Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:469

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-05-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
640 van 2017 en 51 van 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In de zaak met parketnummer P-2017/08607: Diefstal, door twee of meer verenigde personen (feit 1), medeplegen van poging tot doodslag (feit 2), eendaadse samenloop van poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen (feit 3), diefstal door middel van braak, door twee of meer verenigde personen (feit 4), diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd door twee of meer personen (feit 5) en overtreding Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd (feit 6).

In de zaak met parketnummer P-2018/00664: Diefstal in een woning, door middel van braak (feit 1) en diefstal door middel van braak en verbreking (feit 2).

Straf: Gevangenisstraf van 12 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Maldonado.

Het gerecht heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de terechtzitting van 4 mei 2018 gevoegd.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de in de zaak met parketnummer P-2017/08607 onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer en P-2018/00664 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaar, met aftrek van voorarrest.

vuurwapen en de inbeslaggenomen patronen. Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoon van het merk “BLU” is verbeurdverklaring gevorderd. Tenslotte heeft de officier van justitie de teruggave aan de verdachte gevorderd van het inbeslaggenomen bermuda short van het merk “Mahi”.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

In de zaak met parketnummer P-2017/08607

Inbraak [supermarkt]

1. dat hij op of omstreeks 14 juli 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit een supermarkt ([supermarkt]) een of meer dozen Old Parr, in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht)

[straatnaam 1]

2. dat hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met een vuurwapen een/meer kogels op/ in/ in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:259 jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door met een vuurwapen een/meer kogels op/ in/ in de richting van het lichaam/been van die [slachtoffer 1] te schieten;

(artikel 2:276 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan de bewoners van het perceel [straatnaam 1] 50, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, samen met zijn medeverdachten met een vuurwapen naar voornoemde woning is gereden en zich vervolgens met een vuurwapen op het erf heeft begeven en met een vuurwapen een/meer kogels op/ in/ in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:291 jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld,

geheel of ten dele toebehorende aan de bewoners van het perceel [straatnaam 1] 50, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en het/de weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en verbreking en inklimming door samen met zijn medeverdachten met een vuurwapen naar voornoemde woning is gereden en zich vervolgens op het erf heeft begeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een vuurwapen een/meer kogels op/ in/ in de richting van het lichaam/been van die [slachtoffer 1] heeft geschoten;

(artikel 2:291 jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

Poging/voorbereiding diefstal met geweld/afpersing [straatnaam 2]

3. dat hij op of omstreeks 13 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, te dwingen tot de afgifte van goederen/geld, in elk geval van enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, samen met zijn medeverdachten met een vuurwapen naar de woning van die [slachtoffer 2] is gereden en zich vervolgens met een vuurwapen op het erf heeft begeven en achter bedoelde woning is gaan schuilen in afwachting op de komst van die [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:291/2:294 jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 13 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een anderen of anderen, althans alleen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld in vereniging en/of een afpersing in vereniging, als omschreven in artikelen 2:291 en 2:294 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een vervoermiddel, te weten een auto, en een voorwerp, te weten een vuurwapen bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;

(artikel 2:291/2:294 jo. artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)

Inbraak [straatnaam 3]

4. dat hij op of omstreeks 14 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, in een woning ([straatnaam 3]), gouden sieraden (halskettingen, armbanden, ringen en oorbellen), horloges en/of $1100,-, in elk geval enige goederen/geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of het/de weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(artikel 2:290 jo. artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht)

Diefstal met geweld [bedrijfsnaam 1]

5. dat hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een autosleutel (van de bestelwagen),

- een portemonnee,

- een hoeveel geld,

- een bestelwagen

- een iPhone 6S

- een of meer sloffen sigaretten,

in elk geval enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 4] hebben geduwd en tegen zijn gezicht hebben geslagen en hebben geschopt;

(artikelen 2:291/2:294 jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Vuurwapen

6. dat hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Aruba, een vuurwapen (een revolver van het merk Smith & Wesson met serienummer [serienummer]) en munitie (patronen van het kaliber .38 special en het merk Cavim/CBC/Federal), voorhanden heeft gehad;

