Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:501

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
10-09-2018
Zaaknummer
A.R. 449 van 2016 /AUA201600862
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, brand, aansprakelijkheid, schadebeperkende maatregelen nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 22 augustus 2018

Behorend bij A.R. 449 van 2016 /AUA201600862

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

MILCRO N.V.,

te Aruba,

hierna te noemen: Milcro,

gemachtigde: de advocaat mr. R.T.J.M. Oomen,

tegen:

de naamloze vennootschappen

WITEC N.V.

EL LOUVRE N.V.,

beide te Aruba,

hierna te noemen: Witec, onderscheidenlijk El Louvre,

gemachtigden: de advocaten mr. A.A. Ruiz en mr. I.R. Wever.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de rolbeschikking van 7 september 2016;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating producties zijdens Milcro;

- de rolbeschikking van 21 maart 2018;

- de akte zijdens Witec en El Louvre;

- de antwoordakte zijdens Milcro.

De zaak is daarna naar de rol verwezen voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Milcro heeft de gebouwen, gelegen aan [adres 1], in eigendom.

Op dat perceel is Antraco Aruba N.V. (hierna: Antraco) gevestigd.

2.2

Witec is een onderneming met als bedrijfsdoelstellingen de groothandel in levensmiddelen, dranken, souvenirartikelen, huishoudelijke artikelen, elektrische en elektronische artikelen, gereedschappen, tuinartikelen, kleding, sportartikelen, medicijnen en verfwaren. El Louvre is een onderneming met als bedrijfsdoelstellingen de groot-, klein-, agenturen- en commissiehandel in pesticides, sanitaire artikelen, cosmetica, toiletartikelen, huishoudelijke artikelen en snoepgoed. Beide ondernemingen zijn gevestigd aan de [adres 2].

2.3

Op 19 maart 2012 is een brand ontstaan in een loods op het perceel, waarop Witec en El Louvre gevestigd zijn. In deze loods waren diverse goederen opgeslagen, zoals propaan- en freoncilinders, lijm, spuitbussen met verf en insecticiden, zonnebrandproducten, schoonmaakproducten voor auto’s, cilinders voor airco’s en ingeblikte etenswaren. Volgens een rapport van de brandweer van 7 juni 2012 is deze loods als gevolg van de brand volledig afgebrand. Verder is in dat rapport aan schade op dat perceel vermeld:

“De trapeze golfplaat van het dak en de metalenbewerking wand waren helemaal verbrand en de stalen hoofddraagconstructie was helemaal vervormd en in elkaar gezakt. Het beton brandwerend wand liep zeer grote brandschade. De inboedel en de verongelukte forklift waren helemaal verbrand. (…).”

2.4

De brand is overgeslagen naar onder meer het perceel van Milcro. In voormeld rapport van de brandweer is aan schade op dit perceel vermeld:

“De opslagplaats, Loods-2 en kantoor-1 waren helemaal verbrand. De metalen hoofddraagconstructie en –bewerking waren vervormd en zakten helemaal in elkaar. (…) Loods-3 en de inboedel liepen zeer grote brand-, water- en rookschade (…).”

2.5

Bij brief van 1 oktober 2014 heeft Milcro Witec aansprakelijk gesteld voor de als gevolg van de brand geleden schade.

2.6

Bij brief van 4 februari 2016 heeft Milcro Witec en El Louvre aansprakelijk gesteld voor de als gevolg van de brand geleden schade en verzocht om deze schade, voor zover niet door haar verzekeraar vergoed, tot een bedrag van Afl. 973.517,83 te vergoeden.

2.7

Bij brief van 25 februari 2016 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van El Louvre Milcro te kennen gegeven zich op het standpunt te stellen dat zij niet aansprakelijk is voor de door Milcro als gevolg van de brand geleden schade.

3. DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

Milcro vordert – uitvoerbaar bij voorraad – Witec en El Louvre hoofdelijk te veroordelen tot betaling van Afl. 973.517,83, vermeerderd met rente en kosten.

