Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:527

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
13-09-2018
Zaaknummer
A.R. 2544 van 2017/AUA201703149
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldvordering afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 29 augustus 2018

Behorend bij A.R. 2544 van 2017/AUA201703149

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te Aruba, woonplaats kiezende te Aruba,

ten kantore van haar gemachtigde,

eiseres, hierna ook te noemen: [Eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,

tegen:

[Gedaagde] ,

wonende te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

Eiseres], die in Nederland woont, heeft [Gedaagde] omstreeks november 2012 verzocht om huurpenningen te innen van een woning gelegen aan de [adres] te Aruba.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Eiseres] vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [Gedaagde] tot betaling van Afl. 21.203,80, te vermeerderen met de wettelijke rente en 15 % incassokosten, alsmede veroordeling van [Gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

Eiseres] grondt de vordering erop dat [Gedaagde] niet alle ontvangen huurpenningen heeft afgedragen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een overzicht overgelegd van Administratiekantoor Croes.

3.3 [

Gedaagde] voert hiertegen verweer en heeft ter onderbouwing van zijn verweer een rapport overgelegd van Hart Financial & Insurance Consultants N.V.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen debatteren over de vraag of [Gedaagde] de voor [Eiseres] ontvangen huurpenningen correct heeft afgedragen.

4.2

Voorop wordt gesteld dat [Eiseres] niets heeft gesteld over de titel op grond waarvan zij gerechtigd zou zijn om huurpenningen te innen. Onduidelijk is derhalve of zij de eigenaar is van woning aan de [adres] te Aruba of dat deze woning onderdeel is van een nalatenschap met meerdere deelgerechtigden. In dit laatste geval zal [Eiseres] door de overige erfgenamen gevolmachtigd moeten zijn om de huurpenningen te innen. Hoe het ook zij, partijen hebben zich niet uitgelaten over deze rechtsvraag, zodat het gerecht er gemakshalve vanuit gaat dat [Eiseres] uit hoofde van haar eigendomsrecht bevoegd is om aanspraak te maken op de huurpenningen.

4.3

Voorts hebben partijen evenmin helderheid verschaft over de afspraken die zij in 2012 met elkaar hebben gemaakt. Niet in geschil is dat [Gedaagde] de huurpenningen zou gaan innen, maar onbekend is of hij dit om niet zou doen, of hij gehouden was om onderhoud te plegen aan de woning, op welke wijze hij de ontvangen huurpenningen zou door betalen aan [Eiseres] etc. Nu de inhoud van de overeenkomst tussen partijen onbekend is, is het niet mogelijk om de onderhavige vordering adequaat te beoordelen.

4.4

Daar komt bij dat partijen over en weer administratieve rapporten hebben overgelegd die niet met elkaar stroken. Zo baseert [Eiseres] haar vordering op het rapport van Croes. Zij stelt dat hieruit volgt dat [Gedaagde] in de periode 1 november 2012 tot en met 1 juli 2017 in totaal een bedrag van Afl. 42.600,00 aan huurpenningen heeft ontvangen. Hiervan heeft [Gedaagde] Afl. 12.498,95 aan haar doorbetaald en Afl. 8.897,25 aan onderhoud besteed. Aldus resteert - volgens [Eiseres] - een bedrag ad Afl. 21.203,80.

In reactie hierop heeft [Gedaagde] een rapport overgelegd van Hart, waarin ‘financiële verantwoording’ wordt afgelegd over de periode november 2011 tot februari 2017. Volgens [Gedaagde] volgt uit dit rapport dat hij een bedrag ad Afl. 29.368,00 aan huurpenningen heeft geïnd, de huurster [belanghebbende 1] een huurschuld van Afl. 6.800,00 en de huurder [belanghebbende 2] van Afl. 12.000,00 had en dat de onderhoudskosten Afl. 8.258,00 bedroegen. Voorst stelt [Gedaagde] dat [Eiseres] een bedrag ad Afl. 20.153,00 aan huurpenningen heeft ontvangen, dat hij 4 retourvliegtickets voor [Eiseres] heeft betaald, Afl. 700,00 aan de broer, Afl. 6.000,00 aan een vriendin van [Eiseres], Afl. 4.000,00 aan [belanghebbende 3] en 400 euro aan verjaardagsfeest heeft betaald. Dit heeft [Eiseres] verder niet gemotiveerd weersproken.

[Gedaagde] stelt voorts dat hij de ex-partner van [Eiseres], [Ex-partner van eiseres] op de hoogte had gesteld dat de huurster [belanghebbende 1] het gehuurde met achterlating van een huurschuld had verlaten. [Ex-partner van eiseres] heeft toen - met medeweten van [Eiseres] - het nodige onderhoud aan de woning gepleegd en een nieuwe huurder aangetrokken, het gezin van [belanghebbende 2].

Ook [belanghebbende 2] heeft een huurachterstand laten ontstaan.

4.5 [

Eiseres] heeft in haar conclusie van repliek niet inhoudelijk gereageerd op de financiële verantwoording zoals volgt uit het rapport van […] Hart van 12 juli 2017. Weliswaar stelt [Eiseres] in deze conclusie dat zij [Gedaagde] nimmer een volmacht heeft gegeven om huurpenningen aan te wenden voor onderhoud/verbouwing van de woning, doch zij heeft het concrete verweer op dit punt van [Gedaagde] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken. Aldus gaat het gerecht ervan uit dat er aan de woning, in overleg met [Eiseres], door [Ex-partner van eiseres] onderhoud is gepleegd en dat de kosten hiervan uit de huurpenningen zijn voldaan. Ook is niet weersproken dat de huurders [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] een groot aantal maanden geen huur hebben betaald. Nu [Eiseres] ook de overige door [Gedaagde] gestelde betalingen aan haar of in opdracht van haar zoals verwoord in de financiële verantwoording verder niet heeft weersproken, houdt het gerecht het ervoor dat [Gedaagde] niets meer aan [Eiseres] verschuldigd is.

4.6

Uit het voorgaande volgt dat de vordering wordt afgewezen.

4.7 [

Eiseres] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld, welke aan de zijde van [Gedaagde] op nihil worden gesteld, nu hij in persoon procedeerde.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

wijst het gevorderde af;

5.2

veroordeelt [Eiseres] de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [Gedaagde] worden begroot nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 augustus 2018 in aanwezigheid van de griffier.