Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2018:316

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-05-2018
Datum publicatie
31-05-2018
Zaaknummer
EJ nr. 1772 van 2017 /AUA201702063
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Familierecht. Ouderlijk gezag en omgang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 22 mei 2018

Zaaknummer EJ nr. 1772 van 2017 /AUA201702063.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[Verzoeker] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[Verweerster] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. G.F. Croes.

Belanghebbende:

[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],

de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 14 november 2017. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de rapport van de Voogdijraad, ingediend op 16 maart 2018;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 3 april 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de ouders in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw [functionaris A] en de heer [functionaris B].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Gezag

2.1

Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat er een minimale vorm van communicatie is tussen de ouders. Het is hun plicht als ouders om samen alles rond de minderjarige te regelen. Voorts dienen ze hun eigen belangen met die van de minderjarige te onderscheiden om te voorkomen dat de ontwikkeling van de minderjarige klem en/of verloren zal raken. De Voogdijraad acht het in het belang van de minderjarige dat ouders het gezag gezamenlijk behouden en ondersteuning krijgen in de vorm van een ondertoezichtstelling.

2.2

Gelet hierop acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat zijn de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden de ouders in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat.

Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen is het gerecht van oordeel dat onvoldoende is gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling van de minderjarige rechtvaardigen. Het verzoek van de vader zal worden afgewezen.

Omgang

2.3

De minderjarige en de moeder bij wie zij haar gewone verblijfplaats niet heeft, hebben in beginsel recht op omgang met elkaar. Uit het rapport van de Voogdijraad blijkt uit dat de omgang moet plaats vinden zonder dat de vader erbij is, zodat de minderjarige zonder belemmering van de vader met de moeder omgaat. Voorts moet de moeder wel kunnen bewijzen dat zij zich op de afspraken houdt en zorgen dat de stiefvader niet in contact of in de buurt komt van de minderjarige.

Het gerecht is van oordeel dat de omgang tussen de moeder en de minderjarige onder supervisie van een derde dient te geschieden dit ter waarborging van de belangen van de minderjarige. Dit dient te geschieden op een neutrale plek. De Voogdijraad heeft geadviseerd dat de omgang via grootmoeder mz kan plaatsvinden. Het is in het belang van de minderjarige dat zij een band met de moeder kan opbouwen. Mede gelet op de leeftijd van de minderjarige is contact met de moeder belangrijk voor haar identiteitsvorming en verdere ontwikkeling.

Gelet op het voorgaande zal het gerecht bepalen dat de moeder en de minderjarige met ingang van 22 mei 2018 eenmaal per week onder begeleiding van de grootmoeder mz op een neutrale plek omgang met elkaar zullen hebben. Hiernaast signaleert het gerecht dat zowel de vader als de stiefvader niet in de buurt zullen komen als de moeder en de minderjarige omgang met elkaar hebben. Het gerecht verwacht dat de ouders tot afspraken komen ten aanzien van de omgang tussen de moeder en de minderjarige, zodat vanaf 22 mei 2018 omgang kan worden opgestart en uitgebreid.

2.4

Gelet op het door de vader overgelegde bewijs van onvermogen van 18 mei 2017, zullen aan hem toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

2.5

De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent de vader toelating om kosteloos te procederen,

bepaalt de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige als volgt:

- met ingang van 22 mei 2018, een keer per week, op een neutrale plek, onder begeleiding van de grootmoeder mz,

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 22 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.