3.2

Aan deze vordering legt Milcro ten grondslag dat Witec en El Louvre onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld, als gevolg waarvan zij schade heeft geleden. Voor deze schade zijn Witec en El Louvre aansprakelijk, aldus Milcro. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Milcro aangevoerd dat de brand op haar perceel is ontstaan als gevolg van een ongeluk met een vorkheftruck in de loods van Witec en El Louvre. Door de botsing tussen deze vorkheftruck en een stellage, waarin goederen waren opgeslagen, is in de loods van Witec en El Louvre brand ontstaan. Deze brand is vervolgens overgeslagen naar het perceel van Milcro, omdat Witec en El Louvre in hun loods, in strijd met diverse veiligheidsvoorschriften, grote voorraden licht ontvlambaar materiaal hadden opgeslagen, aldus Milcro.

3.3

Witec en El Louvre hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop wordt hierna ingegaan.

4 DE BEOORDELING

Aansprakelijkheid

4.1

In deze zaak ligt in de eerste plaats de vraag voor of Witec en El Louvre onrechtmatig jegens Milcro hebben gehandeld. Het gerecht beantwoordt deze vraag bevestigend. Daartoe overweegt het als volgt.

4.2

Ingevolge artikel 1, eerste en derde lid, van de Hinderverordening, gelezen in verbinding met artikel 1 van het Hinderbesluit Aruba, is het verboden om zonder vergunning van de minister van Justitie en Publieke werken een opslagplaats van licht ontvlambare oliën en stoffen op te richten. Weigeringsgronden voor verlening van een zodanige vergunning zijn onder meer vrees voor schade aan eigendommen, bedrijven of gezondheid en gevaar (artikel 10 van de Hinderverordening). Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Hinderverordening kunnen, indien door het stellen van voorwaarden aan het bezwaar van hinder, schade of gevaar kan worden tegemoet gekomen, aan de vergunning voorwaarden worden verbonden.

Niet in geschil is dat de loods waar de brand is ontstaan diende als opslagplaats voor onder meer licht ontvlambare oliën en stoffen. Dat betekent dat sprake is van een inrichting in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Hinderverordening, waarvoor een vergunning is vereist. Niet in geschil is voorts dat aan Witec en El Louvre geen zodanige vergunning was verleend. Dat betekent dat zij in strijd met artikel 1, eerste lid, van de Hinderverordening op het perceel een vergunningplichtige inrichting dreven, zonder over de daarvoor vereiste vergunning te beschikken.

Witec en El Louvre hebben betwist dat hun onderneming hindervergunningplichtig was. Zij hebben in dit verband verwezen naar het door hen overgelegde rapport van LM Partners van 30 januari 2013. In dat rapport is vermeld dat uit een met de plaatsvervangend brigadecommandant van de brandweer gehouden interview kan worden opgemaakt dat voor de opslag van goederen, zoals spuitbussen en aircotanks, geen bijzondere vergunningen vereist zijn. Dat is echter, gelet op het hiervoor weergegeven wettelijk kader, onvoldoende. Bovendien is ter zake van de verlening van hindervergunningen de minister van Justitie en Publieke Werken het bevoegde bestuursorgaan, niet de brandweer.

4.3

Ingevolge artikel 7 van de Bouw- en woningverordening, voor zover thans van belang, is het verboden een gebouw op te richten, voor een gedeelte te vernieuwen of als eigenaar te laten oprichten of voor een gedeelte te laten vernieuwen zonder bouwvergunning dan wel in afwijking van het bepaalde in de bouwvergunning, behoudens nadere goedkeuring. Bij beschikking van 30 maart 2009 heeft de minister van Infrastructuur vergunning verleend voor het (ver)bouwen van de loods, waarin de brand is ontstaan. Blijkens een op de bij de bouwvergunning behorende bouwtekeningen geplaatste stempel, heeft de afdeling preventie van de brandweer het bouwplan op 16 juli 2008 goedgekeurd. Op basis van het daarbij gegeven brandveiligheidsadvies, zijn aan de bouwvergunning diverse brandveiligheidsvoorschriften verbonden.