(artikel 3 van de Vuurwapenverordening)

In de zaak met parketnummer P-2018/00664

1. dat hij op of omstreeks 18 juni 2015 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, te weten [straatnaam 4], terwijl hij opzettelijk en wederrechtelijk in die woning, in gebruik bij [slachtoffer 5], vertoefde, heeft weggenomen:

- een iPad mini en/of

- gouden en zilveren sieraden, in elk geval enige goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(artikel 2:290 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere bestelbussen (gekentekend [kentekennummer 1 en kentekennummer 2) heeft weggenomen meerdere dozen inhoudende pakken sigaretten, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(artikel 2:289 sub b van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Het gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4.1.

Bewijsoverweging ten aanzien van parketnummer P-2017/08607 feit 2

4.1.1.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de onder 2 primair tenlastegelegde poging tot doodslag niet kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe allereerst aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte op de plaats van het delict aanwezig is geweest. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier in ieder geval niet kan worden afgeleid dat de verdachte degene is geweest die op het slachtoffer heeft geschoten.

4.1.2.

Oordeel van het gerecht

A: Was verdachte aanwezig op de plaats van het delict?

Anders dan de raadsman is het gerecht van oordeel dat met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte op de plaats van het delict aanwezig was. Het gerecht leidt dit af uit de voor het bewijs gebezigde verklaringen van getuige [getuige 1] en medeverdachte [medeverdachte 1]. [getuige 1] heeft op 19 augustus 2017, voor zover hier van belang, verklaard dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] hem over bedoelde inbraak hadden verteld. Hij had van hen vernomen dat zij op een bewuste avond een inbraak in een woning gingen plegen. Verder vertelden zij hem dat toen zij bezig waren het raam van de woning te forceren, er een man ter plaatse verscheen. Ook heeft hij vernomen dat bedoelde man een zaklantaarn in zijn handen hield en in hun richting kwam lopen. Nadat verdachten door voornoemde man werden betrapt werd er op hem geschoten.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft de verklaring van [getuige 1] bevestigd en heeft de politie de betreffende straat in de wijk [straatnaam 1] aangewezen.

Voorts heeft [getuige 1] op 19 augustus 2017 verklaard dat hij weet dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] dagelijks inbraken plegen overal op het eiland.

Het gerecht acht de voor het bewijs gebezigde verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] en [getuige 1] betrouwbaar, ook voor zover [getuige 1] heeft verklaard over wat hij van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gehoord. De verklaringen van [getuige 1] over verschillende inbraken en de poging gewapende overval te [straatnaam 2] (het bewezenverklaarde feit 3) vinden op diverse onderdelen ondersteuning in het strafdossier, terwijl [getuige 1] daarbij ook over zichzelf veelal spontaan belastend heeft verklaard. Ook over de inbraak met het schietincident te [straatnaam 1] heeft hij spontaan over het feit verklaard, terwijl verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] nog niet in beeld waren. De verklaring van [getuige 1] komt daarbij op details overeen met de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1]. Ook medeverdachte [medeverdachte 1] heeft belastend over zichzelf verklaard in die zin dat hij bevestigt dat hij bij de inbraak met het schietincident te [straatnaam 1] aanwezig was.

Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zich bezighielden met het plegen van woninginbraken blijkt ook uit de woninginbraak te [straatnaam 3] op 14 augustus 2017, zoals verderop in dit vonnis bewezen wordt verklaard. Ook bij die inbraak kwamen de verdachten de woning binnen door een raam te forceren/openen met een schroevendraaier en werd een vuurwapen meegenomen.

Alles bij elkaar, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het gerecht voldoende bewijs voorhanden om vast te stellen dat verdachte op de betreffende avond aanwezig was op het plaats delict.

B: Overige feiten en omstandigheden

Het gerecht leidt uit de bewijsmiddelen het volgende af.

