Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:410

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
E.J. nr. 159 van 2017 / AUA201701632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Gerechtelijke vaststelling vaderschap; de man weigert medewerking te verlenen voor een DNA-onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 3 juli 2018

Behorend bij E.J. nr. 159 van 2017 / AUA201701632

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

TUSSENBESCHIKKING

op het verzoek van:

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERZOEK, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper,

tegen

[de man],

wonende in de Verenigde Staten,

VERWEERDER, hierna: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch.

Belanghebbende:

DE VOOGDIJRAAD, in hoedanigheid van bijzonder curator.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van dit gerecht van 22 augustus 2017;

  • -

    het advies van de Voogdijraad, ingediend op 19 februari 2018;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 22 mei 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde, de man bij zijn gemachtigde en namens de Voogdijraad, mr. [medewerker].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Gerechtelijke vaststelling vaderschap

2.1

De moeder heeft onweersproken gesteld dat de man geslachtsgemeenschap heeft gehad met de moeder in het conceptietijdvak. Gesteld noch gebleken is dat de moeder met een andere man geslachtsgemeenschap heeft gehad in dat tijdvak. Dit maakt het tenminste waarschijnlijk dat de man de verwekker is. Om dit met zekerheid te kunnen vaststellen, is een deskundigenonderzoek nodig. Echter, nu de man zijn medewerking aan een DNA-onderzoek om hem moverende redenenen heeft geweigerd, nog steeds weigert en ter zitting nogmaals zijdens de bijzondere curator naar voren is gebracht dat de man niet voornemens is om mee te werken aan een deskundigenonderzoek, is een zodanig onderzoek niet mogelijk.

2.2

De omstandigheid dat de man geen medewerking verleent aan een DNA-onderzoek betekent niet dat een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap moet worden afgewezen. Dit zou strijdig zijn met het belang van de minderjarigen die daardoor niet in staat zouden worden gesteld een afstemmingsband met hun vader te realiseren. Het gerecht acht het in het belang van de minderjarigen dat zij weten wie hun vader is. Dit is van belang voor de ontwikkeling van hun identiteit, maar ook vanwege de financiƫle gevolgen die het vastleggen van de familierechtelijke betrekking met de man zal hebben in de toekomst. De man heeft het in zijn macht om zekerheid te verschaffen over zijn verwekkerschap. Nu hij zonder valide reden weigert deze zekerheid te verschaffen verbindt het gerecht aan de weigering, aan een DNA-onderzoek mee te werken, de conclusie die het gerecht geraden acht. Het gerecht neemt op grond van het hiervoor overwogene als vaststaand aan dat de man de verwekker is van de minderjarigen en zal het vaderschap van de man vaststellen.

2.3

De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden uitgesproken, met enkele passende voorzieningen in verband met de rechtszekerheid.

Kinderalimentatie

2.4

De behandeling van het verzoek om - kort gezegd - kinderalimentatie zal op een hieronder te noemen datum worden voortgezet.

2.5

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

stelt vast dat [de vader], geboren op [geboortedatum] 1976 in de Verenigde Staten van Noord Amerika, de vader is van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 in Venezuela,

bepaalt dat deze vaststelling terugwerkt tot de geboorte van de kinderen, met dien verstande dat te goeder trouw door derden verkregen rechten daardoor niet worden geschaad en er geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen ontstaat, voor zover degene die hen heeft genoten op de dag van deze beschikking niet was gebaat,

bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba,

bepaalt dat de behandeling omtrent de kinderalimentatie zal worden voortgezet op dinsdag, 16 oktober 2018 om 14:00 uur,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven op dinsdag 3 juli 2018 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.