Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:470

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-05-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
642 van 2017 en 52 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In de zaak met parketnummer P-2017/08676: Diefstal, vergezeld met geweld tegen personen, gepleegd door twee of meer verenigde personen (feit 1) en diefstal door middel van braak, door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd (feit 2).

In de zaak met parketnummer P-2018/00665: Poging tot diefstal door middel van braak en/of inklimming (feit 1) en diefstal door middel van braak en verbreking, gepleegd ten opzichte van toerist (feit 2).

Straf: Gevangenisstraf van 4 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft inhoudelijk plaatsgevonden op 4 mei 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.F.M. Zara.

Het gerecht heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de terechtzitting van 4 mei 2018 gevoegd.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de in de zaak met parketnummer P-2017/08676 onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer P-2018/00665 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar, met aftrek van voorarrest.

koevoet en wielmoersleutel. Ten aanzien van de inbeslaggenomen draagbare radio’s is de teruggave gevorderd aan de verdachte.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 16 februari 2018, tenlastegelegd:

In de zaak met parketnummer P-2017/08676

Diefstal met geweld [bedrijfsnaam 1]

1. dat hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een autosleutel (van de bestelwagen),

- een portemonnee,

- een hoeveel geld,

- een bestelwagen

- een iPhone 6S

- een of meer sloffen sigaretten,

in elk geval enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

[bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld

en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders die

[slachtoffer 1] hebben geduwd en tegen zijn gezicht\hebben geslagen en hebben geschopt;

(artikelen 2:291/2:294 jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Inbraak [adres 1]

2. dat hij op of omstreeks 4 september 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen, in een woning en een appartement (bij het perceel [adres 1]),

- een of meer laptops

- een oplader

- een of meer sieraden

- een of meer horloges

- een kussensloop, in elk geval enige goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat [medeverdachte 1] en/of een of meer anderen op of omstreeks 4 september 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen, in een woning en een appartement (bij het perceel [adres 1]),

- een of meer laptops

- een oplader

- een of meer sieraden

- een of meer horloges

- een kussensloop, in elk geval enige goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij [medeverdachte 1] en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 september 2017 op Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf door die [medeverdachte 1] en/of zijn mededaders naar de plaats van het misdrijf te begeleiden en/of vervolgens op de uitkijk te staan en/of vervolgens de vluchtauto te besturen;

(artikel 2:290 jo. Artikel 2:289 sub a en b jo. Artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

In de zaak met parketnummer P-2018/00665

1. dat hij op of omstreeks 1 april 2014 te Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres 2]) weg te nemen goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan de bewoners van [adres 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbijde toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en de weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

- draden van het alarmsysteem heeft doorgesneden en/of

- een (ruit van een) deur van bedoelde woning heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:289 sub b jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 1 april 2014 te Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk draden van een alarmsysteem en (een ruit van) een deur, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de bewoners van [adres 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd;

(artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 27 mei 2015 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een hotelkamer (van de [Hotelnaam] kamer [kamernummer]), heeft weggenomen, van een toerist, die voor recreatieve doeleinden in het land aanwezig was,

- een iPad mini,

- een iPhone 4,

- een Samsung Galaxy tablet,

- een mobiele telefoon Samsung Galaxy S5 en/of

- $ 500,-

in elk geval enige goederen, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel;

(artikel 2:289 sub b en e van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

3.1.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.1.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft ten aanzien van de zaak met parketnummer P-2018/00665 bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat in verband met het lange tijdsverloop in de zaak het openbaar ministerie zich heeft schuldig gemaakt aan schending van de beginselen van een goede procesorde.

3.1.2.

Oordeel van het gerecht

Op 1 april 2014 en 27 mei 2015 heeft er respectievelijk een poging woninginbraak en een inbraak in een hotelkamer plaatsgevonden, te weten te [adres 2]en te [Hotelnaam], waarbij er geen dader geconstateerd werd en er enkel bloedsporen werden aangetroffen. Niet eerder dan op 15 december 2017 is verdachte ten aanzien van voornoemde strafbare feiten als mogelijke dader in het licht gekomen nadat zijn DNA in het kader van de strafzaak met parketnummer P-2017/08676 in de DNA-databank van Aruba werd opgenomen en het DNA-profiel dat is vastgesteld van het betreffende sporenmateriaal bij voornoemde inbraken bleek te matchen met het DNA-profiel dat is vastgesteld van het referentiemateriaal van verdachte. Van overschrijding van de redelijke termijn is naar oordeel van het gerecht dan ook geen sprake.