Op 2 augustus 2017 omstreeks 20:45 uur trachtte verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] een inbraak te plegen in de woning van de heer [benadeelde partij 1]. Ze waren opzoek gegaan naar een huis om in te breken en zagen toen een lege woning. Medeverdachte [medeverdachte 1] nam een wapen mee voor de veiligheid. Via het raam van de woonkamer drongen zij de woning binnen. Er werd een schroevendraaier gebruikt om het raam te kunnen forceren. Tevens werd een luidspreker van het alarmsysteem vernield. Terwijl beide verdachten binnen waren begon een man, zijnde de heer [slachtoffer 1], de buurman en tevens politieagent op Aruba, die buiten stond, tegen het raam te kloppen en met een zaklantaarn naar binnen te schijnen. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] klommen daarop uit het keukenraam. Eén van beiden richtte een vuurwapen op hem en loste een schot. Hierbij werd de heer [slachtoffer 1] in zijn linkerknie geraakt.

Getuige [getuige 1] heeft verder verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1], telkens wanneer hij inbraken gaat plegen, een wapen bij zich heeft. [medeverdachte 1] heeft op 30 augustus 2018 verklaard dat hij altijd een vuurwapen meeneemt als hij een inbraak gaat plegen en dat hij dat doet omdat hij bang is dat als men hem in hun woning zou betrappen, men zeker op hem zou schieten.

C: Wie is de schutter?

Uit de stukken in het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan het gerecht niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen wie van de beide verdachten de schutter is geweest. Dit zal het gerecht dan ook in het midden laten.

D: Voorwaardelijk opzet en medeplegen

Op grond van het voorgaande oordeelt het gerecht dat niet bewezen is dat bij beide verdachten sprake is geweest van vol opzet om het slachtoffer van het leven te beroven. De opzet van de verdachten was er op gericht om een woninginbraak te plegen.

Wel is het gerecht van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. De verdachten zijn de woning binnengedrongen waarbij tenminste één van hen een geladen vuurwapen in de hand hield. Dit was het vuurwapen van medeverdachte [medeverdachte 1]. Gelet op de verklaring van getuige [getuige 1] dat hij weet dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] dagelijks inbraken plegen overal op het eiland en dat medeverdachte [medeverdachte 1] telkens een vuurwapen meeneemt als hij een inbraak gaat plegen, hetgeen wordt bevestigd door [medeverdachte 1], gaat het gerecht ervan uit dat niet alleen medeverdachte [medeverdachte 1] maar ook verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het wapen. Bij een woninginbraak, zeker omstreeks 20:45 uur, bestaat de aanmerkelijke kans op betrapping en/of verzet. Voor [medeverdachte 1] was dit ook de reden dat hij een wapen meenam wanneer hij een inbraak ging plegen. Reeds door een geladen vuurwapen direct bij de hand te hebben, hebben de verdachten zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het vuurwapen bij betrapping gebruikt zou worden en iemand daardoor zodanig ernstig gewond zou raken dat de dood het gevolg zou zijn. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat schotwonden vaak de dood tot gevolg hebben. Reeds door samen de woning met een geladen vuurwapen binnen te dringen hebben beide verdachten bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij betrapping het vuurwapen zou worden gebruikt. Daarom is niet van belang dat niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die heeft geschoten. 1

Op grond van het voorgaande oordeelt het gerecht eveneens dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht het gerecht het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Hoewel de samenwerking primair gericht was op het plegen van een woninginbraak, strekte de samenwerking zich ook uit tot strafbare feiten die van het gemaakte plan een onderdeel vormden. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gingen vaker samen op inbrekerspad en daarbij nam medeverdachte [medeverdachte 1] altijd zijn wapen mee. Verder wijst alles er op dat de verdachten niet ‘gepakt’ wilden worden. Onderdeel van het – al dan niet stilzwijgende – plan moet derhalve zijn geweest om bij betrapping met behulp van een wapen te kunnen vluchten. Het gebruik van het wapen lag als een dusdanig waarschijnlijke mogelijkheid besloten in de bewuste en nauwe samenwerking met het oog op de voorgenomen inbraak, dat ook wat betreft het schieten zo bewust en nauw is samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken.2

4.2.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van parketnummer P-2018/00664 feiten 1 en 2