Dat de leges voor de bouwvergunning eerst op 20 maart 2012, derhalve na de brand, zijn voldaan, waarna de vergunning is uitgereikt, betekent niet dat Witec en El Louvre ten tijde van de brand niet over een bouwvergunning voor de loods beschikten. Deze was, blijkens de daarop geplaatste stempel bij de ondertekening namens de minister, reeds op 30 maart 2009 verleend. Partijen houdt dan nog verdeeld de vraag of de loods gebouwd was in overeenstemming met de verleende vergunning, in het bijzonder waar het gaat om de brandveiligheidsvoorschriften. Bij antwoord hebben Witec en El Louvre, onder verwijzing naar het rapport van LM Partners (p. 17), aangevoerd dat de brandweer, nadat de bouwwerkzaamheden aan de loods waren afgerond, een keuring heeft verricht en de loods schriftelijk heeft goedgekeurd. Omdat zij evenwel, behalve de goedkeuring van de bouwtekeningen, geen schriftelijk bewijs daarvan hadden overgelegd, zijn zij daartoe bij voormelde beschikking van 21 maart 2018 in de gelegenheid gesteld. Ook hierna hebben Witec en El Louvre geen schriftelijke goedkeuring, daterend van na de bouw, overgelegd, maar hun stellingen in die zin gewijzigd dat de desbetreffende goedkeuring mondeling is gegeven. Daarbij hebben zij bewijs daarvan aangeboden, middels het horen van getuigen, onder meer de plaatsvervangende brandweercommandant, de projectmanager, de aannemer en de architect. Het gerecht zal dit aanbod echter passeren. Daarbij neemt het mede in aanmerking dat ook indien vast zou komen te staan dat de brandweer de bouw van de loods zou hebben goedgekeurd, hetgeen door Milcro wordt betwist, in elk geval vast staat dat de loods ten tijde van de brand werd gebruikt in strijd met de aan de bouwvergunning verbonden brandveiligheidsvoorschriften. Voorschrift 15 bepaalt immers dat in het gebouw geen licht ontvlambare vloeistoffen mogen zijn opgeslagen. Niet in geschil is dat dat wel het geval was. Dat betekent dat de loods ten tijde van de brand in strijd met de daarvoor verleende bouwvergunning werd gebruikt. Witec en El Louvre hebben niet gesteld dat de brandweer goedkeuring heeft verleend voor het gebruik van de loods in strijd met deze voorschriften.

4.4

Tussen partijen is nog in geschil of de wijze waarop de brand is ontstaan een onrechtmatige daad van Witec en El Louvre jegens Milcro oplevert. Het gerecht laat dit in het midden. Of de brand al dan niet is ontstaan door een fout van een werknemer van Witec en El Louvre, door een gebrek aan de door hem op dat moment gebruikte vorkheftruck, dan wel de onjuiste verankering van de stellages, neemt niet weg dat de brand in elk geval naar het perceel van Milcro is overgeslagen, omdat Witec en El Louvre bij het gebruik van de loods als opslag in strijd met wettelijke voorschriften hebben gehandeld. In dit verband verwijst het gerecht naar voormeld rapport van de brandweer van 7 juni 2012, waarin is geconcludeerd dat de in de loods opgeslagen stoffen de brand zodanig hebben doen verhevigen en gepaard doen gaan van explosies, dat deze in korte tijd over is geslagen naar de loods van Antraco.