Het gerecht overweegt ten overvloede dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad op overschrijding van de redelijke termijn niet volgt de sanctie van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Er zijn ook geen andere omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

3.2.

Overige voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is verder gebleken dat de dagvaarding geldig is, het gerecht bevoegd is en er geen gronden voor schorsing van de vervolging zijn.

4 Bewijsbeslissingen

4.1.

Bewijsoverweging in de zaak met parketnummer P-2017/08676 ten aanzien van feit 2

4.1.1.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend de inbraak te hebben gepleegd. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de bestuurder was van de zwarte auto van het merk Honda en dat hij twee voor hem onbekende personen een lift heeft gegeven. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wel aanwezig is geweest en dat hij de twee personen naar de betreffende locatie heeft gebracht en op ze heeft gewacht. Hij heeft de inbraak niet gepland, aldus verdachte.

De raadsman heeft betoogd dat hooguit sprake zou kunnen zijn van medeplichtigheid. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat nergens uit blijkt dat de verdachte in de woning is geweest. Verdachte zat enkel in de auto met gestolen goederen. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat met [naam vermoedelijke verdachte] verdachte wordt bedoeld.

4.1.2.

Oordeel van het gerecht

Het gerecht stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit de bewijsmiddelen leidt het gerecht (met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte) het volgende af.

Op 4 september 2017 is er door de heer [slachtoffer 2] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning op het adres [adres 1] op diezelfde dag. Aangever heeft verklaard dat het slot van de achterdeur werd vernield en dat een laptop, sieraden en horloges zijn weggenomen. Ook de heer [slachtoffer 3] heeft op 4 september 2017 aangifte gedaan van inbraak in zijn appartement op het adres [adres 1]. Hij verklaarde dat zijn voordeur werd geforceerd en dat een laptop, een oplader en een kussensloop zijn weggenomen.

Bij de politie is op 4 september 2017 melding gedaan van voornoemde inbraken. Aan de politie werd doorgegeven dat het drie verdachten betrof en dat zij in een zwarte personenauto van het merk Honda weg waren gereden. Ter plaatse werd voornoemde auto door de politie aangetroffen. De drie personen waren in westelijke richting in de mondi gevlucht. Zowel de verdachte als de medeverdachte [medeverdachte 1] werden aangehouden. Verdachte is verstopt onder een geparkeerde auto aangetroffen.

In de zwarte auto van het Merk Honda, waarvan verdachte de bestuurder was, zijn goederen aangetroffen die door zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] zijn herkend als hun eigendommen.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 7 september 2017 bekend dat hij de inbraken samen met [naam vermoedelijke verdachte] heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat [naam vermoedelijke verdachte] in een zwartkleurige auto van het merk Honda reed en hem vroeg samen een inbraak te gaan plegen. Samen met nog een derde persoon reden zij naar de woning waar zij zouden inbreken, die door [naam vermoedelijke verdachte] werd aangewezen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij en de derde persoon uitstapten en dat [naam vermoedelijke verdachte] in de auto bleef zitten. Nadat schuifdeuren werden vernield drongen hij en de derde persoon naar binnen. Zowel in een woning als in een appartement werd ingebroken. Er werden twee laptops weggenomen. Eén laptop lag in de woning en één laptop lag in het appartement. Vervolgens kwam [naam vermoedelijke verdachte] hen weer ophalen.

Op grond van het voorgaande oordeelt het gerecht allereerst dat mede aan de hand van de verklaring van verdachte ter terechtzitting, inhoudende dat zijn broer [naam vermoedelijke verdachte] twee jaar geleden is overleden, voldoende aannemelijk is geworden dat met [naam vermoedelijke verdachte] verdachte wordt bedoeld. Voorts is het gerecht van oordeel dat uit voornoemde feiten en omstandigheden volgt dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering en die gericht was op het wegnemen van goederen uit de woning en het appartement te [adres 1]. De verklaring van verdachte dat hij enkel als chauffeur heeft opgetreden acht het gerecht dan ook ongeloofwaardig. Het gerecht acht het onder 2 primair tenlastegelegde feit bewezen, ook ten aanzien van het medeplegen.