4.2.1.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de in de zaak met parketnummer en P-2018/00664 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, nu er voor de verdachte belastende gegevens, te weten het aantreffen van DNA-sporen van de verdachte op de plaatsen delict, door de verdachte een alternatief scenario is geschetst. Ten aanzien van de inbraak te [straatnaam 4] heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte aan hem heeft verteld dat hij daar schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht. Verdachte heeft dit ook ter terechtzitting, bij de behandeling van zijn persoonlijke omstandigheden, verklaard. Ten aanzien van de auto-inbraken bij [bedrijfsnaam 1] heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte in de tenlastegelegde periode heeft meegeholpen bij het aflossen van containers te [bedrijfsnaam 1].

4.1.2.

Oordeel van het gerecht

Op 18 juni 2015 en 12 augustus 2016 is aangifte gedaan van respectievelijk een woninginbraak en twee auto-inbraken bij het bedrijf [bedrijfsnaam 1]. De aangever van de woninginbraak verklaarde dat de toegang was verschaft doordat het glas van het woonkamerraam was vernield. Tijdens sporenonderzoek werden naast de opening in het raam, op de muur aan de buitenzijde van de woning, sporen van bloed aangetroffen. De aangever van de auto-inbraken verklaarde dat de toegang was verschaft door een zinkplaat van het dak van het magazijn door te knippen. Via de ontstane opening kreeg men toegang tot het magazijn. Tijdens sporenonderzoek werden onder de opening sigarettendozen aangetroffen. Op één van de sigarettendozen zat een bloedspoor. Gezien de plaatsen waar het bloed is aangetroffen, kunnen deze bloedsporen als dadersporen worden aangemerkt. Het DNA-profiel dat is vastgesteld van het betreffende sporenmateriaal matcht met het DNA-profiel dat is vastgesteld van het referentiemateriaal van verdachte.

Gegeven deze feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – is het gerecht van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die zich heeft schuldig gemaakt aan voornoemde woninginbraak en auto-inbraken. Niet door de verdachte zelf maar door de raadsman zijn alternatieve scenario’s naar voren gebracht. De door de raadsman geschetste alternatieve scenario’s acht het gerecht onaannemelijk. Op geen enkele wijze zijn de scenario’s door de verdediging nader onderbouwd, bijvoorbeeld door stukken waaruit blijkt dat verdachte daadwerkelijk in de betreffende periode op de plaatsen delict zou hebben gewerkt. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

4.3.

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer P-2017/08607 onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer P-2018/00664 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

In de zaak met parketnummer P-2017/08607

Inbraak [supermarkt]

1. dat hij op of omstreeks 14 juli 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit een supermarkt ([supermarkt]) een of meer dozen Old Parr, in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

[straatnaam 1]

2. primair:

dat hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met een vuurwapen een/meer kogels op/ in/ in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Poging diefstal met geweld/afpersing [straatnaam 2]

3. primair:

dat hij op of omstreeks 13 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, te dwingen tot de afgifte van goederen/geld, in elk geval van enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, samen met zijn medeverdachten met een vuurwapen naar de woning van die [slachtoffer 2] is gereden en zich vervolgens met een vuurwapen op het erf heeft begeven en achter bedoelde woning is gaan schuilen in afwachting op de komst van die [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Inbraak [straatnaam 3]

4. dat hij op of omstreeks 14 augustus 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, in een woning ([straatnaam 3]), (gouden) sieraden, (halskettingen, armbanden, ringen en oorbellen), horloges en/of $1100,-, in elk geval enige goederen/geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of het/de weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Diefstal met geweld [bedrijfsnaam 1]

5. dat hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Aruba tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen

- een autosleutel (van de bestelwagen),

- een portemonnee,

- een hoeveel geld,

- een bestelwagen

- een iPhone 6S

- een of meer sloffen sigaretten,

in elk geval enige goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

[bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

zijn mededaders welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld

en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders die

[slachtoffer 4] hebben geduwd en tegen zijn gezicht hebben geslagen en hebben

geschopt;

