Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:505

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
10-09-2018
Zaaknummer
AUA201703397 en AUA201800079
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, tekortkoming, verzet procedure, vergunningverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 22 augustus 2018

Behorend bij AUA201703397 en AUA201800079

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

op het verzet van:

[opposante] h.o.d.n. TEAMWORK SERVICES,

te Aruba,

opposante,

hierna te noemen: [opposante],

procederend in persoon,

tegen:

[geopposeerde],

te Aruba,

geopposeerde,

hierna te noemen: [geopposeerde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 2 mei 2018;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 30 mei 2018.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Aan [geopposeerde] was een vergunning tot tijdelijk verblijf verleend om van 21 september 2015 tot 13 februari 2017 als inwonende dienstbode bij een particulier werkzaam te zijn.

2.2

Voor afloop van de geldigheidsduur van deze vergunning zijn partijen overeengekomen dat [opposante] namens [geopposeerde] een verzoek om verlenging daarvan zou indienen, met een gewijzigd verblijfsdoel. [geopposeerde] heeft [opposante] gedurende de maanden januari en februari 2017 voor “tramite del permiso de trabajo 2e permiso y cambio de firma” in totaal Afl. 3.065 betaald, inclusief Afl. 50,- voor een eerste afspraak.

2.3 [

geopposeerde] heeft diverse malen bij de DIMAS geïnformeerd naar de stand van zaken met betrekking tot haar verzoek, voor het laatst in mei 2017. Daar is haar te kennen gegeven dat geen verzoek om verlenging van haar verblijfsvergunning was ingediend.

2.4

Bij brieven van 6 en 20 juni 2017 heeft [geopposeerde] [opposante] gemaand tot betaling van het bedrag van Afl. 3.015,-.

2.5

Bij brief van 15 juni 2017 heeft [opposante] [geopposeerde] te kennen gegeven dat zij bereid is tot betaling van het bedrag van Afl. 1.500,-.

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1 [

geopposeerde] heeft in de verstekprocedure gevorderd om tegen [opposante] een betalingsbevel uit te vaardigen, waarbij zij, uitvoerbaar bij voorraad, wordt bevolen tot betaling van een bedrag van Afl. 3.015,- vermeerderd met rente en kosten.

3.2

Daaraan heeft [geopposeerde] ten grondslag gelegd dat [opposante] tekort is geschoten in de nakoming van de voor haar uit de overeenkomst van opdracht voortvloeiende verplichtingen en dat nakoming blijvend onmogelijk is.

3.3

Bij voormelde beschikking van 8 november 2017 heeft het gerecht [opposante] uitvoerbaar bij voorraad bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van het bedrag van Afl. 3.015,-, zowel te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2017 tot de dag der voldoening, voorts vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 370,-, alsmede tot betaling van het bedrag van Afl. 50,- wegens gemaakte proceskosten, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

3.4 [

opposante] verzoekt het gerecht de beschikking waarvan verzet te vernietigen.

3.5

Aan deze vordering legt [opposante] ten grondslag dat zij in het kader van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht werkzaamheden heeft verricht, waarvoor [geopposeerde] haar Afl. 1.515,- verschuldigd is. Zij erkent dan ook dat zij [opposante] Afl. 1.500,- moet vergoeden.

3.6 [

geopposeerde] voert in verzet het verweer, strekkende tot ongegrondverklaring van het verzet.

4 DE BEOORDELING

4.1

In dit geding is de vraag aan de orde of [opposante] tekort is geschoten in de nakoming van de voor haar uit de overeenkomst van opdracht voortvloeiende verplichtingen en, zo ja, of [geopposeerde] daardoor schade heeft geleden en of [opposante] verplicht is die schade te vergoeden (artikel 6:74, eerste lid, BW).