4.2

Bewijsoverweging in de zaak met parketnummer P-2018/00665

Op 1 april 2014 en 27 mei 2015 is aangifte gedaan van respectievelijk een poging woninginbraak en een inbraak in een hotelkamer. Ten aanzien van de woninginbraak werden tijdens sporenonderzoek in de woning aan de brandkast bloedsporen aangetroffen. Ten aanzien van de inbraak in de hotelkamer werden tijdens sporenonderzoek bloedsporen aangetroffen op de vloer. Gezien de plaatsen waar het bloed is aangetroffen, kunnen deze bloedsporen als dadersporen worden aangemerkt. Het DNA-profiel dat is vastgesteld van het betreffende sporenmateriaal matcht met het DNA-profiel van verdachte.

Gegeven deze feiten en omstandigheden - in onderlinge samenhang bezien - is het gerecht van oordeel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die zich heeft schuldig gemaakt aan voornoemde poging woninginbraak en inbraak. Het gerecht overweegt daarbij nog dat verdachte, die ten aanzien van de poging woninginbraak ter terechtzitting heeft verklaard daar nooit te zijn geweest en ten zijn aanzien van de inbraak in de hotelkamer heeft verklaard dat hij het zich niet kan herinneren of hij die inbraak heeft gepleegd, voor bovengenoemde feiten en omstandigheden geen redengevende, die feiten ontzenuwende verklaring heeft kunnen of willen geven.

4.3.

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte ter zake van de in de zaak met parketnummer P-2017/08676 onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer en P-2018/00665 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

In de zaak met parketnummer P-2017/08676

Diefstal met geweld [bedrijfsnaam 1]

1. dat hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen

- een autosleutel (van de bestelwagen),

- een portemonnee,

- een hoeveel geld,

- een bestelwagen

- een iPhone 6S

- een of meer sloffen sigaretten,

in elk geval enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

[bedrijfsnaam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld

en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders die

[slachtoffer 1] hebben geduwd en tegen zijn gezicht hebben geslagen en hebben geschopt;

Inbraak [adres 1]

2. primair

dat hij op of omstreeks 4 september 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen, in een woning en een appartement (bij het perceel [adres 1]),

- een of meer laptops

- een oplader

- een of meer sieraden

- een of meer horloges

- een kussensloop, in elk geval enige goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

In de zaak met parketnummer P-2018/00665

1. primair

dat hij op of omstreeks 1 april 2014 te Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres 2]) weg te nemen goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan de bewoner(s) van [adres 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en de weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

- draden van het alarmsysteem heeft doorgesneden en/of

- een (ruit van een) deur van bedoelde woning heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. dat hij op of omstreeks 27 mei 2015 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een hotelkamer (van de [Hotelnaam] kamer [kamernummer]), heeft weggenomen, van een toerist, die voor recreatieve doeleinden in het land aanwezig was,

- een iPad mini,

- een iPhone 4,

- een Samsung Galaxy tablet,

- een mobiele telefoon Samsung Galaxy S5 en/of

- $ 500,-

in elk geval enige goederen, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2017/08676

Feit 1

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2 primair

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht.

In de zaak met parketnummer P-2018/00665

Feit 1 primair

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub b jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking, terwijl het feit is gepleegd ten opzichte van een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig is,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub b en e van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met twee mededaders schuldig gemaakt aan het plegen van een diefstal met geweld waarbij onder meer een bestelwagen met daarin een grote hoeveelheid sigaretten is weggenomen. De overval vond plaats op klaarlichte dag en op de openbare weg. De sigarettenverkoper is daarbij flink mishandeld. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen het slachtoffer niet alleen financiële schade, maar vooral ook angst en leed toegebracht. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan. De eigenaar van de weggenomen sigaretten heeft daarnaast grote financiële schade geleden. Verdachte en zijn mededaders hebben met de overval tevens de rechtsorde ernstig geschokt en bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Daarnaast heeft de verdachte zich op 4 september 2017 samen met twee mededaders schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning en een inbraak in een appartement te [adres 1] .