Vuurwapen

6. dat hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Aruba, een vuurwapen (een revolver van het merk Smith & Wesson met serienummer [serienummer]) en munitie (patronen van het kaliber .38 special en het merk Cavim/CBC/Federal), voorhanden heeft gehad;

In de zaak met parketnummer P-2018/00664

1. dat hij op of omstreeks 18 juni 2015 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, te weten [straatnaam 4], terwijl hij opzettelijk en wederrechtelijk in die woning, in gebruik bij [slachtoffer 5], vertoefde, heeft weggenomen:

- een iPad mini en/of

- gouden en zilveren sieraden, in elk geval enige goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2. dat hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere bestelbussen (gekentekend [kentekennummer 1 en kentekennummer 2) heeft weggenomen meerdere dozen inhoudende pakken sigaretten, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Vrijwillige terugtred

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat het onder 3 primair tenlastegelegde feit niet als poging dan wel voorbereiding gekwalificeerd kan worden omdat de verdachte en diens medeverdachten vrijwillig zijn teruggetreden. Vorenstaande brengt, aldus de raadsman, mee dat de verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.

Het gerecht verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat de voorgenomen diefstal/afpersing met geweld niet is voltooid ten gevolge van de omstandigheid dat het slachtoffer niet was thuisgekomen. De gedragingen die de verdachte reeds had verricht, te weten het samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [getuige 1] naar de woning van het slachtoffer rijden, een vuurwapen meenemen en zich verstoppen in afwachting van het slachtoffer strekken tot voltooiing van het delict. De reden van terugtreden was derhalve gelegen in een omstandigheid buiten de wil van verdachte, zodat van vrijwillig terugtred geen sprake is.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2017/08607

Feit 1

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2 primair

Medeplegen van poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 259, juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3 primair

De eendaadse samenloop van:

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 4

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub a en b van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 5

Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 6

Overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

In de zaak met parketnummer P-2018/00664

Feit 1

Diefstal in een woning, door iemand die artikel 2:65 heeft overtreden, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 2:290 jo artikel 2:289 sub b van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 sub b van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan poging tot doodslag, nadat zij samen gepoogd hadden bij een woning in te breken en zij vervolgens betrapt werden door de buurman. De buurman, een politieagent, is door één van de daders in zijn linkerknie geschoten. Dit is een zeer ernstig feit. Een dergelijk vergrijp veroorzaakt gevoelens van afschuw, onveiligheid en grote onrust in de samenleving.

Verdachte heeft zich voorts samen met twee mededaders schuldig gemaakt aan het plegen van een diefstal met geweld waarbij onder meer een bestelwagen met daarin een grote hoeveelheid sigaretten is weggenomen. De overval vond plaats op klaarlichte dag en op de openbare weg. De sigarettenverkoper is daarbij flink mishandeld. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen het slachtoffer niet alleen financiële schade, maar vooral ook angst en leed toegebracht. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan. De eigenaar van de weggenomen sigaretten heeft daarnaast grote financiële schade geleden. Verdachte en zijn mededaders hebben met de overval tevens de rechtsorde ernstig geschokt en bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging diefstal met geweld/afpersing en een reeks andere vermogensdelicten. Verdachte heeft met zijn gedrag aangetoond dat hij geen respect heeft voor andermans lichamelijke integriteit noch voor het eigendomsrecht van anderen. Bovendien draagt verdachte met zijn handelen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Tenslotte heeft de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie kan gevaarlijke situaties met zich meebrengen, zoals ook in deze zaak is gebleken.

Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan naar het oordeel van het gerecht niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Als strafverhogende omstandigheid neemt het gerecht in aanmerking dat verdachte, zo blijkt uit het justitieel documentatieregister d.d. d.d. 29 januari 2018, eerder is veroordeeld voor et plegen van soortgelijke feiten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de inbeslaggenomen zilverkleurige revolver van het merk Smith & Wesson, model 36, kaliber .38 SPL met serienummer [serienummer] en vijf patronen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang en het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het in de zaak met parketnummer P-2017/08607 onder 6 bewezenverklaarde feit is begaan.

B. Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen mobiele telefoon van het merk BLU, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan verdachte toebehoort en met behulp van welke het in de zaak met parketnummer P-2017/08607 onder 3 primair bewezenverklaarde feit is voorbereid, zal verbeurd worden verklaard.

C. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van het in beslag genomen bermuda short, met verschillende horizontale meerdere gekleurde strepen van het merk “Mahi” aan de verdachte, nu deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

D. Niet in staat te beslissen

Het gerecht acht zich niet in staat te beslissen over het inbeslaggenomen plastic zakje inhoudende op marihuana gelijkende kruid.

10 Benadeelde partijen

10.1.

Vordering van de benadeelde partij Xie parketnummer P-2017/08607 feit 1

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft namens [supermarkt] een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte (en diens medeverdachte) wegens materiële schade die [supermarkt] als gevolg van het bewezen verklaarde feit zou hebben geleden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte (en diens medeverdachte) gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bewijsstukken, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 30.000,- (uitgaande van 50 dozen van 12 flessen bij een waarde per fles van Afl. 51,-). De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De vordering kan voor het overige bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

10.2.

Vordering van de benadeelde partij Figaroa parketnummer P-2017/08607 feit 2

Nu door het onder 2 primair bewezenverklaarde feit aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geen rechtstreekse schade is toegebracht, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

10.3.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] parketnummer P-2017/08607 feit 4

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte (en diens medeverdachten) wegens materiële schade die hij als gevolg van het bewezenverklaarde feit zou hebben geleden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte (en diens medeverdachten) gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bewijsstukken, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 2.500,-. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

10.4.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] P-2017/08607 feit 5

De benadeelde partij [bedrijfsnaam 1], bij monde van haar gemachtigde, mr. B.J. Huiskes, heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte (en diens medeverdachten). Het totaal bedrag van de schade die zij als gevolg van het bewezen verklaarde feit heeft geleden bedraagt volgens de toelichting Afl. 81.778,-. De benadeelde partij heeft echter, gelet op het bepaalde in artikel 374, eerste lid Sv, haar vordering beperkt tot een maximumbedrag van Afl. 50.000,-.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte in de zaak met parketnummer P-2017/08606 onder 5 gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. Het gevorderde bedrag is voldoende komen vast te staan en zal worden toegewezen, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

10.5

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat indien genoemde bedragen geheel of gedeeltelijk door een andere medeverdachte zijn betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde feiten is toegebracht en de verdachte voor die feiten zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van Afl. 30.000,-, ten behoeve van [slachtoffer 1], Afl. 2.500,-, ten behoeve van [slachtoffer 3] en Afl. 50.000,- ten behoeve van [bedrijfsnaam 1], bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door een (1) jaar hechtenis met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat voor zover deze bedragen of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:78, 1:133, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer P-2017/08607 onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten en de in de zaak met parketnummer P-2018/00664 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd het in rubriek 9B genoemde voorwerp;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 9C genoemde voorwerp;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] -hoofdelijk in die zin dat als de mededader heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 30.000.,= (zegge: dertig duizend florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] -hoofdelijk in die zin dat als één van de mededaders heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 50.000,= (zegge: vijftigduizend florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer 3] -hoofdelijk in die zin dat als de mededader heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 2.500,= (zegge: tweeduizendvijfhonderd florin). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan het Land Aruba ter zake van het bewezen verklaarde ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag te betalen van Afl. 30.000,-, ten behoeve van [bedrijfsnaam 1] een bedrag te betalen van Afl. 50.000,= (zegge: vijftigduizend florin) en ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] een bedrag te betalen van Afl. 2.500,= (zegge: tweeduizendvijfhonderd florin), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door een (1) jaar hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan het Land ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft;

bepaalt dat voor zover deze bedragen of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partijen en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partijen in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 25 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Zie ook Gerechtshof Amsterdam 14 mei 2014, ECLI:NLGHAMS:2014:1754 in een vergelijkbaar geval

2 Zie in dit verband Hoge Raad 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak)