Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:400

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-07-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
AUA201800637
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder een reële beslissing op het bezwaar van verzoeker heeft genomen. Verweerder heeft derhalve geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraak van 13 november 2017. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoeker te nemen binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft aan deze uitspraak te voldoen, met een maximum van Afl. 25.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 2 juli 2018

AUA201800637

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek ex artikel 53 van

de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[verzoeker],

verblijvend in Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

de Minister van Algemene Zaken, Innovatie, Duurzame Ontwikkeling en Wetenschap,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER.

1 PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 13 november 2017, Lar nr. AUA201701033, heeft het gerecht het beroep van verzoeker gegrond verklaard, de fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen om uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van de uitspraak een reële beslissing te nemen op het bezwaar.

Op 12 maart 2018 heeft verzoekster onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar ingediend.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.

2.2

Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 13 november 2017.

2.3

Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder een reële beslissing op het bezwaar van verzoeker heeft genomen. Verweerder heeft derhalve geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraak van 13 november 2017. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoeker van 10 februari 2017 te nemen binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft aan deze uitspraak te voldoen, met een maximum van Afl. 25.000,-.

2.4

Nu verzoeker met recht in beroep is gekomen en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 300,-.

2.5

Ten overvloede overweegt het gerecht dat de bestuursrechter, ingevolge artikel 30, tweede lid van de Lar, de teruggave van het voldane griffierecht bij gehele of gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep of indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, gelast. Niet is bepaald ten laste van wie het griffierecht moet komen. Thans geschiedt de teruggave van het griffierecht door de griffie van het gerecht. Verzoeker dient zich dan ook met betrekking tot de teruggave van het griffierecht tot de griffier van dit gerecht te wenden.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- bepaalt dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker van 10 februari 2017;

- bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft om na bovenvermelde termijn van drie maanden een reële beslissing te nemen, met een maximum van Afl. 25.000,-;

- veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 300,-;

- gelast de teruggave van het door verzoekster gestorte griffierecht van Afl. 25,-.

Deze beslissing werd gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 2 juli 2018, in aanwezigheid van de griffier.