4.5

Gelet op het hiervoor onder 4.1 tot en met 4.4 overwogene, hebben Witec en El Louvre gehandeld in strijd met wettelijke plichten, zodat de onrechtmatigheid van het handelen van Witec en El Louvre in beginsel vast staat. Naar het oordeel van het gerecht hebben zij voorts niet aangetoond dat ondanks het feit van de normschendingen, op hen geen aansprakelijkheid rust. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat gesteld noch gebleken is dat zich een rechtvaardigingsgrond voordoet. Anders dan Witec en El Louvre betogen, bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de desbetreffende normen uit de hinderverordening en de bouw- en woningverordening niet beoogden het geschonden belang van Milcro te beschermen. Met het stellen van voorschriften aan hinder-, onderscheidenlijk bouwvergunningen, wordt juist beoogd naastgelegen percelen te beschermen tegen schade, gevaar en brand.

4.6

Vervolgens ligt de vraag voor of er een causaal verband, als bedoeld in artikel 6:162, eerste lid, BW, bestaat tussen deze normschendingen en de opgetreden schade. Dat moet worden vastgesteld door vergelijking van enerzijds de situatie zoals die zich in werkelijkheid heeft voorgedaan, en anderzijds de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven. Witec en El Louvre hebben aangevoerd dat het overslaan van de brand naar het perceel van Milcro wellicht zijn oorzaak kon hebben in de enigszins vertraagde aankomst van de brandweer ter plaatse. Dat verweer, dat overigens niet nader is toegelicht, slaagt niet. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat uit het rapport van de brandweer juist valt af te leiden dat de snelle overslag van de brand naar het perceel van Milcro is veroorzaakt doordat de in de loods van Witec en El Louvre opgeslagen stoffen de brand dusdanig hebben doen verhevigen en gepaard doen gaan van explosies. Bovendien valt uit dat rapport ook af te leiden dat de melding van de brand om 15.13 uur bij de alarmcentrale is binnengekomen en de eerste autospuit om 15.20 uur ter plaatse was. Op dat moment was de brand al naar het perceel van Milcro was overgeslagen.

4.7

Het door Witec en El Louvre gedane beroep op eigen schuld in de zin van artikel 6:101, eerste lid, BW aan de zijde van Milcro slaagt niet. Daartoe overweegt het gerecht als volgt. Witec en El Louvre hebben niet gesteld dat Antraco in de door de brand aangetaste panden in strijd met de ter zake geldende wettelijke voorschriften licht ontvlambare stoffen opgeslagen had. Dat de goederen die Antraco verkocht, zoals kantoorartikelen, papier(waren) en plastic goederen brandbaar zijn, zoals Witec en El Louvre stellen, is onder deze omstandigheden onvoldoende om aan te nemen dat Milcro door dat toe te staan heeft nagelaten schadebeperkende maatregelen te nemen, die in redelijkheid van haar kunnen worden gevergd. Dat oordeel zou immers met zich brengen dat het (doen) gebruiken van een perceel voor bedrijfsvoering, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke vereisten, eigen schuld met zich brengt ingeval van geleden schade als gevolg van het doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht door een ander. Voorts hebben Witec en El Louvre in dit verband slechts de vragen opgeworpen of het dak van de loods van Milcro voldoende brandwerend was, of ter plaatse voldoende brandblusvoorzieningen aanwezig waren en of de loods voldoende bereikbaar was voor de brandweer. Hiermee hebben zij onvoldoende gesteld ter onderbouwing van hun beroep op eigen schuld. In dit verband neemt het gerecht mede in aanmerking de hiervoor reeds weergegeven conclusies uit het rapport van de brandweer dat de snelle overslag van de brand naar het perceel van Milcro is veroorzaakt doordat de in de loods van Witec en El Louvre opgeslagen stoffen de brand dusdanig hebben doen verhevigen en gepaard doen gaan van explosies.

Ook het beroep van Witec en El Louvre op het door Milcro handelen in strijd met de op haar rustende schadebeperkingsplicht, omdat Milcro ter zake van brandschade onderverzekerd was, slaagt niet. Deze plicht ziet op het handelen van de benadeelde na het ontstaan van de schade. De schade die Milcro heeft geleden als gevolg van de brand, is onafhankelijk van de omstandigheid of zij daarvoor al dan niet verzekerd was. Ook indien niet van onderverzekering sprake zou zijn, zouden Witec en El Louvre voor dezelfde schade aansprakelijk zijn. Een en ander met dien verstande dat in dat geval de regresvordering van de verzekeraar van Milcro op Witec en El Louvre omvangrijker zou zijn dan in geval Milcro niet dan wel onderverzekerd voor brandschade zou zijn geweest. Onder deze omstandigheden is dan ook het belang van Witec en El Louvre bij de gestelde onderverzekering van Milcro niet geschonden.

4.8

Witec en El Louvre hebben voorts aangevoerd dat Witec niet meer actief is en de bedrijfsexploitatie voor rekening van El Louvre komt. Zo zijn hiermee hebben beoogd te betogen dat de aansprakelijkheid niet geldt voor Witec, slaagt dat niet. Uit het overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van 18 januari 2016 valt niet af te leiden dat Witec niet meer actief is. Overigens waren ten tijde van de brand in de loods soorten goederen opgeslagen, waarin Witec volgens dat uittreksel groothandelaar in is. Witec en El Louvre hebben op het aldus aangevoerde bovendien geen nadere toelichting gegeven.

4.9

De conclusie is dat Witec en El Louvre beide volledig aansprakelijk zijn voor de door Milcro als gevolg van de brand geleden schade.

Hoogte van de schadevergoeding

4.10

Milcro stelt dat zij als gevolg van de brand een bedrag van Afl. 2.946.831,16 aan schade heeft geleden, onder te verdelen in schade aan haar gebouwen tot een bedrag van Afl. 2.927.210,- en een bedrag van Afl. 19.621,16 aan expertisekosten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij onder meer een rapport van Architectenbureau [...] van 28 maart 2012 overgelegd. Uit hoofde van de door haar afgesloten brandverzekering is aan haar Afl. 1.973.313,33 uitgekeerd. Dat brengt met zich dat de door Witec en El Louvre te vergoeden schade Afl. 973.517,83 bedraagt, aldus Milcro.

4.11

Witec en El Louvre hebben de omvang van de gevorderde schade gemotiveerd betwist. Volgens Witec en El Louvre dient te schade te worden begroot aan de hand van de waarde van de panden voorafgaand aan de brand. De schade kan in elk geval niet meer bedragen dan de als gevolg van de brand opgetreden waardevermindering van de gebouwen, aldus Witec en El Louvre. Verder richt hun verweer zich tegen de in het rapport van Architectenbureau [...] toegepaste uitgangspunten en de daarin gegeven conclusies.

4.12

Het gerecht oordeelt als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (onder meer HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357) is bij de begroting van schade ingeval van zaaksbeschadiging uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt zal in het algemeen gelijk zijn aan de – naar objectieve maatstaven berekende – kosten die met het herstel zijn gemoeid. Is de onrechtmatig beschadigde zaak een gebouw, dan is in beginsel ervan uit te gaan dat de eigenaar daarvan aanspraak erop heeft in de gelegenheid te worden gesteld tot herstel (onder meer HR 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO2786). Zulk herstel kan ook verantwoord zijn indien de daarmee gemoeide kosten het bedrag van de als gevolg van de toegebrachte schade opgetreden waardevermindering overtreffen. Of dat het geval zal zijn, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de functie van de zaak voor de eigenaar, de mogelijkheid om — aangenomen dat afbraak en herbouw ter plaatse in verband met de daaraan verbonden kosten in ieder geval niet in aanmerking komen — elders een zaak te verwerven die voor wat betreft gebruiksmogelijkheden, ligging, prijs en andere relevante factoren als gelijkwaardig aan de zaak — in onbeschadigde toestand — kan worden beschouwd, alsmede de mate waarin de kosten van herstel in de oude toestand het bedrag van de waardevermindering overtreffen. Omstandigheden als hiervoor aangeduid kunnen meebrengen dat, hoewel de herstelkosten de waardevermindering overtreffen, toch van de getroffen eigenaar in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij, ter wille van de belangen van de schadeveroorzaker, zijn aanspraak beperkt tot het bedrag van de waardevermindering. Het vorenoverwogene heeft in beginsel ook te gelden indien het desbetreffende gebouw niet slechts is beschadigd, maar door een onrechtmatige daad geheel en al verloren is gegaan, aldus de Hoge Raad.

