toerekenbare tekortkoming moeten vergoeden. [gedaagde] stelt dat die schade bestaat uit het in hoofdsom gevorderde bedrag (aan stroomverbruik over de huurperiode). Ook die stelling heeft [gedaagde] gemotiveerd bestreden, terwijl [eiseres] geen levering van bewijs heeft aangeboden van die door haar te bewijzen stelling. Bedoelde stelling komt daarom evenmin vast te staan.

3.6

Het Gerecht zal evenwel gebruik maken van zijn bevoegdheid om de schade van [eiseres] schattenderwijs vast te stellen zoals na te melden, nu vast staat dat [gedaagde] gedurende de huurperiode een zekere hoeveelheid stroom heeft verbruikt.

3.7

Vast staat dat [gedaagde] gedurende de huurperiode in elk geval gebruik heeft gemaakt van twee inverter airco’s, een koelkast, een televisie en van verlichting. [gedaagde] heeft onbestreden gesteld dat er gedurende de huurperiode blijkens de aanvankelijke en eindstand van de meter 25.195 kWh aan stroom is verbruikt. Het in hoofdsom gevorderde bedrag gedeeld door die hoeveel aan kWh brengt mee dat 1 kWh gemiddeld Afl. 0,37 kost, hetgeen naar het oordeel van het Gerecht aardig overeenkomst met het in de huurperiode geldende gemiddelde van het van algemene bekendheid zijnde goedkoopste en het daaropvolgende tarief voor stroomverbruik. Ondergetekende rechter betaalde in 2016/2017 maandelijks rond de

Afl. 650,-- voor verbruik van stroom door twee koelkasten, twee inverter airco’s, een televisie, twee diepvriezers en verlichting. Het verbruik van [gedaagde] zal daarom beduidend lager dan het in hoofdsom verzochte bedrag moeten liggen. Het 3/5 deel van het aantal gedurende de huurperiode verbruikte kWh vermenigvuldigd met voormeld gemiddeld tarief ad Afl. 0,37 gedeeld door 15 maanden (de huurperiode) levert afgerond naar boven een bedrag op aan maandelijks stroomverbruik van ((25.195 x 3/5) x 0,37 x 15 =) Afl. 373,--. Dat bedrag komt het Gerecht in het licht van al het vorenstaande geraden voor als zijnde het maandelijks stroomverbruik door [gedaagde]. [gedaagde] heeft in elk geval niet gesteld dat zij maandelijks minder dan dat bedrag aan stroom heeft verbruikt. Aldus stelt het Gerecht de schade van [eiseres] schattenderwijs vast op (15 x 373,-- =) Afl. 5.595,--. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag aan [eiseres]. De door [eiseres] over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, worden toegewezen als na te melden.

3.8

De gevorderde vergoeding voor buitenrechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, nu is gesteld noch gebleken dat er te dezen meer buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht door [eiseres] dan die waarin artikel 63a Rv voorziet.

3.9

In de uitkomst van deze procedure ziet het Gerecht grond om de proceskosten te compenseren tussen partijen als eveneens na te melden.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] ten titel van schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie te betalen Afl. 5.595,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 7 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

-verklaart voormelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.