Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:447

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-07-2018
Datum publicatie
23-07-2018
Zaaknummer
AUA201801578
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Doorbetaling loon. Niet alle voor de beslissing van belang zijnde feiten zijn naar voren gebracht bij het inleidend verzoek. Geen spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 23 juli 2018

Behorend bij AUA201801578

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[EISER],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,

tegen:

de naamloze vennootschap

DRIFTWOOD CHARTERS N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Driftwood Charters,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de pleitnota van [eiser];

- de pleitnota van Driftwood Charters;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 29 juni 2018;

- de mededeling van 3 juli 2018 van partijen dat het niet gelukt is om een regeling te treffen.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

[eiser] is op 5 oktober 2009 in dienst getreden bij Driftwood Charters als bemanningslid van een vissersboot voor toeristen.

2.2

Op 2 februari 2018 is [eiser] op staande voet ontslagen omdat hij 100 US$ zou hebben gestolen van de kapitein van het schip.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

[eiser] vordert veroordeling van Driftwood Charters tot betaling van loon met wettelijke verhoging en rente en met veroordeling van Driftwood Charters tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

[eiser] grondt de vordering erop dat het ontslag nietig is omdat hij geen geld heeft gestolen.

3.3

Driftwood Charters voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Op grond van artikel 18c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn partijen gehouden om alle voor de beslissing van belang zijnde feiten in een zo vroeg mogelijk stadium in de procedure naar voren te brengen.

4.2

In het onderhavige geval is de spoedeisendheid van de vordering beargumenteerd met de stelling dat [eiser] niet alleen zijn inkomen mist maar ook geen mogelijkheid heeft om zelf vis te vangen om te verkopen of met zijn gezin zelf te consumeren. Ter zitting is echter gebleken dat [eiser] meteen na zijn ontslag regelmatig met een andere vissersboot voor toeristen uitvaart. Dat had [eiser] meteen in het inleidend verzoek moeten melden. Volgens [eiser] verdient hij geen salaris. Dat wordt echter niet onderbouwd door een verklaring van – bijvoorbeeld – de kapitein van de desbetreffende boot. Ook is niet duidelijk dat [eiser] geen deel van de tips, een belangrijk onderdeel van het inkomen van bemanningsleden van dit soort boten, zou ontvangen. Omdat op [eiser] de plicht rust te onderbouwen dat hij spoedeisend belang bij zijn vordering heeft en meteen informatie had moeten geven die van belang is voor de beantwoording van de vraag in hoeverre hij op dit moment geheel of voor een redelijk deel in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin kan voorzien, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisend belang bij toewijzing van de vordering niet voldoende aannemelijk is.

4.3

Daarop stuit de vordering af.

4.4

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Driftwood Charters moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Driftwood Charters worden begroot op Afl. 1.000, aan griffierecht, Afl. 226,95 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 23 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.