Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:482

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-08-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
E.J. AUA201801757 en AUA201801758
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming bestuursleden stichting. De bevoegdheid van het Gerecht tot benoeming van een nieuw bestuur van de Stichting is gelegen in art. 13 Landsverordening op stichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 17 augustus 2018

Behorend bij E.J. AUA201801757 en AUA201801758

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de openbare rechtspersoon

LAND ARUBA,

te Aruba,

hierna ook te noemen: het Land,

verzoeker in de zaak onder nummer EJ AUA201801757

gemachtigde: advocaat mr. J.M. de Cuba,

en

de stichting

Aruba Birdlife Conservation,

te Aruba,

hierna ook te noemen: ABC,

verzoeker in de zaak onder nummer EJ AUA201801758

gemachtigde mr. G. Rep,

belanghebbende:

de stichting Fundacion Parke Nacional Arikok,

te Aruba,

hierna ook te noemen: de Stichting,

gemachtigde mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek van het Land van 20 juni 2018;

- het verzoek van ABC van 19 juni 2018;

- de openbare oproepen door het Gerecht aan in Aruba gevestigde NGO’s om op de verzoeken te worden gehoord;

- de behandeling van de verzoeken op 14 augustus 2018, waar toen verschenen en gehoord zijn:

- verzoekers;

- de belanghebbende;

- de stichting Turtuga Aruba, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2];

- het interimbestuur van de Stichting, verschenen bij [naam 3] en [naam 4].

De beschikking is (bij vervroeging) bepaald op heden.

2 DE VERZOEKEN EN DE BEOORDELING

2.1.

Op 20 juni 2018 heeft het Land een verzoek ingediend tot benoeming van een nieuw bestuur van de Stichting, verband houdende met het en bloc opstappen van het bestuur van de Stichting. Hierdoor is de Stichting stuurloos. Een soortgelijk verzoek is gedaan door ABC.

2.2.

Bij vonnis in kort geding, gewezen op een verzoek tot het treffen van een ordemaatregel en bekend onder nummer AUA201801749, heeft het Gerecht een interim-bestuur in de Stichting benoemd in de personen van [naam voorzitter], (voorzitter),

[naam 3], [naam 5] en [naam 4]. Op verzoek van het Gerecht heeft het interim-bestuur een advies uitgebracht over de te benoemen personen in het (nieuwe) bestuur van de Stichting. Dit advies is gegeven bij brief van 31 juli 2018, waarna dat vervolgens door het Gerecht ter kennis is gebracht van verzoekers en de belanghebbende.

2.3.

De bevoegdheid van het Gerecht tot benoeming van een nieuw bestuur van de Stichting is gelegen in art. 13 Landsverordening op stichtingen. Strikt genomen gaat deze bevoegdheid niet verder dan de benoeming van een bestuur. Het artikel geeft het Gerecht geen ruimte om door middel van die benoeming het beleid van de Stichting in enige richting te beïnvloeden. In zoverre is sprake van een vrij technische procedure. Bij deze benoeming dient het Gerecht wel acht te slaan op de statuten van de Stichting en die zoveel mogelijk in acht te nemen. Tegen deze achtergrond wordt het volgende overwogen.

2.4.

Vaststaat dat een diepgaand verschil van inzicht tussen het vorige bestuur van de Stichting en het Land heeft geleid tot het neerleggen van de functies door het bestuur. In het advies van 31 juli 2018 signaleert het interim-bestuur deze problematiek ook en adviseert om (kort gezegd) een professionaliseringsslag te maken. Tegen die insteek hebben de verzoekers geen bezwaar gehad, maar ABC en Turtuga Aruba zien het liefst dat de statuten van de Stichting blijven zoals die is en daarmee ook het daarin neergelegde bestuursmodel (one-tier). De achterliggende angst van deze organisaties is dat bij wijziging van het bestuursmodel (in een two-tier model) de invloed van de NGO’s op de Stichting zal afnemen en dat de greep van het Land zal worden vergroot.

2.5.

Het interim-bestuur heeft deze angst ook onder ogen gezien en heeft voorgesteld om in de (te zijner tijd te benoemen) Raad van Toezicht een functieprofiel in te ruimen voor een lid met “vakinhoudelijke kennis”, waaronder is verstaan kennis van natuurbehoud. Daarnaast ziet men de noodzaak tot het treffen van een beheersovereenkomst met het Land, waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn opgenomen.

2.6.

Het Gerecht kan zich voorstellen dat een sterke, mogelijk dominante positie van het Land vanuit het oogpunt van natuurbehoud zorgen oproept. Het komt er echter op aan dat thans aan de orde is dat een robuust bestuur kan aantreden dat in staat is zowel inhoudelijk als bestuurlijk tegenwicht te bieden aan de belangen die de Stichting omgeven. Als het nieuwe bestuur daartoe een wijziging van de statuten noodzakelijk acht, kan dit thans niet als beletsel voor een benoeming worden gezien. Het Gerecht brengt, naar het aanneemt ten overvloede, in herinnering dat ook het vorige bestuur het noodzakelijk vond dat de statuten moesten worden gewijzigd en dat daarbij de doelomschrijving ingrijpend is gewijzigd. Een dergelijke stap is inherent aan de bevoegdheden die een bestuur heeft en het komt er per saldo op neer dat er een intrinsieke bereidheid moet zijn om de koers die moet worden ingeslagen, op een zo transparant mogelijke manier vorm te geven. Dat betekent overleg met de stakeholders van de Stichting en vanuit het belang waarvoor de Stichting is opgericht.

2.7.

Dit overziende kan het Gerecht het advies van het interim-bestuur volgen als het voorstelt om zelf als bestuur van de Stichting te worden benoemd. Tegen hun personen zijn door verzoekers en andere NGO’s (voor zover verschenen) geen bezwaren geuit. Gezien de bestuurlijke problematiek waarmee de Stichting thans kampt acht het Gerecht een bestuurlijk sterk stichtingsbestuur van belang. Ter zitting is de benoeming van een vijfde bestuurslid kort aan de orde geweest, maar er was niet (direct) brede overeenstemming over een mogelijke kandidaat. Het Gerecht zal deze benoeming dan ook aan het nieuwe bestuur laten, overeenkomstig het bepaalde in art. 8.3 van de huidige statuten.

2.8.

Het interim-bestuur heeft in zijn advies voorgesteld om te worden benoemd voor een periode van één jaar. Het Gerecht zal die suggestie niet overnemen. Er is immers sprake van diepgaande problematiek en de beleidsvoornemens zijn ambitieus te noemen. Een tijdelijke benoeming heeft bovendien tot gevolg dat binnen afzienbare tijd de Stichting opnieuw op zoek moet naar een voltallig nieuw bestuur en dat is om meerdere, voor de hand liggende, redenen onwenselijk. Het Gerecht zal het interim-bestuur dan ook benoemen zonder specifieke tijdsafbakening. Het Gerecht doet daarnaast de suggestie om binnen het bestuur te komen tot een rooster van aftreden, zodat bestuurlijke kwaliteit kan worden gewaarborgd.

2.9.

Het interim-bestuur zal dan ook thans worden ontslagen en worden benoemd als gewoon bestuur. Verdere of andere verzoeken worden afgewezen. Voor een kostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

ontslaat met ingang van heden het bij vonnis van 22 juni 2018 benoemde interim-bestuur;

benoemt met ingang van heden tot bestuursleden van het bestuur van de Stichting Fundacion Parke Nacional Arikok:

[naam voorzitter], [adres van voorzitter] (voorzitter):

[naam 3], [adres van naam 3];

[naam 5], [adres van naam 5];

[naam 4], [adres van naam 4.

wijste het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2018 in aanwezigheid van de griffier.