4.2

Ter betwisting van de stelling van [geopposeerde] dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht heeft [opposante] het volgende aangevoerd. Voordat partijen de overeenkomst zijn aangegaan, heeft [opposante] [geopposeerde] te kennen gegeven dat het, gelet op de wet en het beleid, niet voor de hand ligt dat aan haar de door haar gewenste verblijfsvergunning zou worden verleend. Daarvoor zou een ontheffing van de arbeidsmarkttoets van de minister van Arbeid vereist zijn. [geopposeerde] heeft toch de opdracht verleend en daarbij dus het risico genomen dat het indienen van een verzoek niet per definitie zou leiden tot vergunningverlening. Vervolgens is [opposante] begonnen met het verrichten van werkzaamheden, zoals het verzamelen van de vereiste documenten en het opstellen van een verzoek om ontheffing aan de minister van Arbeid. Dit verzoek heeft zij ingediend en is door de minister geaccordeerd. In het kader van een onderzoek van justitie, gericht op de verdenking dat de minister van Arbeid onder meer giften heeft aangenomen in verband met door hem verstrekte ontheffingen van de arbeidsmarkttoets, is het dossier van [geopposeerde] in beslag genomen. Daarom kon zij de procedure om tot vergunningverlening te komen niet vervolgen en dus ook geen verzoek namens [geopposeerde] indienen, aldus [opposante]. De kosten die zij heeft gemaakt in verband met de tot die tijd verrichte werkzaamheden bedragen Afl. 1.515,-.

4.3 [

geopposeerde] heeft daartegen aangevoerd dat [opposante] de overeenkomst niet is nagekomen, nu zij geen verzoek om verlening van een verblijfsvergunning heeft ingediend en bovendien verder geen noemenswaardige werkzaamheden heeft verricht. Ter comparitie heeft [geopposeerde] nog aangevoerd dat wat [opposante] aan werkzaamheden heeft verricht, een poging is geweest om de minister van Arbeid om te kopen.

4.4

Het gerecht is van oordeel dat [opposante] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Bij dit oordeel laat het gerecht, als overigens onvoldoende toegelicht, in het midden wat de precieze inhoud en strekking is van hetgeen partijen zijn overeengekomen. In elk geval staat vast dat een belangrijk onderdeel van de overeenkomst uitmaakte dat [opposante] namens [geopposeerde] een verzoek zou indienen ter verkrijging van een verblijfsvergunning om bij Teamwork Services werkzaam te zijn. Vast staat dat zij dat niet heeft gedaan.

Voorts is het gerecht van oordeel dat [geopposeerde] als gevolg van deze tekortkoming van de zijde van [opposante] schade heeft geleden tot een bedrag van Afl. 3.015,-. [opposante] werkzaamheden hebben zich beperkt tot het indienen van een verzoek om ontheffing bij de minister van Arbeid. Nadat het in het kader van het desbetreffende ontheffingsverzoek overgelegde dossier van [geopposeerde] in beslag was genomen, heeft [opposante] voor [geopposeerde] geen verdere actie ondernomen. Onder deze omstandigheden waardeert het gerecht dat wat [opposante]aan werkzaamheden heeft verricht in het kader van de overeenkomst van opdracht, die in elk geval strekte tot het indienen van een verzoek om verlening van een verblijfsvergunning, op nihil. [opposante] heeft immers niet aangetoond dat en welke overige werkzaamheden zij heeft verricht voor [geopposeerde]. Dat betekent dat de door [geopposeerde] geleden schade gelijk is aan het bedrag dat zij in het kader van de overeenkomst van opdracht aan [opposante] heeft betaald.

Ten slotte is het gerecht van oordeel dat [opposante] verplicht is deze schade aan [geopposeerde] te vergoeden. Het door [opposante] in dit verband gedane beroep op overmacht slaagt niet. [opposante] heeft aangevoerd dat zij de overeenkomst niet kon nakomen, omdat het dossier van [geopposeerde] in het kader van justitieel onderzoek in beslag was genomen. Zij heeft echter niet nader toegelicht dat en waarom deze omstandigheid met zich brengt dat de tekortkoming niet te wijten is aan haar schuld dan wel niet aan haar toe te rekenen is.

4.5

Gelet op het vorenoverwogene, zal de bij verstek gegeven beschikking worden bevestigd.

4.6 [

opposante] zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden op nihil gesteld, omdat [geopposeerde] in de verzetprocedure niet werd bijgestaan door een rechtsbijstandverlener en zij ook overigens geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt.

5 DE UITSPRAAK

het Gerecht:

verklaart het verzet ongegrond;

bevestigt het bij beschikking van het gerecht van 8 november 2017 in zaak BB no. 1570 van 2017 (AUA201701713) bij verstek uitgesproken betalingsbevel;

veroordeelt Mejia in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Manichan worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 augustus 2018 in aanwezigheid van de griffier.