Tenslotte is uit DNA-onderzoek gebleken dat verdachte zich tevens heeft schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning en een inbraak in een hotelkamer van een toerist in respectievelijk 2014 en 2015. Dergelijke feiten brengen voor de benadeelden veel hinder en tevens schade met zich mee. Als schadelijk voor het imago voor Aruba als relatief veilige toeristische bestemming, kan een inbraak in een hotelkamer van een toerist op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen.

Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan naar oordeel van het gerecht niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Als strafverhogende omstandigheid neemt het gerecht in aanmerking dat verdachte, zo blijkt uit het justitieel documentatieregister d.d. 29 januari 2018, reeds eerder tot gevangenisstraffen is veroordeeld wegens het plegen van gekwalificeerde diefstallen, waaronder een diefstal met (bedreiging met) geweld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

In de zaak met parketnummer P-2017/08676

A. Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen koevoet, rood van kleur en de zilverkleurige wielmoersleutel, waarvan is gebleken dat met behulp van welke het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid zullen verbeurd worden verklaard.

B. Teruggave

Ten aanzien van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen zal de teruggave worden gelast aan de verdachte:

  • -

    2 draagbare radio’s zwart van kleur van het Merk “Wanhua”;

  • -

    1 T-shirt, rood van kleur (Aruba Challange);

  • -

    2 paar handschoenen, wit;

  • -

    1 sok wit van kleur;

  • -

    1 pet, zwart van kleur met oranje opschrift “Chicago”;

  • -

    1 mobiele telefoon, goud van kleur, van het merk “Samsung”, model “Duos”;

  • -

    1 geheugenkaart, zwart van kleur, van het merk “Sandisk”, micro SD 2GB;

nu deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

C. Niet in staat te beslissen

Het gerecht acht zich niet in staat te beslissen over de inbeslaggenomen zilverkleurige marihuana grinder.

10 Benadeelde partijen

In de zaak met parketnummer P-2017/08786

10.1.

De vordering van de benadeelde partij, [bedrijfsnaam 1] (feit 1)

De benadeelde partij [bedrijfsnaam 1], bij monde van haar gemachtigde, mr. B.J. Huiskes, heeft bij de behandeling van de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 16 februari 2018, een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte (en diens medeverdachten). Het totaal bedrag van de schade die zij als gevolg van het bewezen verklaarde feit heeft geleden bedraagt volgens de toelichting Afl. 81.778,-. De benadeelde partij heeft echter, gelet op het bepaalde in artikel 374, eerste lid Sv, haar vordering beperkt tot een maximumbedrag van Afl. 50.000,-.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte gepleegde feit onder 1, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. Het gevorderde bedrag is voldoende komen vast te staan en zal worden toegewezen, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

10.2.De vordering van de benadeelde partij , [slachtoffer 2] (feit 2)

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte (en diens medeverdachten) wegens materiële schade die hij als gevolg van het bewezen verklaarde feit zou hebben geleden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte (en diens medeverdachten) gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bewijsstukken, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 500,-. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De vordering kan voor het overige bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

10.3.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat indien genoemde bedragen geheel of gedeeltelijk door een andere medeverdachtezijn betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

10.4.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde feiten is toegebracht en de verdachte voor die feiten zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van Afl. 50.000,- ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] en Afl. 500,- ten behoeve van [slachtoffer 2], bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door een (1) jaar hechtenis met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat voor zover deze bedragen of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partijen en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partijen in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:67, 1:68, 1:78 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer P-2017/08676 onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer en P-2018/00665 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] -hoofdelijk in die zin dat als één van de mededaders heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 50.000,- (zegge: vijftigduizend florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer 2] -hoofdelijk in die zin dat als de mededader heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 500,- (zegge: vijfhonderd florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan het Land Aruba ter zake van het bewezen verklaarde ten behoeve van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] een bedrag te betalen van Afl. 50.000,= (zegge: vijftigduizend florin) en ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] een bedrag te betalen van Afl. 500,= (zegge: vijfhonderd florin), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door een (1) jaar hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan het Land ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft;

bepaalt dat voor zover deze bedragen of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partijen en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partijen in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 25 mei 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.