4.13

Voorgaande brengt met zich dat bij het begroten van de door Milcro geleden schade in beginsel uit moet worden gegaan van de kosten die met het herstel van de panden gemoeid zijn, dus niet de waarde van de panden voorafgaand aan het uitbreken van de brand. Witec en El Louvre hebben voorts niet gemotiveerd aangevoerd dat de kosten van herstel het bedrag van de als gevolg van de toegebrachte schade opgetreden waardevermindering overtreffen. Reeds om deze reden zal worden uitgegaan van het uit voormelde rechtspraak voortvloeiende beginsel dat de eigenaar van een beschadigd gebouw aanspraak heeft in de gelegenheid te worden gesteld tot herstel daarvan. Dat betekent dat de door Milcro als gevolg van de brand geleden schade gelijk is aan de

– naar objectieve maatstaven berekende – kosten die met het herstel van de door de brand beschadigde gebouwen zijn gemoeid.

4.14

Niet in geschil is dat behalve de loods, alle panden op het perceel van Milcro, uitgezonderd de vloeren en funderingen, volledig door de brand zijn verwoest. Uitgaande van dit gegeven, wordt in het rapport van Architectenbureau [...] voor de verschillende gebouwen de herbouwwaarde berekend. Daartoe wordt het aantal vierkante meters per gebouw vermenigvuldigd met de herbouwwaarde per vierkante meter voor het desbetreffende soort gebouw, zoals kantoor, magazijn, garage en loods.

Witec en El Louvre hebben de conclusies van het rapport van Architectenbureau [...] onvoldoende gemotiveerd bestreden. Witec en El Louvre hebben vraagtekens geplaatst bij de vaststelling van het aantal vierkante meters aan gebouwen en bij de toegepaste bedragen aan herbouwwaarde per vierkante meter. Zij hebben echter niet, onder overlegging van een rapport van een deskundige, betoogd dat en waarom het vastgestelde aantal vierkante meters onjuist is gemeten dan wel dat de toegepaste bedragen aan herbouwwaarden per vierkante meter afwijken van de gebruikelijke standaarden. Gelet hierop, ziet het gerecht geen aanleiding de in het rapport gegeven conclusies niet over te nemen. Dat betekent dat de schade aan het perceel van Milcro als gevolg van de brand gelijk is aan de kosten die gemoeid zijn met het herstel van de daarop gelegen gebouwen, zoals berekend in het rapport van Architectenbureau [...], te weten een bedrag van Afl. 2.927.210,-. Niet in geschil is dat haar verzekeraar aan Milcro uit hoofde van een brandverzekering een bedrag aan Afl. 1.973.313,33 heeft uitgekeerd. Dat brengt de door Witec en El Louvre te vergoeden schade op een bedrag van Afl. 953.896,67,-.

4.15

Witec en El Louvre hebben de post expertisekosten niet bestreden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat deze kosten redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest en naar hun aard en omvang redelijk zijn, zal de vordering in zoverre worden toegewezen.

4.16

Witec en El Louvre worden op na te melden wijze in de proceskosten verwezen.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

veroordeelt Witec en El Louvre hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, tot betaling aan Milcro van een bedrag van Afl. 953.896,67,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2012 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt Witec en El Louvre hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, tot betaling aan Milcro aan expertisekosten tot een bedrag van Afl. 19.621,16, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

veroordeelt Witec en El Louvre hoofdelijk, des dat de een betaalt, de ander is bevrijd, in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Milcro worden begroot op Afl. 7.500,- aan griffierecht, Afl. 409,86 aan oproepingskosten en Afl. 8.000,- (2 punten in tarief 9) aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 augustus 2018 in aanwezigheid van de griffier.